Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Ik begrijp de moordenaar
 

Ik begrijp de moordenaar

M. Boog
Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 18,90
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
ISBN/EAN 9789059362024
Breedte (in mm): 124
Dikte (in mm): 15
Gewicht in (in gram): 190
Hoogte (in mm): 200
Taal: Nederlands
Bindwijze: Paperback
Aantal pagina's: 159
Genre: Literaire roman, novelle
Publicatiedatum (jjjjmmdd): 20090119
Auteur: M. Boog
Print dit artikel
30-1-2009 - Onbekend

Hij zal het zelf wel gedaan hebben. Die mild respectloze gedachte bekruipt je als je een paar pagina’s ver bent in het ‘politierapport’ dat de inhoud vormt van Ik begrijp de moordenaar van Mark Boog.

Dat rapport behelst de bevindingen van een naamloze politieagent die in de maanden voor zijn pensioen de opdracht krijgt om een dertig jaar oude moord op te lossen, de zogenaamde ‘molenmoord’. Een echt rapport is het niet, zo meldt de verteller. Hij begint met het weinig ambtelijke ‘Ik begrijp de moordenaar. Ik moet wel. Als iemand ernaar vraagt – wat overigens zelden gebeurt – leg ik uit dat hij net een mens is.’ Dan  excuseert hij zich voor de opdeling in hoofdstukken, de sprongen in de tijd, de persoonlijke ontboezemingen, de wisselende aanspreekvormen. Het rapport is, kortom, net een boek.

Zo maakt Boog al in het begin van Ik begrijp de moordenaar duidelijk dat de verteller even weinig betrouwbaar is als die in zijn eerdere drie romans. Daarvan is zijn debuut uit 2001 De vuistslag – het relaas van een man die zegt buiten zijn schuld in het ziekenhuis geslagen te zijn – de bekendste en de beste. Van dat boek heeft deze roman dan ook het meeste weg; door het geweld op de achtergrond en door de spanning die de plot met zich meebrengt.

Al is die spanning relatief, want al snel blijkt dat de ‘molenmoord’ (jonge vrouw gedood door zestien kogels in een door hitsige stelletjes gebruikte oude molen) er maar erg weinig toe te doen. De misdaad was destijds al ongeveer opgelost, de hoofdverdachte (minnaar van het slachtoffer) is inmiddels dood. Wie nog wél leeft is de weduwe van de verdachte – op zich een vrouw met een motief – maar wanneer de politieagent haar ontmoet, durft hij haar amper naar de moord te vragen. En hij ontmoet haar vaak, want zij verleidt hem en ze beginnen een affaire.

Zo is Ik begrijp de moordenaar een soort anti-detective, waarin weliswaar een moord centraal staat, maar waarin zowel die dienstdoende rechercheur als de auteur steeds minder belangstelling voor de zaak kunnen opbrengen. In zijn schijnbewegingen doet het boek wel wat aan wijlen Willem Brakman denken: de beschreven realiteit is maar van relatief belang, al is het maar omdat die zo moeilijk is te scheiden van de verbeelding van de verteller. Die gaat gepaard met veel suggesties en semi-absurditeiten, waarbij je soms – net als bij Brakman – de precieze bedoeling en structuur uit het oog verliest. Het levert verrassende scènes en impressies op, zoals het verlangen om met een vuurwapen te schieten op ‘een ster die vriendelijk flikkert en niet zo snel beweegt’.

Belangrijker dan de moord of het begrijpen van de moordenaar is het begrijpen van deze agent. Dat is een man die het leven altijd langs zich heen heeft laten gaan, inzake werk, vrouwen en vrijwel al het andere: ‘Iedereen  wordt onafgebroken in zijn eer aangetast. Alleen ik niet. Ik heb alles en iedereen maar over me heen laten komen. Uit vriendelijkheid, heb ik lang gedacht, of uit meegaandheid, lafheid zelfs, verlegenheid. Ik maak me boos, weet me aangevallen, maar verzuim vervolgens te handelen.’

Daar moet nu verandering in komen, zegt hij. Van een whodunnit wordt de roman steeds meer een doet-ie-het-of-doet- ie-het-niet, een boek ook over het verlangen om een daad te stellen en het onvermogen om die te volbrengen; over het onvermogen om aan het volle leven deel te nemen. Mark Boogs agent zet in de loop van het boek steeds meer stappen in de richting van de daad: hij bekeert zich tot seks en drank, koopt een pistool, maar de vraag blijft hoeveel kwaads je kunt verwachten van een man die over de grootste vernedering van zijn beroepsleven schrijft: ‘Pas achteraf begon de woede, die er in het begin werkelijk niet was, zelfs geen aanzet, en die ik me dus heb moeten aanmeten.’

Een man die een monster wil zijn, maar daar nu eenmaal niet voor geschapen is – het maakt de agent uit Ik begrijp de moordenaar tot het soort karakter dat ook de lezer bij de strot kan grijpen. Het spijtige is echter dat dat niet gebeurt. Dat komt door   zijn springerige gedachten, zijn misschien al te overtuigende achteloosheid of door de vaak herhaalde dilemma’s – echt tot leven wil deze man niet komen. Hem is zo het zelfde lot beschoren als de ‘molenmoord’: ‘De moord is opgelost: in het niets’.

Zo zijn de sterkste punten van Ik begrijp de moordenaar de zaken die eigenlijk tot de franje, de bijzaken behoren. Uitgesponnen ironische beelden als ‘het leven is een draaimolen en de illusie van vooruitgang is slechts vol te houden door de kermisbezoekers voortdurend te vervangen, door ze aan de ene kant af te voeren en aan de andere kant de poorten wijd open te zetten, misschien dat hun opvolgers belangwekkender zullen zijn.’ En daarnaast natuurlijk de hamvraag van elk moordboek: wordt er eigenlijk nog geschoten?



Copyright NRC Handelsblad BV