Volg ons op

Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Afrikaanse brieven
 

Afrikaanse brieven

A. Rimbaud
Levertijd:
Leverbaar, 3-5 werkdagen
Prijs:
€ 24,00
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
POD editie
ISBN/EAN 9789029535601
Breedte (in mm): 116
Gewicht in (in gram): 375
Hoogte (in mm): 195
Dikte (in mm): 27
Taal: Nederlands
Bindwijze: Paperback
Genre: Biografieën literaire auteurs
Aantal pagina's: 328
Publicatiedatum (jjjjmmdd): 20010531
Auteur: A. Rimbaud
Vertaler: Per Justesen
Print dit artikel
7-12-2001 - NANNE TEPPER

De ware Hollandse rimbaldien stapelt zijn bureau natuurlijk vol met een deeltje Pléiade, zijn favoriete versvertalingen, drie meter biografie en vijftien meter interpretaties, alvorens in de brieven van de ziener-dichter op zoek te gaan naar opheldering omtrent het mysterie van Arthur Rimbaud, de jongeman die tijdens het Franse fin de siècle in luttele jaren een oeuvre componeerde, op zijn twintigste de brui gaf aan de kunst, en naar verre oorden vertrok om nooit weer een woord aan zijn artistieke werk vuil te maken. Maar de ervaring heeft minder devote liefhebbers geleerd dat Rimbaud lezen ook anders kan. Op tempo, en bij voorkeur met een overspannen brein. Vooral de prozaverzen zijn gebaat bij een `ontregeling der zinnen` van de lezer, al was het maar om het kaf van het koren te scheiden. Want naast meesterlijke prozaverzen, waarin Rimbaud met beide benen in de drek staat terwijl zijn brein het collectieve onderbewustzijn van de Europeaan op de korrel neemt, schreef de jongeling ook prutswerk, dat tegenwoordig vreemd genoeg doet denken aan het esoterische gezever waar een decenniumpje terug moderne managers op survivaltocht in de Ardennen zoveel baat bij leken te hebben. Burgermanspraat, zogezegd. Gelukkig is er voor de hongerige lezer nu eindelijk een verzameling vertaalde brieven voorhanden, zodat ook deze in vliegende vaart gelezen kunnen worden.

Je houdt als liefhebber natuurlijk wel even je hart vast voor je je aan dit boek zet. Stel dat we hier, zoals lang door kenners werd betoogd, louter kruideniersbrieven van een gesjeesde kapitalist aan zijn moedertje aantreffen, dan loop je het risico dat het mysterie van Rimbaud een flinke deuk oploopt. En van dat mysterie wil geen hond af. Welnu. Geen vrees. Hoewel de brieven die Rimbaud naar zijn familie (moeder en zuster, door hem lange tijd dodelijk aangeschreven als `beste vrienden`) stuurde hoofdzakelijk handelen over zijn neigingen een geslaagde zaken- en burgerman te worden (hetgeen hij overigens met meer dan genoeg zelfspot vaststelt), zijn er zinnetjes te over die de magie van vroeger ademen.

Het zijn de streken rondom de Rode Zee die door Rimbaud bereisd en ontdekt worden. Hij zoekt naar handel, bedenkt de meest wilde ondernemingen, beschimpt zowel de `domme negertjes` als de kolonialisatiepraktijken en beklaagt zich verder over alles wat hem voor de voeten komt. Als zijn moeder haar buik vol heeft van zijn geweeklaag en zijn dwaze uitvluchten om niet naar Frankrijk terug te keren, lepelt hij tussen neus en lippen door een rake oneliner op waarmee het thuisfront het weer een tijdje doen kan: `als ik me beklaag, dan is dat een soort van zingen.` En inderdaad, neem een zin als deze: `We stoven in de oven van het voorjaar, de huid druipt, de maag verzuurt, de hersens raaskallen, de zaken gaan beroerd, het nieuws is slecht.`

Want stiekem geniet Rimbaud van zijn ontberingen, van zijn vaak hopeloze ondernemingen (al zit hij nooit echt zonder geld) en van zijn onbezonnen tochten vanuit Aden het diepe Afrika in. De gretige gek in hem weet werkelijk van geen ophouden en de burgerman in hem doet vooral zijn beklag over het weer en de onnozelheid van zijn handelspartners. De dichter in Rimbaud mag misschien morsdood zijn, de manier waarop hij zijn avonturen in den vreemde formuleert en de binnenlandse twisten in kaart brengt wijst op een vastere hand van schrijven en een veel grotere zelfkennis dan hij als dichter bezat. En dat heeft minder met de leeftijd te maken, dan met zijn volkomen geslaagde vlucht.

Op de loop voor de kunst? Amehoela! De man is op de vlucht voor zijn moeder, en men kan hem daarin volkomen volgen. Justesen heeft gelukkig drie brieven van moeder aan Arthur opgenomen, maar alleen al de eerste voldoet. Je krabbelt tijdens lezing elk scheldwoord dat je kent in de kantlijn van het epistel van het bedillerige wijf. `Gelukkig, o gelukkig zij die geen kinderen hebben, of die niet van hen houden.` Inderdaad, nog liever een been kwijt, dan terug naar maman. Helaas heeft het niet zo mogen zijn. Op zijn sterfbed, terug in Frankrijk, laat het mens hem, na een lang verwacht weerzien, zonder dralen achter onder het mom: Niets meer aan te redden, de appeltjesoogst roept.

Opvallend genoeg bleef Rimbaud het leven altijd als een absurd uitgangspunt beschouwen (als we zijn bekering op zijn sterfbed tenminste durven te wantrouwen). Hij rept zich werkelijk naar het einde, voelt aan zijn water dat de dood hem inhaalt, en raakt hierdoor steeds opgeruimder van natuur. Dat hij aan slot van zijn leven toch weer in Frankrijk belandt en op zijn 37ste crepeert in Marseille mag genoeglijk duiden op het feit dat het lot de handschoen opgenomen heeft. Vanuit een of ander hiernamaals zal Rimbaud, na te zijn bijgekomen van zijn intrieste dood, dit met een bulderlach hebben beaamd.

Helaas, dat dient gezegd, is dit deeltje Privé Domein enkel aardig voor de liefhebber van Rimbaud. Wie briljante brieven lezen wil kan zich beter een deel Flaubert aanschaffen. Dat neemt echter niet weg dat zowel de eenvoudige liefhebber als de rimbaldien dit brievenboek na lezing zeer tevreden dichtslaat: patiënt overleden, mysterie intact. En wie zich een beeld wil vormen van de waanzin die Rimbaud tijdens zijn aardse nabestaan op de hielen zat, kan volstaan met het samenstellen van een lijst van de ontelbare boeken en goederen die hij uit Frankrijk komen liet.

Kunst zat er niet bij.



Copyright NRC Handelsblad BV