3-10-2003 - Arnold Heumakers
Het gaat om een van Casanova`s vroegste liefdesavonturen, toen hij zeventien was en nog priesterstudent. Het meisje Lucia is pas veertien, en op het landgoed Pasiano nabij Venetië, waar hij logeert, brengt zij hem elke ochtend zijn ontbijt op bed. Ondanks de sprankelende onschuld van het meisje, kan dat niet goed gaan. Spoedig zijn beiden smoorverliefd, maar uit een kiesheid die hem daarna niet meer zal storen besluit Casanova haar maagdelijkheid te ontzien. Wanneer hij een paar maanden later vol verwachting terugkeert op het landgoed, blijkt Lucia te zijn verdwenen, bezwangerd weggelopen met een van de knechten, en rest Casanova alleen grondige spijt over zijn terughoudendheid. Vele jaren later ziet hij haar terug in Amsterdam, als een verlopen hoerenmadam, over wie we (in de vertaling van Theo Kars) lezen: `Lucia was niet rondweg lelijk geworden, maar iets wat veel erger was: weerzinwekkend`.
In Een schitterend gebrek krijgen we het verhaal van Lucia te horen. En zoals te verwachten was: het blijkt heel anders te hebben gezeten. Lucia is helemaal niet zwanger met een knecht weggelopen, dat fabeltje heeft ze zelf de wereld ingestuurd, opdat Casanova haar zou vergeten. Waarom? Omdat tijdens zijn afwezigheid de pokken haar gezicht hebben geruïneerd en zij als lelijke vrouw (in Venetië waar het uiterlijk alles bepaalt) nooit zijn ambitie om diplomaat te worden had kunnen ondersteunen. Uit liefde heeft zij zich voor hem weggecijferd.
Ook bij Japin komen Lucia en Casanova elkaar weer tegen in Amsterdam. Maar nu zonder elkaar meteen te herkennen. Lucia heeft als schuilnaam Galathée de Pompignac en draagt een voile om haar geschonden gelaat te verbergen, Casanova noemt zich chevalier de Seingalt. Hoewel Lucia van de betaalde liefde leeft, is zij allerminst `weerzinwekkend`. Zij heeft zich behoorlijk ontwikkeld. Eerst al op Pasiano, waar de gravin en een huisleraar zich over haar hebben ontfermd, en daarna tijdens haar omzwervingen, dankzij de wijze lessen van verlichte patroons, in het bijzonder die van haar Franse vriendin Zélide.
Het relaas van Lucia`s omzwervingen, in Italië, Frankrijk en tenslotte Amsterdam, geeft Japin alle gelegenheid om iets van de kleurrijke wereld van de achttiende eeuw tot leven te wekken. Telkens duikt daarbij de tegenstelling op tussen rede en gevoel, typerend voor de tweede helft van de eeuw, toen temidden van de Verlichting de Romantiek aarzelend de kop opstak.
Met behulp van haar verstand lukt het Lucia om zelfs onder de meest barre omstandigheden te overleven, maar door vriendin Zélide wordt zij ook op het belang van gevoel en intuïtie gewezen. Wanneer zij na Zélide`s dood besluit naar Amsterdam te gaan, loopt zij zowaar Rousseau tegen het lijf, de aartsvader van de Romantiek, nadat die zojuist heeft ontdekt dat rationele vooruitgang de mens niet per se beter maakt.
De tegenstelling speelt ook tussen Lucia en Casanova, wanneer ze elkaar in Amsterdam terugzien. Van hun vroegere idylle is nog alleen de herinnering over: beiden zijn door het leven getekend en veranderd, vooral wat betreft hun omgang met de liefde. Casanova blijkt (volgens Japin als gevolg van Lucia`s `bedrog`) de sympathieke, doch illusieloze en berekenende hedonist te zijn geworden, die we ook kennen uit zijn eigen memoires. Lucia daarentegen slaagt erin weer terug te keren naar haar oude liefde, paradoxalerwijs door Casanova ten tweede male te bedriegen. Alleen cijfert zij zich niet meer volledig weg, terwijl de tegenstelling (tussen gevoel en verstand) bij haar uitmondt in een soort synthese: op een verstandige manier kiest zij voor het gevoel. Zij werpt het `juk van de verstandelijkheid` af en durft op haar intuïtie te vertrouwen, waarvan zij leert dat het voor het eigen geluk belangrijker is om liefde te geven dan te bezitten.
