4-5-1999 - Linssen, Dana
Het leukste aan Dangerous Minds (1995) was de videoclip van Coolio met de titelsong Gangsta's Paradise. Het leukste aan Dangerous Minds kwam dus niet uit Dangerous Minds. En het ironische is dat de muziek van Coolio door regisseur John N. Smith waarschijnlijk te subversief zou zijn bevonden om ín de film te worden gebruikt. Lerares Lou Anne Johnson krijgt haar leerlingen uit het zwarte ghetto namelijk aan de wereldliteratuur met behulp van Bob Dylan (!), waar Ice Cube of Snoop Doggy Dog meer voor de hand hadden gelegen. Want het is moeilijk voor te stellen dat heuse gangsta's Mr. Tambourine Man inderdaad zo cool (of wat voor stopwoord van de week dan ook) zouden vinden dat ze er de bibliotheek voor induiken. En wel om de overeenkomsten tussen Bob `what's in a name' en Dylan Thomas uit te vissen.
Coolio was dan ook meer een marketinginstrument dan een boegbeeld voor de film, een soort `Dead Poets Society from Hell' met een feel good sausje, die ondanks de zwarte problematiek duidelijk mikte op een wit, en door de aanwezigheid van Michelle Pfeiffer als de idealistische lerares, overwegend mannelijk publiek.
Dat was dan ook de voornaamste kritiek op Dangerous Minds, niet eens dat de gehanteerde lesmethoden van de voormalige marinier Johnson ook wel wat vragen opriepen. Zoals het feit dat ze na een eerste mislukte les, de tweede keer met wat karateslagen in de ruimte geen problemen meer had om de orde te handhaven. Of dat het maken van huiswerk door haar werd gestimuleerd door het uitdelen van candybars en dat een voldoende voor een proefwerk in een uitzonderlijk geval met een etentje met de juf kon worden beloond.
Dat Dangerous Minds op ware gebeurtenissen, zoals beschreven in het boek My Posse Don't Do Homework, was gebaseerd, kon de film toen al niet meer street credibility geven. Dat deed Coolio wel, want die had ons op MTV immers al maanden de bioscoop ingezongen. De film werd een onverwachte hit, in de zomer van 1996, en neuriënd kwamen we de bioscoop uit. Gelukkig was 's avonds de clip weer op de televisie.
Copyright NRC Handelsblad BV
3-5-1999 - Gelder, Henk van
Al dagenlang maakt RTL4 er nadrukkelijk reclame voor: vanavond Schindler's List zonder reclame-onderbrekingen! Dat is, moeten we blijkbaar begrijpen, het toppunt van fatsoen en piëteit. De familiezender die anders niet vies is van commerciële interrupties op de meest ongelukkige momenten, neemt in dit geval een plechtige pose aan – hoewel men zich ook kan afvragen of er voldoende adverteerders te vinden zouden zijn geweest om die reclameblokken te vullen. Te vermoeden valt dat maar weinig reclamemakers het risico hadden willen lopen om kijkend Nederland te storen met triviale boodschappen over deodorants, auto's of verzekeringen.
Intussen heeft RTL4 vanavond wel de Nederlandse tv-primeur van Schindler's list, het epos over de Duitse zakenman Oskar Schindler die – aanvankelijk uit opportunisme, maar allengs ook uit waarlijke bekommernis – een grote groep joden door de oorlog wist te slepen door van hen onmisbare arbeidskrachten voor zijn bedrijf te maken. Steven Spielberg is bekritiseerd omdat hij uit de hele jodenvervolging nu juist net dat ene verhaal koos waarin het goed afliep, maar niemand kon de verbazingwekkende kwaliteit van zijn film in twijfel trekken. Wie eraan begint, komt niet meer los. Ruim drie uur lang houdt Spielberg de soms bijna ondraaglijke spanning vast.
Weliswaar kan één kleine kunstgreep (een klein meisje wier rode jasje het enige kleurelement vormt in het schitterende zwart-wit) worden gezien als knieval naar het Hollywood-sentiment, maar verder wordt het relaas met verrassend veel nuances verteld. En wie het indrukwekkend gedocumenteerde boek van Thomas Kenealy heeft gelezen, dat aan de film ten grondslag ligt, weet dat het waarheidsgehalte hoog is gebleven. Apocrief is hooguit het twistgesprek dat Schindler voert met de sadistische kampcommandant die er een gewoonte van maakt vóór het ontbijt vanaf zijn zonovergoten balkonnetje een paar joden neer te knallen. Maar het geeft wel aanleiding tot een veelbetekende uitspraak over het uitoefenen van macht. ,,De ware macht,'' zegt Schindler op weloverwogen toon, ,,is om het volste recht te hebben iemand neer te schieten en het dan niet te doen.'' Dat is de taal die zo'n kampcommandant verstaat.
