Volg ons op

Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Beaux Arts Trio
 

Beaux Arts Trio

Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 34,95
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
“Uiteindelijk draait ook bij het musiceren alles om het verklanken van wijsheid en het werkelijk raken van je publiek. Maar inspiratie kan je niet afdwingen. Soms gebeurt het en soms niet. De schaarse momenten waarop het lukt zijn de meest gelukzalige van het musiceren. Menahem Pressler

‘Aan de wieg van het wereldberoemde Beaux Arts Trio stond pianist Menahem Pressler (1923), die in muzikaal, spiritueel en sociaal opzicht de rode draad vormde van het fameuze ensemble, dat door de Washington Post werd omschreven als ‘the gold standard for trios around the world’. Speciaal voor NRC Handelsblad stelde Pressler deze cd box persoonlijk samen.

Het Beaux Arts Trio maakte van meet af aan duidelijk dat een pianotrio méér inhoudt dan drie grote solisten een pianotrio van Haydn of Beethoven laten spelen. Ook wisten Pressler en zijn medeoprichters, de cellist Bernard Greenhouse en violist Daniel Guilet, het vooroordeel uit de wereld te helpen dat pianotrio’s doorgaans ontaarden in overheersend tumult op de vleugel, met daarnaast wat armzalig geveeg van de viool en gebrom van de cello.’ Wenneke Savenije, recensent klassieke muziek, NRC Handelsblad.
Print dit artikel

Wenneke Savenije in gesprek met Menahem Pressler

In de zomer van 1955 maakte het Beaux Arts Trio zijn debuut op het Berkshire Music festival. Op diezelfde locatie, inmiddels omgedoopt tot Tanglewood, vond op 21 augustus 2008 het allerlaatste concert plaats van dit legendarische trio, dat in de 53 jaar van zijn bestaan ruim 6000 concerten gaf en zo’n 60 opnames maakte, waarvan vele bekroond. Aan de wieg van het Beaux Arts Trio stond pianist Menahm Pressler (1923), die in muzikaal, spiritueel en sociaal opzicht de rode draad vormde van het fameuze ensemble, dat door de Washington Post werd omschreven als ‘the gold standard for trios around the world’.

Aan het niet aflatende enthousiasme van de nu 87-jarige Pressler, die nog altijd actief is als solist, kamermuziekspeler en pedagoog aan de University of Indiana, heeft het Beaux Arts Trio voor een belangrijk deel zijn langdurige succes te danken gehad. Pressler, die persoonlijk de samenstelling van deze cd-box verzorgde, was het kloppende muzikale hart en de samenbindende factor van het trio, dat diverse malen geconfronteerd werd met wisselingen van de wacht. Steeds opnieuw slaagde hij erin ook de jongere leden van het Beaux Arts Trio te doordringen van de artistieke noodzaak om op het gebied van balans, transparantie, klankschoonheid, timing, spanningsopbouw, dynamiek en frasering te streven naar de meest integere, genuanceerde en subtiele expressie van de diepste geheimen van elke partituur.

Het Beaux Arts Trio maakte van meet af aan duidelijk dat een pianotrio méér inhoudt dan drie grote solisten ad hoc een pianotrio van Haydn of Beethoven laten spelen. Ook wisten Pressler en zijn medeoprichters, de cellist Bernard Greenhouse en violist Daniel Guilet, al meteen het vooroordeel uit de wereld te helpen dat pianotrio’s doorgaans ontaarden in overheersend tumult op de vleugel, met daarnaast wat armzalig geveeg van de viool en gebrom van de cello.

Een ‘Glückspilz’, een geluksduivel, noemt de in Maagdenburg geboren Pressler zichzelf: ‘In mijn leven is het brood altijd gevallen met de boter naar boven. Vier weken voordat de oorlog uitbrak wisten mijn ouders met mijn broer, zus en mijzelf te ontkomen naar Trieste. Van daaruit bemachtigden we samen met andere Joodse vluchtelingen een plekje op de laatste boot die van Trieste naar Haifa zou varen. Aangekomen in Israel verkeerde ik in een shock. Ik kreeg geen hap meer door mijn keel, in tegenstelling tot nu. Wat hielp was mijn nieuwe pianoleraar Leo Kerstenberg, die me Beethoven liet spelen. Ik kwam er emotioneel weer bovenop door de schoonheid van zijn muziek.’