Dat klinkt als een nogal brave moraal. Maar het knappe is dat Japin er glansrijk in slaagt deze moraal als een verrassende slotsom uit zijn verhaal te laten oprijzen. Daarvoor moet je een vakman zijn, en dat hij dat is bewijst Japin op elke bladzijde. Lucia`s zelfinzicht is in zekere zin verbijsterend simpel, maar zijn niet juist de simpelste dingen vaak het moeilijkst? Japin onderstreept deze – evenmin erg ingewikkelde – gedachte door van zijn roman een rijk complex van thema`s en motieven te maken, grote en kleine, die met meesterhand aaneen worden gevlochten en zo de uiteindelijke moraal van het boek ondersteunen.
Eenvoud en complexiteit versterken elkaar, en pas tegen het eind overzie je de vernuftige samenhang van het geheel en zijn delen. Een paar voorbeelden. Naar aanleiding van Lucia`s voiles bespreekt Japin de vrijheid die verborgenheid kan brengen (wie zich verbergt, leert ook zichzelf niet meer via andermans blik te beoordelen) – dezelfde verborgenheid die Lucia tenslotte haar geluk geeft doordat zij zich juist niet voor Casanova `ontsluiert`. De gegraveerde spiegels van Lucia`s grootvader, die diepte, een andere dimensie onder het oppervlak suggereren, illustreren de gedachte dat je de dingen kunt veranderen door er een andere blik op te werpen – precies dat wat voortdurend in deze roman gebeurt, waarin niets helemaal is wat het lijkt. De afkeer van `schaamte` (door Zélide ter sprake gebracht wanneer zij samen een stoombad bezoeken) en de lof van de `naaktheid` vormen weer een ander motief, dat vanuit een detail het geheel versterkt. Beide leiden immers tot zowel zelfkennis als zelfvertrouwen, dé voorwaarden die Lucia rijp maken om haar diepste `waarheid` te ontvangen.
Alleen de aanval op de Hollandse tolerantie (die nog geen `acceptatie` is, zoals Lucia tot haar schade mag ondervinden wanneer een relatie met een jood haar in het spinhuis brengt) lijkt me een beetje modieus. Voor het overige kan ik alleen maar bewondering hebben voor de soepele en elegante manier waarop Japin met deze thematische complexiteit een onderhoudende, spannende en (alsof het niet op kan) ook nog ontroerende roman heeft geschreven, voorzien van een solide plot, snedige dialogen, verrassende wendingen en een onverwachtse ontknoping.
Een schitterend gebrek is niet een roman waaruit een kwellende geobsedeerdheid spreekt. Integendeel. Japin is als schrijver heer en meester over zijn stof en hij doet geen moment zijn best om dat te verbergen. Tot in de stijl, die steeds dienstbaar en welluidend blijft, zijn we getuige van een superieur literair machtsvertoon, zonder dat het aanstoot geeft. Eigenlijk net als bij de rasverteller Casanova zelf. De chevalier de Seingalt hoeft zich daarom niet om te draaien in zijn graf, hij kan in alle rust trots zijn dat zijn memoires tot dit nooit bedoelde gevolg hebben geleid.
Aanvankelijk bedekte ik mijn gezicht alleen als ik het huis verliet. Door mij op die manier in te perken, ervoer ik een vrijheid die ik mij alleen uit mijn vroegste jeugd herinnerde. Sindsdien leef ik als herboren. Zolang ik door anderen niet gezien word, bekijk ik ook mijzelf niet meer. Verlost van het beeld dat ik van mezelf heb, kan ik mij weer zonder gevaar in de wereld begeven, zoals een kind onder de grote mensen. Zij zien mij niet langer als een van hen en staan mij daarom meer toe. Aan hun ernst hoef ik niet deel te nemen. Terwijl zij aan tafel zitten, kruip ik in gedachten tussen hun benen door over de grond. Een kind voelt wel het oordeel van de volwassenen, maar het weegt hem niet zo zwaar. Die onbezorgdheid hervond ik onder mijn vermomming. Zij bevalt mij zo goed dat ik de laatste jaren mijn voile ook binnenskamers nauwelijks nog afdoe, soms zelfs niet als ik alleen ben. In elk geval hul ik mij erin tijdens mijn werk. Daaraan schrijf ik mijn succes toe.
Uit: Arthur Japin: Een schitterend gebrek
Copyright NRC Handelsblad BV