Deze week komen in de filmkeuze van de omroepen weer heel wat vaste nummers voorbij. Zaterdag was Sophie's Choice al te zien, woensdag duikt The longest Day weer op en donderdag volgt Het Meisje met het rode Haar. Nieuw is verder alleen een Amerikaanse tv-versie van Het Dagboek van Anne Frank op SBS6, op woensdagmiddag. In die rij past, nu de film is vrijgegeven voor vertoning door de open kanalen, ook Schindler's List. En over een paar jaar volgt ongetwijfeld Spielbergs laatste, Saving Private Ryan. Ook zo'n film om zonder reclame-onderbrekingen te zien.
Copyright NRC Handelsblad BV
11-3-1994 - Onbekend
In zijn beschouwing van Schindler's List ('Kampbeulen zijn er altijd, overal', CS 4 maart) noteert Ian Buruma twee stellingen van Primo Levi.
De eerste luidt: 'Begrip komt neer op rechtvaardiging. Omdat er geen rechtvaardiging kan zijn voor wat de nazi's hebben aangericht, is het onmogelijk de daders te begrijpen.' Hierin, schrijft Buruma heeft Levi gelijk.
Als tweede: 'De nazi's waren onbegrijpelijk door hun onmenselijkheid. Zij waren in letterlijke zin demonisch. Een fatsoenlijk mens kan zich daarom onmogelijk inleven in de geest van een Himmler of een Heydrich.' Hierin heeft Levi volgens Buruma ongelijk, want schrijft hij: 'De beulen en hun meesters waren maar al te menselijk, dat maakt hen juist zo angstaanjagend.'
Dit nu is tegenstrijdig. In feite, beweert Buruma, zouden wij ons op basis van die al te menselijkheid wél in zulke geesten kunnen inleven. Maar dat impliceert volgens mij dan toch enig begrip omdat inleving nu eenmaal langs zulke lijnen verloopt. Niemand kan zich immers inleven in iets wat hem totaal wezensvreemd is.
Dat gewone mensen, grijze conformisten zoals Buruma terecht stelt, onder bepaalde omstandigheden tot praktisch alles in staat zijn heeft overigens het beruchte Milgram-gehoorzaamheidsexperiment uit 1963 bewezen. Voor Levi zijn de daders demonen, daarom is zijn tweede uitspraak een logische consequentie van de eerste. Gaan wij echter uit van daders als gewone mensen dan klopt ook Levi's eerste uitspraak niet.
Toch wil ik niet volstaan met een logische deductie. Op zichzelf genomen lijkt mij de gelijkstelling tussen begrip en rechtvaardiging aanvechtbaar. Want het inzicht dat ik in het karakter en de motieven van anderen kan hebben betekent nog niet dat ik de handelingen die daaruit voortvloeien legitimeer.
Copyright NRC Handelsblad BV
11-3-1994 - Onbekend
Ian Buruma zegt dat Primo Levi geen begrip kan opbrengen voor wat de nazi's hebben aangericht. Wat de essentie van Levi's werk betreft slaat hij hier de plank mis; Levi is juist bezeten van de achterliggende mechanismen die het mogelijk hebben gemaakt dat de nazi's grove misdaden tegen de mensheid konden begaan.
In een brief aan de Duitse vertaler van Is dit een mens schrijft Levi: 'Ik leef, en ik zou jullie willen kunnen begrijpen om over jullie te oordelen' (zie p. 199 van de Meulenhoff-uitgave). In zijn boek Het periodiek systeem (p. 225 Meulenhoff-uitgave) komt een aanzet tot de oplossing van zijn obsessie: 'In de werkelijke wereld bestaan de gewapenden, de gewapenden bouwen Auschwitz, en de fatsoenlijken en ongewapenden bereiden hun de weg; daarom zijn alle Duitsers verantwoordelijk voor Auschwitz, of zelfs alle mensen, en daarom mag men na Auschwitz niet ongewapend meer zijn.'
Op verzoek van Ian Buruma hierbij het citaat van Primo Levi uit zijn nawoord in de paperback-editie van If This Is a Man en The Truce (Penguin 1979):
'Misschien kan men niet, en wat belangrijker is, moet men niet begrijpen wat er gebeurd is, want begrijpen is bijna rechtvaardigen. Ik zal het uitleggen: een voorstel of menselijk gedrag 'begrijpen' betekent het 'bevatten', de auteur ervan bevatten, zichzelf in hem verplaatsen, zich met hem identificeren. Welnu, geen normaal mens zal zich ooit kunnen identificeren met Hitler, Himmler, Goebbels, Eichmann, en eindeloos veel anderen. Dit onthutst ons, en geeft ons op hetzelfde moment een gevoel van verlichting, omdat het misschien wel wenselijk is dat hun woorden (en ongelukkigerwijze ook hun daden) niet begrijpelijk voor ons zijn. Het zijn niet-menselijke woorden en daden, echt tegen-menselijk, zonder historische precedenten, met moeite vergelijkbaar met de wreedste gebeurtenissen uit de biologische strijd om het bestaan.'
