18-7-2005 - Door onze redacteur Karel Berkhout
De grote kracht van Harry Potter schuilt boven alles in de hoofdpersoon zelf. Spannend is de inventief beschreven strijd tussen tovenaarsleerling Harry en Voldemort, Heer der Duisternis. Geestig zijn de knipogen naar de actualiteit en de soms ridicule personages. Waardevol zijn de levenslessen als: iedereen kan boven zichzelf uitstijgen en vriendschap gaat boven alles. Briljant zijn talrijke vondsten van J.K. Rowling, zoals de onzichtbare vervlechting van de magische met de zichtbare wereld. Verrijkend is de reanimatie van fabelwezens als de centaur.
Meest fascinerend is echter de verstandhouding tussen Harry en het kwaad. Harry bevecht in elk deel Voldemort, de moordenaar van zijn ouders die keer op keer probeert zijn oude macht te herwinnen. Tegelijkertijd voelt Harry een verwantschap met Voldemort: hij spreekt bijvoorbeeld net als Voldemort de slangentaal en zijn litteken doet pijn als Voldemort in de buurt is. Harry bevecht dus een kwaad dat heel nabij is of zelfs in hem leeft en dat staat voor het volwassen worden van Harry die elk deel een jaar ouder is.
Het nu net verschenen Harry Potter and the Half-Blood Prince bevat al het goede van de vorige vijf delen. Rowling heeft de strijd met Voldemort verder weten te verdiepen met een briljante vondst, de `horcruxes` die een verrassing moeten blijven. Leraar Horace Slughorn – welk equivalent zal Wiebe Buddingh` bedenken voor de Nederlandse vertaling? – is een geestig personage van het kaliber Gladianus Smalhart, een verrukkelijke ijdeltuit die steeds opschept over zijn belangrijke kennissen. Bovenal dringt Harry (nu 16 jaar) nog dieper door in de wereld van de duisternis en dus in zichzelf.
Harry leert Voldemort beter kennen bij het schoolhoofd Albus Perkamentus, de machtige tovenaar die hem klaarstoomt voor de beslissende slag met de Dark Lord in het volgende en laatste deel. In een poging de heerschappij van Voldemort te verzwakken ondernemen Harry en Perkamentus samen zelfs een weergaloos beschreven tocht. De tandem Harry-Perkamentus is de motor van de Half-Blood Prince, terwijl in de vorige delen het driemanschap van Harry en zijn vrienden Ron Wemel en Hermelien Griffel het verhaal droeg.
Harry raakt zo losser van zijn vrienden, die verder van hem vervreemden door ruzie over de onuitstaanbare schoolgenoot Draco Malfidus (wel of geen gevaar?) en een geheimzinnig toverboek (wel of niet gebruiken?). Dit alleenzijn is de prijs die Harry betaalt voor de volwassenheid, beseft hij: ,,Die dingen gebeuren als mensen ouder worden – Ron en Hermelien waren het levende bewijs, dacht Harry verdrietig.`` Doordat zij wat minder belangrijk zijn, krijgen hun besognes iets wezenloos.
Vervolg POTTER: pagina 6
POTTER
In deel zes is Harry kwetsbaar
vervolg van pagina 1
De volwassenwording van Harry is in de Half-Blood Prince veel overtuigender dan in het vorige deel waarin Harry als nukkige puber meer irritatie dan interesse opwekte. De orde van de Phoenix was sowieso de zwakste Potter-aflevering. Zeldzaam wijdlopig in zijn beschrijving van Harry`s tijdelijke Salman Rushdie-achtige onderduik, terwijl de uiteindelijke slag met Voldemort niet meer was dan een soort verhevigde Zwerkbal-wedstrijd.
De Half-Blood Prince is daarentegen te vergelijken met de beste Potter-boeken: De geheime kamer (deel 2) en De gevangene van Azkaban (3). De Prins is wat minder compact dan deze twee boeken met uitweidingen over verliefdheden en ander kostschool-getuttel. Een ruzie tussen Ron en Hermelien is zelfs een herhaling van die in een eerder boek. De lezer vindt op de zijpaden echter tal van parels. Na aanslagen in de wereld van de Dreuzels (gewone mensen) kibbelen politici over de vraag of er sprake is van een `oorlog` – een van de knipogen naar de strijd tegen het terrorisme. De inmiddels zeer populaire Harry noemt de wat sullige Marcel Lubbermans een vriend, nadat deze in het vorige deel dapper is geweest; niet hoe je overkomt telt, maar wat je doet.
De kracht van de Half-Blood Prince schuilt vooral in de niet eerder vertoonde diepte die Rowling haar verhaal heeft gegeven. Nu Harry op de drempel staat van zijn volwassenheid – met 17 jaar zijn tovenaars volwassen – toont Rowling hem en ons de wereld zoals die is. De kwetsbaarheid van ouderdom, de overmijdelijkheid van fouten, de macht van het kwaad, het verdriet om de dood van een geliefd persoon. En zelfs de absurditeit van het bestaan; zo wordt bij de slag met Voldemort-volgelingen hulp ingeroepen die juist fataal uitpakt.
Harry – in het volle besef van zijn fouten en onmacht – lijkt deze wereld aan te kunnen. Door de vriendschap met Ron en Hermelien die onveranderlijk hecht blijft. Door de liefde in hemzelf die ,,machtiger is dan alle toverij``. En vooral door zijn gevonden geloof in zichzelf.
Copyright NRC Handelsblad BV