21-7-2006 - Pieter Steinz
Nazi’s en seks, het is een explosieve combinatie – zoals het ook een onweerstaanbare opening is van een boekbespreking. In zijn debuut Armin begint Gustaaf Peek (1975) met een verslag van de laatste dagen van een zogeheten Lebensborn-kliniek in Hitler-Duitsland. Het Sonderhospital, waar in de hoogtijdagen van het nationaal-socialisme honderden ‘arische’ baby’s ter wereld werden gebracht (al dan niet verwekt door geelharige en blauwogige SS’ers), is in verval: de kinderen sterven aan honger en medicijngebrek, de angst voor de optrekkende Russen is verlammend, en de artsen zijn dronken of handelingsonbekwaam. Op één na: de verloskundige Armin Immendorf, die alleen al voor zijn aangenomen zoontje – het kind van zijn geliefde – blijft werken tot hij erbij neervalt. Hij is het brandpunt van het eerste deel van de roman die naar hem en zijn zoon is genoemd.
Vlak voor de ineenstorting van het Derde Rijk laat Immendorf een zuster met de kleine Armin naar Nederland vluchten, en blijken de scènes over de Lebensbornkliniek alleen de opmaat tot een roman waarin het gaat om de latere levens van de kleine Armin en de zoon die hij op zijn beurt adopteert. Dat is jammer, en niet alleen omdat in het reilen en zeilen van Operatie Lebensborn en de sfeer van Götterdämmerung een mooi boek had gezeten – een soort kruising van John Irvings weeshuisroman The Cider House Rules en Michel Tourniers onheilszwangere oorlogsmythe De elzenkoning. Gustaaf Peek verliest zich namelijk een beetje in alle verhalen die hij aan elkaar wil knopen: de kloonexperimenten en het mislukkende leven van Armin junior (Waskowsky genoemd), de eenzaamheid van zijn zoon Ben, de gevolgen van de atoombommen op Japan, het leven in Berlijn na de Val van de Muur, de laatste fotosessie van een drugssmokkelaar in de gevangenis van Singapore, en nog veel meer. Een beetje globalisering is aardig, maar het is niet nodig om de hele wereld in één boek te stoppen.
Wat Peek nastreefde, is een illustratie van het motto dat Waskowsky meegeeft aan de roman: Humans never learn. They only find new ways to fail. Armin Immendorf wilde een vader zijn, maar dat wordt hem onmogelijk gemaakt. Waskowsky wil mensen klonen, maar hij slaagt daar niet in en zet zijn plannen uit zijn hoofd wanneer hij zich ontfermt over de vondeling Ben. En Ben redt twee kinderen uit een door hun vader aangestoken brand die hem later niet gelukkiger zullen maken. ‘Een mens wil zichzelf overdragen aan de ander voordat hij zijn hart openstelt,’ mijmert Armin aan het eind van de (in de tijd heen en weer springende) roman. ‘Mensen willen van zichzelf houden. We verwonderen ons te lang over onbekenden – we hebben te laat lief.’
Natuurlijk, ook veel tweede, derde en vierde romans lijden aan overvolte; maar in veel opzichten is Armin het boek van een debutant. Peek wilde te veel; hij was niet tevreden met een ‘gewoon’ verhaal over een slachtoffer van het Lebensborn-project, en verwerkte zo’n beetje de hele moderne geschiedenis in zijn roman. Hij nam geen genoegen met één onderwerp, en koppelde twee klassieke Nederlandse thema’s (goed/fout in de Tweede Wereldoorlog en het vader-zoonconflict) aan hét moderne thema bij uitstek, de genetica.
Maar Peeks roman kan de vergelijking met bijvoorbeeld De engelenmaker van Stefan Brijs niet doorstaan, ook niet stilistisch. Peeks moeizame dialogen en kortademig proza zijn kenmerkend voor veel recente debutanten, die om de een of andere reden de lange zin schuwen. We moeten hem prijzen om zijn originele invalshoek en zijn lef om, anders dan veel debutanten, afstand te nemen van zijn eigen biografie. Maar verder is Armin niets meer of minder dan een voortgangsrapport: het boek dat je benieuwd maakt naar het volgende.
Copyright NRC Handelsblad BV