Copyright NRC Handelsblad BV
4-3-1994 - Onbekend
“Achthonderd gasten, Duitsers en joden, diplomaten en artisten, filmmakers en mensen die Oskar Schindler hadden gekend, waren naar het gemeentelijk theater van Frankfurt gekomen om in een plechtige samenzijn, onder de presidentiële auspiciën van Richard von Weizsäcker de Duitse première bij te wonen van een film die volgens veel Duitsers allang in hun eigen land had moeten worden gemaakt: Schindler's List van Steven Spielberg.”
Zo begint het verslag van deze gebeurtenis in de New York Times. Helemaal aan het eind staat nog een interessante mededeling: “Artur Brauner, een joodse vluchteling uit Polen die zich hier na de oorlog heeft gevestigd en meer dan tweehonderd films heeft geproduceerd, zei dat hij anderhalf jaar lang heeft geprobeerd de steun van de Duitse regering te krijgen om een film over Schindler te maken; vergeefs omdat men geloofde dat het project financieel niet haalbaar was.”
Intussen heb ik de film gezien, niet zonder achtergedachten want Schindler's List was al voor de Amerikaanse première van een film tot een complex geworden: door de reputatie van Spielberg zelf die voorafgaande aan deze het onverwoestbare Jurrasic Park heeft gemaakt; door het onderwerp natuurlijk dat nog niet overtuigend, dat wil zeggen zonder de opsmuk van Hollywood was gedramatiseerd; door de lengte; doordat hij behalve aan het begin en het einde in zwart-wit is; en door de inherente controverse: want waardoor had Schindler de moed die hem in staat stelde tot het redden van meer dan duizend joden en hoe is het gekomen dat het zoveel andere Duitsers die overigens 'goed' waren daaraan heeft ontbroken? Het is waar. Op een paar scènes na, vooral aan het einde, is het een aangrijpende film, vrij van de sjablones die eerst achterdocht wekken en je daarna doen besluiten dat je het wel gelooft. Of Schindler, die in werkelijkheid vier jaar moet hebben gebalanceerd tussen het slagen van zijn onderneming en een wisse dood, in die tactiek van dag tot dag helemaal tot zijn recht komt? Daarop weet ik geen antwoord. De werkelijkheid van de held moet zo gecompliceerd zijn geweest dat geen film daaraan recht kan doen. Wat het verhaal van tijd tot tijd ondragelijk maakt (voorzover dat woord kan worden gebruikt door iemand die in een bioscoop zit te kijken naar een reconstructie van gebeurtenissen die een halve eeuw geleden zijn voltooid) is de terreur van de willekeur, het eindprodukt van het nazistisch systeem.
Hier verlaten we het gebied van de film en we komen terecht op dat van de de geschiedenis en de politiek. Iedere bijdrage tot de kennis van het nazisme, luidt de redenering, is al een verdienste op zichzelf. Shoa, Hotel Terminus, Le chagrin et la pitié, alles wat documentairemakers als Claude Lanzmann en Marcel Ophüls hebben gedaan hoort tot het zichtbaar maken van het verleden, zó geconcentreerd dat er door het publiek niet aan valt te ontkomen. Een gedramatiseerde geschiedenis op de manier van Schindler's List vergroot het bereik. We geven ons rekenschap van het verleden, en misschien zal dat ons helpen 'herhaling te voorkomen.'
Het schrijven van de geschiedenis, ook met de middelen van de film, hoort tot de opgaven van de beschaving. Daarvoor zijn weer allerlei redenen te geven, maar één daarvan grenst zeer dicht aan de categorie van de vrome wensen, om het voorzichtig uit te drukken, en het voordeel van de twijfel niet meteen te bagatelliseren. Herhaling voorkomen. Nauwelijks twee weken voor de première in Frankfurt was er nog geen uitzicht dat de moordpartijen op 'ethnische grondslag' in Joegoslavië door een samenloop van omstandigheden min of meer zouden worden gestaakt. Spielberg had ter gelegenheid van de plechtigheid een geduchte politiebewaking gevraagd om eventuele rechts-extremisten op een afstand te houden. Is het niet zo dat degenen die in de bioscoopzaal zitten alles wat de geschiedenis in dit opzicht aan leerzaams te bieden heeft al jaren onder de knie hebben? En dat de leerlingen aan wie de boodschap werkelijk besteed zou zijn, buiten met molotov-cocktails staan te wachten?
