Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Andere achterhuizen
 

Andere achterhuizen

Marcel Prins
Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 16,95
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
Andere Achterhuizen
ISBN/EAN 9789025367398
Breedte (in mm): 134
Dikte (in mm): 22
Hoogte (in mm): 215
Gewicht in (in gram): 416
Bindwijze: Paperback
Genre: Gebundelde columns en interviews
Aantal pagina's: 280
Publicatiedatum (jjjjmmdd): 20100401
Auteur: Marcel Prins
Print dit artikel
4-5-2010 - Jan Blokker
In 1945 wisten we nog weinig van de bezetting

Hoe zou het onderduikverhaal van Anne Frank er hebben uitgezien als ze het niet zelf had geschreven, maar het als overlevende van het Achterhuis (en van Bergen-Belsen) na de oorlog had verteld aan een intelligente interviewer? Nog authentieker? Ontroerender? Gedetailleerder? Geloofwaardiger, of juist minder geloofwaardig?
Miljoenen lezers zijn het er in de loop der jaren al dan niet onder ‘canonieke’ invloed over eens geworden dat in het meisje – ze was dertien toen ze begon, vijftien toen ze haar dagboek moest achterlaten – een onmiskenbaar literair talent school. Ze liet een uniek manuscript na, dat uitzonderlijk blijft omdat (of zolang) er niets vergelijkbaars is gevonden. Er zullen tijdens de bezetting vast wel meer bijzondere joodse kinderen als Anne Frank zijn geweest, maar die hebben niets opgeschreven. Of hun schriftjes zijn niet bewaard.
Strikt genomen bestaan in Nederland dus ook geen andere Achterhuizen dan dat ene aan de Amsterdamse Prinsengracht, en zou je de titel Andere Achterhuizen voor een bundel vertellingen van joodse onderduikers haast ‘ongepast’ kunnen noemen. Maar het mag samenstellers Marcel Prins en Peter Henk Steenhuis vergeven worden, want ze hebben via een simpele taakverdeling – de een interviewde, de ander bewerkte de gesprekken tot ik-verhalen – een vaak aandoenlijk boekje vol onvergetelijke herinneringen gemaakt; zoals ook Anne Frank ze in het hypothetische geval had kunnen vertellen.
Veertien oude mensen (van zeventigers tot eentje van bijna negentig) hebben bij stukken en brokken de geschiedenis van hun onderduik gereconstrueerd, en maken ons er alsnog deelgenoot van: van de angsten die ze uitstonden, van hun aangescherpte overlevingsinstinct, hun heimwee naar een broertje of zusje dat elders was, hun gevoel van beschermd zijn wanneer ze als joodse kinderen leerden knielen voor de gereformeerde God van hun pleeggezin, hun zwerftochten langs nieuwe adressen, de schokkende afloop als ze hun echte vader en moeder terugkregen, maar hun pleegouders niet wilden verlaten, hun nooit helemaal weggesleten wantrouwen: alle littekens van toen, die ze tot het graf zullen meedragen.
Prins moet zijn gesprekken met veel consciëntie gevoerd hebben, Steenhuis heeft ze stijlvast geredigeerd en tot ‘persoonlijke’ ontboezemingen bewerkt. Tegenover het voordeel dat je met één schrijver te maken hebt, staat misschien het nadeel dat hij al het interviewmateriaal naar z’n eigen hand heeft gezet. De veertien zijn gekozen uit uiteenlopende sociale milieus, het zijn mensen met verschillende achtergronden en karakters, maar in de verhalen is de diversiteit een beetje verloren gegaan, omdat ze allemaal vertellen zoals Steenhuis vertelt: helder, in spreektaal, onderkoeld, aangenaam.
Per vertellend personage zijn twee foto’s meegenomen: de eerste uit de tijd dat het kind of de jongeman/dame door de Duitsers ‘gezocht’ werd, en de laatste uit december 2009 of zelfs nog januari 2010: een bejaard iemand die alles heeft overleefd. De portretten brengen de gewezen onderduikers en hun leven op een terloopse manier heel dichtbij.
Judith Herzberg schreef voor Andere Achterhuizen een voorwoord dat begint met een alinea over ‘mensen die niet teruggekomen zijn’ – een begrip van vlak na de oorlog. Herzberg legt uit: ‘Dat was een nogal droge constatering. Hoe had het ook niet-droog kunnen zijn. Aan emoties viel nog niet te beginnen in 1945.’ Een mooi, eenvoudig zinnetje dat een tijdsbeeld nog even vastlegt – het beeld van dagen waarin de massamoord op de Europese joden bijna letterlijk nog niet ‘begrepen’ werd, en het woord Holocaust in dat verband nog moest inburgeren. In een ‘canon van de Duitse bezetting’ zouden anno 1945 vast nog geen 17 bladzijden (op ruim 170) zijn gewijd aan onderduiken, jodenvervolging, Anne Frank, Joodse Raad en vernietigingskampen. In 1945 moesten we nog veel leren over de vijf jaren die net achter de rug waren.
De canon – wordt dat niet langzamerhand een vervelend modeding? – is met alle aandacht voor het joodse volksdeel alsnog samengesteld door NIOD-medewerker David Barnouw. Hij heeft in zijn rijk geïllustreerde album de bezettingsgeschiedenis verbreed met hoofdstukjes over onze regering in ballingschap, over Wilhelmina en Gerbrandy en over de vrije restjes tropisch Nederland in de West – en opgerekt met de dekolonisatie van Indië, de wederopbouw, de zuivering en de Drie van Breda. Je kunt zeggen dat dat er allemaal ook wel een beetje bij hoort, maar er sluipt altijd iets arbitrairs binnen als je een strakke grens overschrijdt. Waarom ontbreekt bijvoorbeeld een mini-portret van het roddelnest Londen, vol mensen die aan de bezetting ontsnapten? Maar al het andere vind je er in terug: als in een onberispelijk schoolboek-voor- volwassenen.

Copyright NRC Handelsblad BV