1-10-2010 - Toef Jaeger
Hopeloze hulpverlening
De beste boeken van de jaren nul, afl. 14: ‘Dead Aid’ (2009) van Dambisa Moyo
Met haar pleidooi om een punt te zetten achter de westerse ontwikkelingshulp aan Afrika, was de Zambiaanse Dambisa Moyo niet de eerste, maar wel de spraakmakendste.
Opeens was ze daar: de mooie Zambiaanse econome Dambisa Moyo die een bom legde onder de ontwikkelingshulp. Time Magazine riep haar in 2009 uit tot een van de 100 invloedrijkste personen ter wereld nadat haar bestseller Dead Aid, vertaald als Doodlopende hulp was verschenen. Omarmd werd ze door ontwikkelingshulpsceptici die door Moyo bevestigd zagen dat alle Afrikaanse leiders alleen maar corrupter werden door het toegestopte geld. Verguisd werd ze door hulporganisaties, die haar een eenzijdige visie verweten.
Wat was er aan de hand? De boodschap die Moyo verkondigt, is helder – en kwam deze keer niet van een mopperende witte man, zoals historicus Niall Ferguson in zijn voorwoord bij het boek stelt. In Doodlopende hulp schrijft Moyo dat hulpverlening in Afrika niet werkt: Afrika is niet rijker geworden, maar armer. Dat bewijst ze met pijnlijke en begrijpelijk heldere voorbeelden. Zo rekent ze de lezer voor dat wanneer de hulp die Zambia sinds 1960 ontving, was omgezet in investeringen, het bnp per hoofd van de bevolking aan het eind van de jaren negentig 20.000 dollar geweest was, in plaats van de 500 dollar die het nu is. ‘Dus zo staan we ervoor,’ concludeert Moyo, ‘zestig jaar, meer dan 1 biljoen dollar aan hulpverlening voor Afrika, en weinig goeds om te tonen’.
De stekker eruit, ook wel de cold turkey-methode genoemd, is de bondigste manier om het verhaal van Moyo samen te vatten. Anderen hadden iets vergelijkbaars gezegd, Peter Bauer bijvoorbeeld, aan wie het boek is opgedragen. Hij schreef al in de jaren zeventig dat ontwikkelingshulp de maatschappij schaadt, en alleen corrupte regeringen kweekt. Ex-Wereldbank- official Robert Calderisi schreef The Trouble with Africa, met een ondertitel die lijkt op die van Moyo, Why Foreign Aid Isn’t Working (2006). Ook econoom Paul Collier benadrukte in The Bottom Billion (2007) dat investeringen de middenklasse moeten laten groeien. Bill Easterly viel in The White Man’s Burden (2006) hard over de internationale hulporganisaties. Hij stelt ook de vraag waarom hulp zo weinigen bereikt. De Millenniumdoelen worden niet gehaald, maar niemand die daar de verantwoordelijkheid voor neemt.
Plagiëren
Niet alles wat Moyo aanhaalt, is dus nieuw. In een interview met deze krant (06.03.09) gaf ze zelf ook al aan dat ze ‘plagieert’. De reden dat juist háár boek zoveel weerklank vindt, is volgens Moyo het feit dat ze met radicale oplossingen komt: regeringen moeten binnen vijf jaar hun begroting financieren zonder ontwikkelingsgeld, maar door staatsleningen uit te schrijven, buitenlandse investeringen aan te trekken, export uit te breiden en door zich te richten op opkomende markten zoals India en China. Westerse landen moeten hun landbouwsubsidies stoppen zodat de markt makkelijker toegankelijk is voor Afrikaanse landen.
Daar komt bij dat Moyo, anders dan Bauer, de tijdgeest mee heeft: een steeds rechtser Westen wil liefst éérst de eigen problemen oplossen alvorens over de grens te kijken. Niet voor niets waarschuwde The Guardian dat Moyo’s argumenten door de verkeerde personen omarmd kunnen worden – politici die graag van ontwikkelingshulp af willen om kiezers te trekken.
En inderdaad, in Nederland wierpen politici zich op de mooie Moyo met een enthousiasme dat we niet meer gezien hebben sinds enkele VVD-ers zich ontfermden over Ayaan Hirsi Ali. Onmiddellijk trakteerde het toen-nog Kamerlid Arend Jan Boekestijn de toenmalige minister voor ontwikkelingssamenwerking op een Kamervraag trakteerde: ‘Kunt u verklaren waarom Paul Kagame [president van Rwanda] tegen Dambisa Moyo zegt af te willen van hulp en tegelijkertijd geld van de EU ontvangt?’ Koenders was met zo’n verzoek niet bekend, maar al probeerde hij aan de ene kant te doen alsof hij het een waardevolle bijdrage aan de discussie vond (‘Ik heb mevrouw Moyo ontmoet en al snel bleek dat we het behoorlijk met elkaar eens zijn’) liet hij zich aan de andere kant danig in de kaart kijken toen hij bij Nova verzuchtte Doodlopende hulp een ‘slecht boek’ te vinden.
Levenscyclus
Inhoudelijker reacties waren er ook. Niemand wilde ontkennen dat er iets moest gebeuren. Zo werd onderstreept hoe scheef het is dat boeren hier subsidie krijgen, terwijl er ontwikkelingshulp naar Afrika gaat. Nobelprijswinnares Wangari Maathai wees daar ook al op, onder meer in het positiever getoonzette The Challenge for Africa (2009). Voormalig secretaris-generaal van de VN Kofi Annan omschreef Doodlopende hulp als een ‘overtuigend pleidooi voor een nieuwe aanpak in Afrika’. René Groothuis, directeur van Cordaid, schreef in de Internationale Spectator: ‘Het huidige model van ontwikkelingssamenwerking is aan het eind van zijn levenscyclus. Veel langer dan twintig jaar geef ik het niet. Niet omdat het niets oplevert, maar omdat de kloof tussen wat het kan en wat het eigenlijk zou moeten zijn te groot is. Maar vooral omdat mevrouw Moyo, de Afrikaanse bisschoppen en zoveel anderen in Afrika, Azië en Latijns- Amerika die de rijkdom van hun eigen land kennen, zien dat het anders moet en kan’.
Maar Moyo kon ook op kritiek rekenen. Jeffrey Sachs, pleitbezorger van meer ontwikkelinghulp, vond de ideeën van Moyo verderfelijk omdat ze zouden kunnen leiden tot de dood van miljoenen mensen. Ook Kevin Watkins, mede-opsteller van het Human Development Report van de VN, verklaarde dat hulp wat betreft onderwijs en gezondheidszorg wél werkt.
Deze kritiek was van meer kanten te horen: Moyo is te gericht op de economische kant, zonder rekening te houden met de ‘zachte’ kant: onderwijs, gezondheidszorg en milieu. Moyo’s pleidooi voor meer China en minder Europa riep uiteraard de reactie op dat China het niet erg nauw neemt met democratie en zich ook weinig gelegen laat liggen aan het milieu. Dat laatste werd vorige maand nog bevestigd toen milieubewegingen en toeristenindustrie protest aantekenden tegen de plannen van Chinese investeerders om een snelweg aan te leggen dwars door het natuurpark Serengeti om mineralen zo snel mogelijk Afrika uit te krijgen.
Copyright NRC Handelsblad BV