Het verleden moet worden verwerkt, in Duitsland, in de Verenigde Staten en in Nederland (waar ook een paar Artur Brauners rondlopen met plannen die niet haalbaar worden bevonden). De film was afgelopen, het klimaat liet de overgang geleidelijk verlopen door een flinke sneeuwstorm te laten woeden. In een toestand van lichte verwarring sopte ik door de bruine blubber. Demagogische vragen kwamen op. Waarom geven we bij de verwerking de voorkeur aan het verleden boven het heden? Zou bij de vertoning van de verzamelde journaals uit Bosnië een president, welke dan ook, met achthonderd genodigden onder strenge politiebewaking de zaal komen vullen?
Ik weet het: met zulke simpele vragen kunnen we het complexe heden niet benaderen. Daarom alleen een voetnoot. Toevallig zag ik een paar weken geleden op de Amsterdamse kabeltelevisie een documentaire over Joegoslavië die ik in zijn soort even onthullend vond als Schindler's List. Ik heb niet op de titel gelet. De maker heet Jasper Bontje.
Copyright NRC Handelsblad BV
11-2-1994 - Onbekend
Veel dank voor Henk van Gelders artikel over Steven Spielbergs film Schindler's List in het Cultureel Supplement van 28 januari 1994.
Over het commerciële succes is Van Gelder echter niet juist geïnformeerd. Schindler's List is 'klein' uitgebracht en draait nog steeds in minder dan 600 theaters in heel de VS. Niettemin staat de film al weken rond de zevende plaats in de top 10 van best bezochte films, met een wekelijkse recette van circa 3 miljoen dollar. De overige films in de top 10 draaien alle in meer dan 1000 theaters. Schindler's List wordt dus relatief zeer goed bezocht. De totale opbrengst bedraagt nu tegen de dertig miljoen dollar, tegen een produktiekostentotaal van 23 miljoen dollar. De grootste winst van de film wordt echter nog verwacht, in de periode rond de uitreiking van de Academy Awards.
De gedachte dat Schindler's List geen commercieel succes zou zijn voedt het misverstand dat artistieke kwaliteit en commercieel succes niet samengaan. Dit misverstand lijkt ook het lot van Spielbergs Jurassic Park (de film die in de VS na 7 maanden roulatie nog wekelijks een half miljoen dollar opbrengt en op een 'domestic gross' van 342 miljoen dollar staat) bezegeld te hebben: een dergelijk kassucces moet immers wel kwaliteit ontberen. Het is te hopen dat Spielberg de onjuistheid van deze generalisatie nog vele malen zal aantonen.
Copyright NRC Handelsblad BV
28-1-1994 - Onbekend
Wie was Oskar Schindler? Een handelaar in diamanten, drank, sigaretten en mensen, zoals zijn biograaf concludeerde? Een edelmoedige held die de nazi's te vriend hield om zijn joodse werknemers van de dood te redden? Steven Spielberg maakte over Schindlers leven een speelfilm die in Amerika bijna alleen maar lovende kritieken kreeg. 'Schindler's List' gaat volgende maand in Nederland in première.
'Schindler's list' is vanaf 3 maart in de Nederlandse bioscopen te zien. Gelijktijdig verschijnt bij Luitingh-Sijthoff een filmeditie van het boek van Thomas Keneally onder de titel 'Schindlers lijst'.
Het eerste wat Steven Spielberg van de hoofdpersoon in zijn nieuwe film laat zien, is een goed gemanicuurde hand die zich een NSDAP-speldje op de revers prikt. De man, die Oskar Schindler heet, maakt zich gereed om een restaurant te bezoeken waar hij een aantal hoge partijfunctionarissen verwacht. Zelf is hij te veel een bon-vivant om fanatiek de partijlijn aan te hangen; het hakenkruisje op zijn colbert is niet meer dan het vanzelfsprekende attribuut van een Duits fabrikant die eind jaren dertig graag goede contacten onderhoudt met zijn belangrijkste afnemers. Hij wekt niet de indruk dat de Judenfrage hem ooit diepgaand heeft bezig gehouden; veel waarschijnlijker is dat hij zich nimmer om joden heeft bekommerd.
Drie uur en vijf minuten later, aan het eind van de film is Oskar Schindler een mensenredder geworden. “I didn't do enough”, zegt hij op klaaglijke toon in een overgesentimentaliseerde slotscène. “You did so much”, antwoordt zijn joodse boekhouder plechtig, want dit is de sleutelzin van het hele, op historische feiten gebaseerde relaas.
Oskar Schindler heeft werkelijk bestaan en ruim elfhonderd joden, letterlijk ten dode opgeschreven, bleven door zijn toedoen in leven. Van hen kwamen er vorig jaar 128 naar de berg Zion, even buiten Jeruzalem, om voor de camera van Spielberg steentjes op 's mans graf te leggen. Hij werd daar begraven in 1974, beladen met eerbewijzen van de joodse organisatie Yad Vashem (en een erekruis van verdienste van de Westduitse regering). De nazaten van de 'Schindlerjuden' zijn nu zo'n 6000 in getal, vermeldt Spielberg in de epiloog er vilein aan toevoegend dat er op dit moment in heel Polen niet meer dan 4000 joden wonen.
