11-6-2010 - Pieter Steinz
Toch zielig voor de proefkonijnen
Spectaculaire ontwikkelingen, spitse dialogen, ongebreidelde emoties. Waar doet ‘Affiniteiten’, Goethes roman over de chemie van relaties, toch aan denken?
Johann Wolfgang Goethe: Affiniteiten. Die Wahlverwandtschaften. Uit het Duits vertaald door
Het boek komt tot ons in een prachtig gebonden uitgave. Uitstekend vertaald, maar zonder voor- of nawoord. De enige uitleg is de binnenflaptekst, die duidelijk probeert te maken dat het hier een van de klassieken uit de wereldliteratuur betreft: Die Wahlverwandschaften van J.W. von Goethe, of, zoals de roman in het Nederlands is genoemd, Affiniteiten.
Goethe schreef Die Wahlverwandschaften in 1809 en verwerkte er zijn interesse voor de natuurwetenschappen in. Niet alleen stelt de auteur zich – zoals eigenlijk alle schrijvers – op als een laborant die zijn personages aan experimenten onderwerpt, ook laat hij zijn hoofdpersonen filosoferen over de parallellen tussen menselijke verhoudingen en chemische processen. Vooral in de liefde spelen de zogenaamde ‘affiniteiten’ een belangrijke rol. Wanneer twee met elkaar verbonden wezens worden geconfronteerd met een derde, verandert er van alles in hun relatie. Nog mooier is het als ‘vier tot dan toe twee aan twee verbonden wezens, met elkaar in contact gebracht, hun oorspronkelijke verhouding verlaten en zich opnieuw verbinden.’
Natuurlijk gebeurt juist dát in Affiniteiten. Het gelukkige huwelijk van de rijke edelman Eduard en de mooie Charlotte raakt in onbalans als de echtelieden eerst een jeugdvriend van van de man en vervolgens een nichtje van de vrouw in huis nemen. Al vrij gauw is Eduard verliefd op Ottilie en Charlotte op ‘de kapitein’. Wat begint als een in de hogere kringen gesitueerde zedenkomedie (die nog het meest doet denken aan A Midsummernight’s Sex Comedy van Woody Allen) eindigt als een tragedy of errors. Experiment geslaagd, proefkonijnen ongelukkig.
‘Het chemisch huwelijk’ noemde Gerrit Komrij zijn inmiddels dertig jaar oude toneelbewerking van Goethes laboratoriumroman. Terecht, want het huwelijk speelt de hoofdrol – wat niet zo vreemd is als je bedenkt dat de auteur zelf ten tijde van de conceptie van Die Wahlverwandtschaften met de liefde van zijn leven was getrouwd. ‘Het huwelijk is het begin en het toppunt van alle cultuur,’ zegt een van de personages, een man die als bemiddelaar bij Eduard en Charlotte komt. ‘Het maakt ruwen zacht, en biedt beschaafden de beste kans om hun mildheid te bewijzen. Het moet onontbindbaar zijn, want het brengt zoveel geluk dat elk ongeluk daarbij in het niet valt.’ Maar, zo kunnen wij na lezing van de roman concluderen, het heeft geen schijn van kans wanneer het een prooi wordt van de ‘affiniteiten’.
Affiniteiten heeft een wetenschappelijke inzet en grossiert in praktisch-filosofische oneliners als ‘Het is gemakkelijker lastige mensen te verdragen dan onbeduidende te dulden’ en ‘Je hoeft het ware alleen maar wonderlijk te formuleren, dan lijkt ten slotte het wonderlijke ook waar.’ Maar Goethe is eigenlijk op zijn best als hij de verliefdheden van zijn hoofdpersonen beschrijft, iets wat hij ook zo prachtig deed in de 35 jaar oudere Sturm und Drang-roman Die Leiden des jungen Werthers. Vooral de manier waarop hij de allesoverheersende en bijna kinderlijke liefde van Eduard voor Ottilie in woorden giet, is onvergetelijk. En dat Goethe niet alleen de verhevenheid hoog in zijn vaandel had staan, blijkt uit de Theater van de Lach-achtige scène waarin Eduard en Charlotte voor het eerst sinds tijden weer hartstochtelijk met elkaar vrijen omdat ze allebei bezeten zijn van zoete gedachten aan hun nieuwe liefdes: ‘In het donker wonnen meteen de innerlijke gevoelens, won de fantasie het van de werkelijkheid. Eduard hield alleen maar Ottilie in zijn armen, Charlotte zag, van dichtbij of van veraf, de kapitein voor zich, en zo raakten op wonderbaarlijke wijze het afwezige en het aanwezige verrukkelijk en gelukzalig met elkaar verweven.’
Uit deze perverse coïtus komt overigens het kind voort dat aan de basis staat van de slechte afloop van de roman. Want anders dan zijn bijna-tijdgenote (en verstokte huwelijksobservator) Jane Austen moest Goethe in zijn romans weinig hebben van een happy ending. Dat laatste bewaarde hij voor het grote toneelstuk waaraan hij zijn hele leven zou werken, en waarvan het eerste deel een jaar vóór Affiniteiten was verschenen: Faust.
Het is in de literaire kritiek zo ongeveer een cliché geworden om een (klassieke) roman te omschrijven als een soap; maar bij Affiniteiten kun je er nauwelijks omheen. De spectaculaire ontwikkelingen, de spitse dialogen, de ongebreidelde emoties – ze tonen Goethe als een van de voorlopers van het moderne televisiedrama. Met één verschil: hij heeft geen toneelspelers nodig om zijn verhaal tot leven te brengen.
Copyright NRC Handelsblad BV