5-6-2009 - Ewoud Kieft
‘Geziene auteur, veel geprezen, maar telkens wordt gemeld dat je ten onrechte zo onbekend bent. Het is raar als het zo vaak wordt gezegd.’ In Verdwenen tijd, de nieuwe roman van Thomas Verbogt zegt de hoofdpersoon dit tegen een schrijver die hij ontmoet. Het is meteen een rake beschrijving van Verbogts eigen positie in de literaire wereld. Critici en collega-schrijvers roemen al jaren zijn melancholische romans en een stijl die naturel aandoet. En steevast voegen ze daaraan toe dat ze maar niet begrijpen dat Verbogt zo weinig gelezen wordt.
In Verdwenen tijd reageert de schrijver laconiek op de hem opgedrongen miskenning. ‘„Waarom zou ik zeuren … Ik wist als kind al dat ik schrijvend wilde leven, ik bedacht toen al de hele tijd van alles bij wat ik zag of meemaakte, alleen daarom was de wereld draaglijk, om dat hysterische woord maar eens te gebruiken … Laat mij maar in die wereld, dacht ik toen al, in míjn wereld, en dat denk ik nog steeds. Dáár…” hij wijst naar een gesloten deur, „…daarachter gebeurt wat ik wil dat er gebeurt. Ik kom er nauwelijks uit”.’
Deze voorkeur voor de rust en afzondering van de studeerkamer klinkt door in Verbogts hele oeuvre, dat bol staat van introspectie en bespiegelingen over de vergankelijkheid. Verdwenen tijd is daarop geen uitzondering. De hoofdpersoon Robert van Noorden is een kunstkenner die regelmatig opdraaft in culturele en minder culturele tv-programma’s en daar op de automatische piloot zijn commentaar op van alles en nog wat afdraait. In de tussentijd peinst hij over zijn jeugd, bezoekt hij een psycholoog en ontmoet hij vrouwen die hij vroeger heeft gekend – of gekend blijkt te hebben. Robert heeft het gevoel dat ten minste één van hen hem achtervolgt. Het verleden ligt constant op de loer.
Alles in Verdwenen tijd draait om de selectieve werking van het geheugen en om hoe verdrongen herinneringen een gevoel van wezenloosheid opwekken. We zijn wat we ons herinneren, luidt Verbogts boodschap, en dat verklaart ook waarom Robert zo lijdt onder het gebrek aan identiteit dat hij bij zichzelf vermoedt. Je kan niet ongestraft je verleden vergeten. Wat dat in het geval van Robert inhoudt blijkt aan het eind van het boek, wanneer de oorzaak van zijn schuldgevoel en zijn neiging om de werkelijkheid te ontvluchten eindelijk wordt onthuld. In deze ontknoping heeft Verbogt een mooi gevonden persoonsverwarring verwerkt, maar verder komt de climax kunstmatig over.
Het gedrag van Verbogts hoofdpersoon blijkt psychologisch helemaal verklaarbaar: een verdrongen jeugdtrauma is de boosdoener. En daar zit de zwakte van Verdwenen tijd. Er zit iets krampachtigs in de manier waarop Verbogt de logica van de psychologie op zijn karakters toepast. Roberts melancholie en introspectie wekken in het overgrote deel van de roman eigenlijk helemaal niet zo’n problematische indruk. Als lezer heb je niet het gevoel dat het hier gaat om een verknipte man die nodig met zichzelf in het reine moet komen, hooguit dat hij wat minder met zichzelf bezig zou mogen zijn. Verbogts hoofdpersoon lijkt eerder iemand die naar een heftig jeugdtrauma verlangt dan dat hij er daadwerkelijk onder lijdt.
De bespiegelingen in Verdwenen tijd zijn veel te zachtmoedig en luchtig om van een psychiatrisch geval afkomstig te zijn: ‘Er ruist alleen maar sfeervolle rust. Ik wacht op het moment dat ik daarnaar snak.’ Met zijn heldere beschouwende stijl weet Verbogt soms een mooie sfeer op te roepen, hoewel hij in sommige zinnen zijn hand overspeelt. Iets minder ‘verdriet’ dat door ‘opluchting wordt omhelsd’ of ‘gaten van drukte waarin ik eindeloos viel’ zou de roman goed hebben gedaan.
Verdwenen tijd zal niet de door Verbogts bewonderaars gewenste doorbraak betekenen. En net zo min als de schrijver in zijn roman wekt Verbogt de indruk daar ook maar één moment om te treuren. Daarvoor is hij te gehecht aan de vertrouwde binnenwereld van de introspectie.
streamer:
Verbogts hoofdpersoon lijkt iemand die naar een jeugdtrauma verlangt
Copyright NRC Handelsblad BV