Schindler's List is de film die Steven Spielberg afgelopen weekend drie Golden Globes opleverde: voor de beste speelfilm, de beste regie en het beste scenario (van Steven Zaillian). De laatste jaren worden die Golden Globes, toegekend door de Foreign Press Association, steeds vaker beschouwd als een voorbode voor de keuze van de Oscar-jury. Gezien de vrijwel unanieme lof die Schindler's List intussen in de Verenigde Staten heeft geoogst, is het nu bijna ondenkbaar dat Spielberg eind maart niet de grote Oscar-winnaar van dit jaar zal worden. Aan de Amerikaanse kassa's is de film veel minder populair; na drie weken verdween ze uit de top-tien van de best bezochte films en van de totale produktiekosten (het voor Spielberg bescheiden bedrag van 23 miljoen dollar) is nog niet de helft terugverdiend. In ons land gaat de film op 3 maart in roulatie, voorafgegaan door een galapremière ten bate van de Anne Frank Stichting, en in aanwezigheid van de regisseur.
Douchekoppen
Schindler's List is, anders dan alles wat Steven Spielberg tot dusver heeft gemaakt, een poging tot rauwe realiteit. In zwart-wit en met camera's die veelal schokkerig op de schouder werden gedragen, neemt de cineast zijn publiek mee in het getto van Krakau, in de deportatietrein naar Auschwitz, in de macabere asregen nabij de schoorstenen van de crematoria en zelfs tot in de volgestouwde gaskamer, waar uit de douchekoppen na een bijna ondraaglijke spanning toch nog een stevige straal water komt - omdat de hier samengedreven vrouwen op de lijst van Schindler blijken te staan. En, zoals iedereen inmiddels weet: “the list is life.”
In schril contrast met het realisme van de naamloze joden in hun huiveringwekkende naaktheid, staan de scènes met Oskar Schindler in zijn goedgesneden pakken. Spielberg laat hem zien zoals hij volgens de verhalen van de overlevenden was: een fortuinzoeker, die in 1939 alleen maar naar Krakau kwam omdat hij daar makkelijk een door de nazi's onteigend emaille-fabriekje kon overnemen dat voordien in joodse handen was geweest. Zelfs het startkapitaal kwam van joodse investeerders, want Schindler wist hen ervan te overtuigen dat ze, vanwege de dreigende confiscaties, aan geld niet veel meer zouden hebben - ze konden beter ingaan op zijn aanbod om terug te betalen in natura, zodat ze tenminste nog ruilhandel zouden kunnen bedrijven. En zijn arbeiders kon hij goedkoop uit het getto betrekken; ze kostten hem een paar mark per dag, te betalen aan de Duitse overheersers.
Pas gaandeweg, toen het gezien het oorlogsverloop verstandiger was om te schakelen naar de produktie van wapenen, moet Oskar Schindler begaan zijn geraakt met zijn arbeiders. Niemand weet precies hoe dat in zijn werk is gegaan. 's Mans charmes en zijn hogere versierkunst, die aanvankelijk alleen tot doel hadden de nazi's als klant in te palmen, gebruikte hij nadien steeds vaker om zijn vogelvrije werknemers af te schermen voor de dood. Als hem door de nazi's spottend werd gevraagd waarom hij toch zo vasthield aan die bijkans uitgemergelde mensen - hij kon toch veel beter een paar verse wagonladingen aan het werk zetten? - antwoordde hij dat het hier een uitgelezen corps van uiterst gekwalicifeerde metaalbewerkers betrof. En al die kinderen dan? Die zijn nu juist bij uitstek geschikt om met hun dunne vingertjes het binnenste van de granaten glad te schuren, blufte Schindler.
Hij bleek precies te weten hoe en waarmee hij de nazi's kon paaien, waarschijnlijk omdat hij veel van zichzelf in hen herkende. In een sfeer van vertrouwelijkheid schoof hij geld en diamanten onder de tafel door, hij dronk een goed glas met hen en wist ook hun damesgezelschap zeer te waarderen. Nooit liet hij doorschemeren dat hij compassie had met de joden, dat zou immers averechts hebben gewerkt. Slechts één keer laat Spielberg hem, op het scherp van de snede, een (waarschijnlijk apocrief) twistgesprek voeren met de Kommandant van het concentratiekamp waarvan hij zijn arbeiders betrekt. Deze hoge SS'er, de na de oorlog opgehangen Amon Göth, maakte er een gewoonte van op zijn zonovergoten balkonnetje het geweer te richten op rondlopende gevangenen en er af en toe, volstrekt willekeurig, een paar neer te knallen. De film-Schindler, gespeeld door de Ierse acteur Liam Neeson, geeft geen blijk van verontwaardiging. In plaats daarvan zet hij met Göth een boom op over het uitoefenen van macht. “De ware macht,” zegt hij, “is het volste recht te hebben iemand neer te schieten en het niet te doen.”
