25-4-2003 - ELSBETH ETTY
Voor wie het werk van Pleysier kent, leveren diens causerietjes over zijn vader en moeder, kinderen en kleinkinderen, zijn huis in zijn geboortedorp Rijkevorsel, zijn tante die als non in China werkte en zijn vader die als veehandelaar dieren mishandelde, weinig nieuws op. Of het moet de bekentenis zijn dat hij antidepressiva slikt en soms dagenlang in zijn werkkamer zit zonder ook maar iets op papier te krijgen.
Het is geen schande als iemand eens een tijdje uitgeschreven is. In 2001 kreeg hij een Gouden Uil-nominatie voor het aan zijn vader gewijde boek Volgend jaar in Berchem. Het lijkt erop dat hij zich daarmee tijdelijk heeft uitgeput en zichzelf met de publicatie van autobiografische aantekeningen moed probeert in te spreken. Zijn aanpak doet denken aan die van zijn landgenoot Paul Claes. Deze publiceerde vorig jaar Het Hart van de Schorpioen, eveneens een fragmentarisch zelfportret, ondergebracht in lemmata als `de adem`, `de gedichten`, `interpreteren`, `lezen`, `liefde`, waarin hij onder andere tot uiting bracht hoe mislukt hij zich voelt als kunstenaar.
Een dergelijk gevoel van onmacht spreekt uit De dieven zijn al gaan slapen, een titel die verwijst naar een uitspraak van Pleysiers zoon Simon, al zit de onzekerheid over eigen kunnen hier nogal eens verscholen in apologieën van eigen levensstijl en werk. `Mijn romans zijn slimmer dan ik zelf ben. Omdat taal hun onderwerp is. En omdat taal groter is en ook slimmer dan ik ben. Taal overstijgt mij. Taal neemt het over van mij.`
Maakt de taal dan ook die kromme zinnen met taalfouten? `Het ziet er altijd heel erg als film uit wat ik mij daarbij dan inbeeldt.` Af en toe duikt er een mooi beeld op, bijvoorbeeld over muziek `die schilfers van uw ziel schraapt`, maar daarmee worden deze al te gemakzuchtige memoires niet gered.
Copyright NRC Handelsblad BV