8-1-2009 - Onbekend
Het komt niet vaak voor dat een roman de naam draagt van een personage dat in het verhaal geen enkele handelende rol vervult. In het laatste boek van de Spaanse schrijver Álvaro Pombo is daar een goede reden voor. De Matilda Turpin uit de titel is al enkele jaren dood. Haar geest is niettemin de familie die ze heeft achtergelaten blijven beheersen. Zij is in elke scène van de roman aanwezig als een zwart gat waar haar man, haar drie kinderen, haar vrienden en huispersoneel als satellieten omheen blijven cirkelen, omdat ze nooit anders hebben gedaan.
Van de desintegratie van dit fragiele zonnestelsel doet Het fortuin van Matilda Turpin een bijna klinisch verslag. Bespiegelend en koel observerend beschrijft Pombo hoe Matilda’s echtgenoot Juan zich van een bezadigde oud-hoogleraar filosofie ontwikkelt tot een kille manipulator. Niet alleen praat hij zijn schoondochter het bed in. Hij stoot ook zijn kinderen van zich af en drijft het vriendenechtpaar dat decennialang de praktische zaken van de familie bestierde, tot zelfmoord.
Geen sympathiek personage dus, deze Juan, die met zijn verbale vermogens iedereen overtroeft – al is de ban waarmee hij voorheen zijn omgeving betoverde met de dood van zijn vrouw ongemerkt gebroken. Niet langer wil hij de tweede viool spelen, slechts in naam hoofd zijn van een familie waarin zijn vrouw zich na haar succesvolle moederschap ontwikkelde tot een zo mogelijk nog succesvoller zakenvrouw. Slinks maar onverbiddelijk neemt hij wraak op de ongelijkheid in hun huwelijk, waarin hij – ogenschijnlijk de man naar wiens wijsheden iedereen vol ontzag luisterde – in de schaduw werd gedrongen van een echtgenote over wier perfectie men nog lang niet is uitgepraat.
Pombo plaatst dit drama in het luxueuze landhuis aan de Spaanse noordkust waar Juan zich na zijn emeritaat heeft teruggetrokken en zijn kinderen hem vanuit Madrid af en toe komen opzoeken. Die hebben elk hun eigen sores. Zijn dochter wordt zozeer opgeslokt door een ogenschijnlijk gelukkig gezinsleven dat ze in het boek nauwelijks gestalte krijgt. Zijn ene zoon worstelt met de huwelijksvervreemding waar zijn eigen vader plots ruw tussen komt. De ander met zijn homoseksualiteit; hij komt het puberstadium maar niet te boven en moet ontdekken dat zijn jeugdvriendje een volwassen relatie heeft gekregen met een meisje uit het dorp.
Schrijnender nog is het lot van het echtpaar Antonio en Emilia, dat inwoont op het landgoed: hij als huisbewaarder, zij als secretaresse van de inmiddels overleden Matilda. Met haar dood worstelen zij misschien nog wel het diepst van allen. Vooral Emilia had een bijna mystieke band met de werkgeefster die gaandeweg haar vriendin was geworden, zoals Antonio zich sinds jaar en dag als vriend van Juan beschouwde. Wanneer de laatste hen gaat verstoten, zet zich een fatale ontwikkeling in gang die eindigt in de kille wateren van het nabijgelegen havenstadje.
Het landhuis van Juan, waar alle handelingen in het boek zich omheen afspelen, wordt in Het fortuin van Matilda Turpin een hogedrukketel waarin de schrijver zijn dramatische experimenten uitvoert. Ook zijn hoofdpersoon Juan bespeelt de mensen om hem heen met nieuwsgierige hand, om te zien hoe hun onderlinge chemie zich daaronder houden zal. In lange tafelbespiegelingen levert hij er commentaar op: analytisch, klinisch en afstandelijk, als een rationalistische filosoof die niets van romantisch humanisme, laat staan postmodernisme weten wil.
Van filosofische citaten en verwijzingen staan niet alleen Juans commentaren bol, maar ook het relaas van de naamloze verteller en net als Juan ontvouwt Pombo zijn verhaal op een bespiegelende, langzame en bijna indirecte manier. Elke gebeurtenis wordt van alle kanten tegen het licht gehouden en doordacht in al haar mogelijke betekenissen. Dat geeft het boek een traag karakter dat je, meer dan welke ideeënroman, ‘filosofisch’ kan noemen, zij het in een zeer specifieke opvatting van filosofie. Niet omdat daarin een grote wijsgerige gedachte wordt ontvouwd, maar doordat er op eindeloos reflexieve wijze wordt verteld.
Maar Juan kan zo levensvreemd niet zijn of ook zijn denken wil werkelijkheid worden. Niet in de gestalte van Matilda’s perfectie, die door iedereen in dit boek zo breed wordt uitgemeten dat zij er van de weeromstuit iets tuttig irritants door krijgt: een mengsel van Doris Day en Neelie Kroes. Juan zoekt het tegenover zoveel zoetigheid in het kwade, want ook dát is werkelijkheid, en hij slaagt daar goed in.
Dat doet Juan niet om zich te ontpoppen als een ‘egoïstische oude bok, een sadistische satraap’, zoals de flaptekst van deze Nederlandse vertaling wat al te opgewonden concludeert. Ook zijn immoralisme is filosofisch, in zekere zin belangeloos. Het toont wat koele rede vermag wanneer die zich niet langer ingesnoerd weet door de wetten van menselijk opzicht en fatsoen. Het ontleedt gevoelens liever dan dat het zich inleeft in de diepten van andermans gelaat. Het is logisch, helder en verlicht – maar er valt moeilijk mee te leven.
Als dit de strekking is die Pombo aan zijn filosofenboek heeft willen meegeven (en een andere strekking dient zich niet gemakkelijk aan), dan heeft hij deze knap omwikkeld met een intrige die in eerste instantie alles van een louter psychologisch drama heeft. Maar psychologisch realisme is nooit het karakter van Pombo’s oeuvre geweest. Ooit begon hij met lichtelijk vervreemdende romans over opgroeiende kinderen en hun verwarrende, polymorfe geslachtelijkheid: boeken met al even bevreemdende titels als De held van de mansarden van Mansard en Verschijning van het Ewigweibliche, Verteld door Z.M. de Koning.
Steeds breder werd daarna zijn blik, in romans die zich niet langer tot één protagonist beperkten, maar die verschillende hoofdrolspelers, vaak binnen één familie, hun plaats gaf: van de nog altijd niet vertaalde roman De meter van geïrridieerd platina tot het meesterlijke Onder vrouwen, dat alweer tien jaar geleden in het Nederlands verscheen. Met Het fortuin van Matilda Turpin, het zesde boek van Pombo dat nu is vertaald, heeft hij opnieuw een hoogtepunt bereikt in zijn vreemde, springerige en intrigerende oeuvre.
Het is een boek dat specifieke lezers vraagt, die bereid zijn geduld op te brengen, de bezinking haar werk te laten doen en vooral doorzettingsvermogen te tonen. Bijzonder is het vooral door de ervaring die het van lieverlee gaat oproepen en waarin de werkelijkheid zich uitsluitend in reflectie toont. Veel meer dan een psychodrama is Het fortuin van Matilda Turpin het drama van het denken zelf – wanneer het zich te veel naar binnen keert en alleen zichzelf nog wil bespiegelen.
Copyright NRC Handelsblad BV