Dekmantel
In het laatste oorlogsjaar was de fabriek van Oskar Schindler nog slechts een dekmantel voor het redden van de joodse arbeiders. De wapenen die de directeur af en toe nog kon verkopen, moest hij in werkelijkheid eerst elders kopen. De twee miljoen mark die hij halverwege 1944 nog in kas had, was in het voorjaar van 1945 vrijwel geheel uitgegeven - aan extra voedselrantsoenen, de aanschaf van verkoopbare produkten en het omkopen van nazi's. Berooid nam Schindler op 8 mei 1945 afscheid van zijn werknemers. Hij kreeg van hen een gouden ring, op de fabrieksvloer gesmeed uit de gouden kies van één van de arbeiders, en een brief waarin zijn goede daden werden opgesomd, opdat hij niet door het Russische bevrijdingsleger gevangen genomen zou worden.
Na de oorlog kwam Schindler nooit meer in goeden doen. Meer dan eens - en nimmer vergeefs - deed hij een beroep op de vrijgevigheid van de Schindlerjuden. In het gedisciplineerd en fantasieloos geïndustrialiseerde West-Duitsland kon hij met zijn verleiderstechnieken zijn draai niet vinden. Diverse pogingen een nieuw bedrijf op te zetten, leden schipbreuk. En toen één van zijn vroegere ondergeschikten hem begin jaren zestig vroeg of hij die gouden ring nog had, moest hij toegeven dat hij het met emoties beladen sieraad had verpatst om ergens de Schnapps-rekening te kunnen betalen.
Zijn verhaal werd pas na zijn dood in brede kring bekend, nadat de Australische romancier Thomas Keneally bij toeval verzeild raakte in de lederwarenwinkel van de door Schindler geredde Leopold Pfefferberg in Beverly Hills. Pfefferberg, die al geruime tijd zocht naar iemand die een boek over Schindler wilde schrijven, begon te vertellen. Keneally kon naar eigen zeggen zijn oren niet geloven, interviewde vervolgens vijftig overlevenden in zeven landen en publiceerde in 1982 het boek Schindler's Ark - een nauwgezette beschrijving van de gebeurtenissen, zonder dat hij pretendeerde de psyche van zijn hoofdpersoon te kennen. Een handelaar, noemde hij Schindler tenslotte, een man die handelde in diamanten, drank, sigaretten en mensen.
Het op de onweerlegbare feiten gebaseerde boek werd nog datzelfde jaar bekroond met de Booker Prize. Dat was een omstreden beslissing van de jury, die immers werd geacht zich uitsluitend met fictie bezig te houden en in de uitspraak dan ook nadrukkelijk verwees naar de romanvorm van Schindler's Ark. Eén blik in het voorwoord is echter voldoende om de criticasters van toen gelijk te geven. 'Het ambacht van de romancier is het enige dat ik meen te beheersen,' schreef Keneally, 'en de technieken van de roman lijken zich goed te lenen voor een zo ambigu en reusachtig personage als Oskar. Ik heb evenwel getracht alle fictie te vermijden, omdat fictie de waarde van het verslag zou verminderen en om een onderscheid te maken tussen de werkelijkheid en de mythes die zich nu eenmaal snel hechten aan een man van Oskars status.' En niemand heeft hem er nadien van beschuldigd dat hij de gebeurtenissen onjuist had weergegeven.
Succescineast
Steven Spielberg, de koning van het amusement voor alle leeftijden, liet al tien jaar geleden een claim op de filmrechten leggen. “Make me an epic!” sprak de flamboyante Sidney Sheinberg, die er als president-directeur van de distributiemaatschappij MCA op hoopte het resultaat in de bioscoop te kunnen brengen. Spielberg heeft hem tien jaar laten wachten; in diverse interviews heeft de succescineast gesuggereerd dat hij er eerder emotioneel niet aan toe was de produktie ter hand te nemen. Toen het zo ver was, vertelde hij dat hij als jongetje had leren tellen aan de hand van de cijfers op de arm van een buurman. Wat hem als Amerikaan in Schindler's Ark bovenal aansprak, was het hoopgevende aspect: tegenover de pikzwarte nazi-misdaden kon hier immers een kleine groep overlevenden worden geplaatst, plus één goede Duitser.
De buitenopnamen werden gemaakt in het oorspronkelijke getto van Krakau en in en om Auschwitz. 's Avonds, als de technici en de acteurs rustten, overlegde Spielberg per satellietverbinding met Hollywood over de montage van zijn Jurassic Park-spektakel. Tegenover verslaggevers die de set bezochten, liet hij zich meesmuilend uit over de mentaliteit van de Poolse bevolking die grif miljoenen verdiende aan het bezoek van de filmploeg, maar verschillende keren blijk gaf van voortlevend anti-semitisme. Zo stond één van de acteurs in een café tegenover een oude man die grijnzend een horizontaal gebaar langs de hals maakte, toen het gesprek over joden ging. Het is opvallend dat de film geen enkele uitspraak over de collectieve Duitse schuld bevat, maar wel een paar snieren naar Polen. Bijvoorbeeld in een scène in het begin, als de joden naar het getto worden gedreven en een blond meisje langs de kant van de weg honend “Goodbye, Jews!” roept.
De première van Schindler's list, een overwegend getrouwe samenvatting van het boek, vond in december plaats in het Holocaust Museum in Washington, in aanwezigheid van Bill en Hillary Clinton en de nu 86-jarige weduwe van Oskar Schindler. De oude dame moest na afloop toegeven dat het verhaal min of meer naar waarheid was verfilmd - niet alleen de gruwelen van het kamp kwamen haar authentiek voor, maar ook de vertolking van haar man was 'just right'. Intussen houdt ze haar deur voor de pers gesloten; een Reuters-reporter kreeg te horen dat er door zijn collega's al meer dan genoeg foto's van haar schoorsteenmantel waren weggegrist.
Bijna alle Amerikaanse kranten vonden daarentegen hun eigen Schindlerjude die bereid bleek te zijn het waarheidsgehalte van boek en film te bevestigen. Geen van hen was echter in staat de ommezwaai van Oskar Schindler afdoende te verklaren. “Hij was een slimme vent die besefte dat de oorlog op zijn eind liep en er voornamelijk op uit was zijn eigen nek te redden,” heette het bij de één. “De joden waren zijn gereedschap - een wapen om te voorkomen dat hij zelf naar het front moest. Misschien kwam daar nog wel een greintje medemenselijkheid bij, maar absoluut niet zo uitgesproken als aan het eind van Spielbergs film.” Een ander kwam tot een soortgelijke conclusie: “Naarmate het oorlogsverloop voor Duitsland ongunstig werd, heeft Schindler beseft dat hij maatregelen moest nemen om na de oorlog niet als profiteur te worden opgepakt. Hij heeft, door de nazi's ogenschijnlijk te vriend te houden en ook de joden te beschermen, waarschijnlijk op twee paarden gewed.”
Maar ieder moest toegeven zijn leven aan Schindler te danken te hebben. “Het is zoals we het, naar het woord van de talmoed, op die ring hebben gezet: het redden van één leven is als het redden van de wereld,” aldus een derde overlevende. “Deze man verdient de eer, wat hem er ook toe heeft gebracht. Zonder Schindler zou ik er niet meer zijn.”
Tegenstemmen
Schindler's list is door de critici bijna unaniem bejubeld. Tot de weinige tegenstemmen behoorden die van de sceptische columnist Frank Rich in de New York Times, wiens voornaamste bezwaar was dat Spielberg de joodse slachtoffers naamloos had gelaten in plaats van hen een herkenbaar gezicht te geven als dat van Anne Frank, en die van de Californische rebbe Eli Hecht in de Los Angeles Times. “De boodschap van deze film,” aldus deze joodse gezagsdrager, “is dat de wereld voor joden nooit veilig is... Ik ben het beu dat de huidige generatie het jodendom voortdurend identificeert met lijden.” En, met een verwijzing naar het grote aantal Holocaust-musea dat de laatste jaren in de Verenigde Staten is geopend: “Deze films, musea en tentoonstellingen creëren alleen maar méér pijn. Er valt geen enkel inzicht te ontlenen aan het voortdurende bekijken van joden in de rol van slachtoffer.”
Zelf legt Steven Spielberg vooral de nadruk op de educatieve bedoelingen van zijn film. Hoewel er in zijn ogen geen betere kunstuiting over de jodenvervolging bestaat dan de majestueuze documentaire Shoah van Claude Lanzmann, meent hij het Amerikaanse publiek het best te kunnen bereiken met een gedramatiseerde enscenering van de gebeurtenissen. Het ging hem erom de jodenvervolging voelbaar te maken. In het kader van de kennisoverdracht kan Schindler's List misschien op video op de scholen worden vertoond, zei hij.
Méér dan met alle andere argumenten maakte Spielberg met deze uitspraak aannemelijk dat het hem ditmaal niet uitsluitend te doen was om het produceren van een nieuw bioscoopspektakel. Een filmmaker die suggereert zijn film ook via de in zijn kringen doorgaans geminachte video-techniek te vertonen, is op zijn minst - het woord is hier op zijn plaats - koosjer te noemen.
Copyright NRC Handelsblad BV
30-12-1993 - Onbekend
NEW YORK, 30 DEC. De nieuwste film van Steven Spielberg, Schindler's List, is hard op weg een kassucces te worden. De film, die door de kritiek in alle toonaarden is bejubeld, heeft volgens de laatste cijfers een opbrengst per theater van 22.165 dollar. Daarmee moet de film, die pas twee weken draait, alleen Philadelphia voor laten gaan.
Schindler's List is een drie uur en 15 minuten durende zwart-wit film over de jodenvervolging, gebaseerd op de gelijknamige historische roman van Thomas Keneally uit 1982. De directeur van filmmaatschappij MCA/Universal, Sidney J. Scheinberg, heeft het boek persoonlijk onder de aandacht van Hollywoods succesvolste regisseur gebracht. Schindler's List, die opgenomen is in Polen, kostte het bescheiden bedrag van 43 miljoen dollar.
Alle superlatieven zijn al gebruikt: beste film van het jaar, beste film over de jodenvernietiging, intelligentste film van Spielberg. De film is volgens The New Yorker “geen minuut te lang”. De criticus van het blad schrijft: “Dit is veruit de beste, meest complete speelfilm (niet documentaire) die ooit over de Holocaust is gemaakt.”
Oskar Schindler was een Duitse rooms-katholiek die na het begin van de Tweede Wereldooorlog een door joden geleide fabriek overnam voor weinig geld. Hij nam honderden joden als onbetaalde werknemers in dienst. De ritselaar Schindler kon het goed vinden met de SS-commandant of deed in elk geval alsof. Zijn charme en handigheid stelden hem in staat deze groep joden te redden van de ondergang. Fijntjes is erop gewezen dat het aantal overlevenden en hun nazaten van Schindlers lijst groter is dan de huidige joodse bevolking van Polen.
Spielbergs film is geen 'Hollycaust' geworden. De film is bij wijlen gruwelijk en realistisch maar zeker niet uit op effectbejag. “Het was een zeer droog boek”, heeft Spielberg over de roman gezegd. “Ik dacht dat als ik die benadering in een film kon toepassen, ik het bijna als een rijtje gebeurtenissen, feiten en data zou kunnen presenteren. Dat zou de emotionaliteit verhogen.” De film heeft inderdaad veel weg van een documentaire door de cameravoering en uiteraard door het gebruik van zwart-wit.
In een recent interview in de New York Times vertelt Spielberg over de drijfveren om deze film te maken, over zijn kennismaking met de 'holocaust' op jonge leeftijd en het antisemitisme in zijn jeugd. Medescholieren hoestten het woord 'jew' achter hun hand in de gangen en ze gooiden centen naar hem in de klas. Door het opgroeien van zijn kinderen is hij zich meer bewust geworden van zijn joodse identiteit en hij zegt ronduit de film zijn 'roots' vertegenwoordigt. De 46-jarige Spielberg maakte ook hernieuwd kennis met de religie van zijn vaderen doordat zijn tweede vrouw, Kate Capshaw, zich bekeerde tot het jodendom.
De vader van Spielberg verloor familieleden in de oorlog maar zijn moeder vertelde de verhalen. Spielbergs oma gaf in Cincinnati Engels aan joodse overlevenden. Beroemd is inmiddels het verhaal van een overlevende van Auschwitz die zijn mouw opstroopte en de kleine Steven aan de hand van het getatoeëerde nummer op zijn arm de eerste cijfers leerde.
Met films als Jurassic Park, E.T., Raiders of the Lost Ark en Jaws op zijn naam is Spielberg financieel de koning Midas van de film. Wat hij aanraakt verandert in goud. De 'serieuze' films van hem, zoals The Color Purple en Empire of the Sun, worden echter als mislukkingen beschouwd. Elke Amerikaanse criticus van Schindler's List noemt Spielbergs mislukkingen om de kwaliteiten van zijn nieuwste film ertegen te kunnen afzetten.
Ook vaste prik is de lezers erop te wijzen dat Spielberg nog nooit een Oscar heeft gewonnen. Zijn films zijn geroemd, de acteurs behaalden de hoogste eer maar Spielberg zelf viste telkens achter het net. “Het is geen obsessie voor me en ik ben er ook niet mee bezig”, zegt Spielberg er zelf over. Ook nu zijn er al talloze onderscheidingen (beste film door de National Board of Review en door zowel de New York als de Los Angeles Film Critics Association) gegeven aan de film maar niet aan de regisseur. Toch worden de kansen op een Oscar voor Spielberg nu hoger dan ooit ingeschat.
Schindler's List draait pas in 74 bioscopen in de Verenigde Staten. De eerste week waren het er zelfs maar 25. Vergelijk dat met de grote publiekstrekkers als Pelican Brief (2008 bioscopen), Beethoven's 2nd (2041) en Wayne's World 2 (2320) en het is duidelijk dat de film pas aan het begin van de roulatie is.
Copyright NRC Handelsblad BV