Vlak na de oorlog stuurde Kerstenberg zijn talentvolle leerling naar het Internationale Debussy Piano Concours in San Francisco, waar Pressler tot zijn verbazing de hoofdprijs won. Dat leidde in 1947 tot zijn debuut in Carnegie Hall, met Eugene Ormandy en het Philadelphia Orchestra.
‘In de Verenigde Staten ontmoette ik grootheden als Thomas Mann, Arnold Schönberg, Sigmund Freud, Igor Stravinsky, Oskar Kokoschka en de pianist Arthur Schnabel, die ook aan de Duitsers hadden weten te ontkomen. Ik besloot naar Amerika te emigreren, waar ik begon aan de opbouw van mijn solocarrière.’
Toen Pressler in 1955 zin kreeg om de pianotrio’s van Mozart te spelen, was het geluk hem opnieuw goed gezind. Hij hoorde cellist Bernard Greenhouse spelen en ‘smolt als boter in de zon’. Al even enthousiast was hij over het spel van de Russisch-Joodse violist Daniel Guilet, concertmeester van het NBC Symphony Orchestra, die in 1941 zijn eigen strijkkwartet in Amerika was begonnen. Beide musici bleken bereid Mozart met Pressler te spelen op een concert in Tanglewood. Na afloop was Charles Munch, de legendarische chefdirigent van het Boston Symphony Orchestra zó enthousiast, dat hij het ad hoc trio elk jaar wilde engageren. Daarmee was de geboorte van het Beaux Arts Trio een feit.

‘Vanaf het begin probeerden we muzikaal een ‘ménage a trois’ te zijn, maar dat viel niet mee. Ikzelf kon nog wel tegen de kritiek van Guilet, die elke opmerking afwisselde met een vloek. Maar Greenhouse werd furieus en dat leidde tot heftige woordenwisselingen. Mijn voornaam betekent ‘verzoening’ in het Hebreeuws. Misschien wel daarom slaagde ik erin de ruzies tussen Greenhouse en Guilet tot bedaren te brengen. Een trio vormen is net zoiets als een huwelijk. Het gaat erom dat drie musici bereid moeten zijn hun ego te sublimeren tot het ‘ego’ van het trio. Een trio is niet de optelsom van drie instrumenten, het is een instrument op zichzelf. Uiteindelijk is Greenhouse 32 jaar bij het Beaux Arts Trio gebleven en Guilet heeft het 14 jaar uitgehouden.’

In 1969 werd violist Isidore Cohen, een fervent kamermuziekspeler, de opvolger van Guilet. Cellist Peter Wiley verving 18 jaar later Greenhouse, waarna violiste Ida Kavafian in 1992 Cohen opvolgde. Met violist Young Uck Kim en cellist Antonio Meneses volgde in 1998 nieuwe wisselingen van de wacht. En toen violist Kim ernstige nekproblemen kreeg, volgde de Britse violist Daniel Hope hem in 2002 op als de nieuwe en laatste primarius van het Beaux Arts Trio, dat door alle stormen heen steeds weer zijn eigen geluid wist te hervinden en behouden, met legendarische opnames van ondermeer alle pianotrio’s van Haydn, Mozart en Beethoven tot resultaat.
Pressler prijst zich gelukkig dat hij zolang een pianotrio mocht aanvoeren dat keihard studeren altijd heeft weten te koppelen aan de vreugde en opwinding van het musiceren. ‘Een halve eeuw deel uitmaken van het Beaux Arts Trio was een groot avontuur. We reisden samen, aten samen, ruzieden samen en deelden onze successen en mislukkingen. Dat paste beter bij me dan het eenzame bestaan van een solist. Het hield me scherp en jong. De muziek zelf gaf me de energie. Ik hou van muziek. Ik ben altijd op zoek naar de geheimen ervan, zelfs wanneer ik een stuk al tientallen keren heb uitgevoerd. Bij mijzelf verdwenen er de laatste jaren misschien wel eens een paar nootjes onder tafel, maar het Beaux Arts Trio als geheel wist zich muzikaal steeds weer te verdiepen en verfijnen. Ik zie het ook als een voorrecht dat hedendaagse componisten als Kurtág, Turnage, Rorem, Baker en Rochberg stukken voor ons wilden componeren. Wij hebben, net als bij Haydn en Beethoven, geprobeerd de zon over hun noten te laten schijnen.’
Mozart was ervan overtuigd dat de melodie de essentie vormt van alle muziek. Zo denkt ook Pressler erover, wiens subtiele spel bij uitstek warm en zangerig is. Zijn specifieke toucher dankt hij aan zijn oude collega Guilet: ‘Hij zei een keer tijdens een repetitie dat een bepaalde passage moest klinken “als regendruppels”. Dat ben ik toen gaan proberen. Uiteindelijk ben je als musicus zelf bepalend voor de klank. Je stopt in een instrument wat er in je zit. Als ik vier pianostudenten les geef op dezelfde vleugel, klinkt het alsof ze op vier verschillende instrumenten spelen.’

Hoewel Pressler bekend staat als een harde werker die technisch niets aan het toeval overlaat en ook vaak gespeelde stukken blijft studeren alsof elke noot en elke frase voor het eerst moet worden uitgevonden, is hij samen met zijn collega’s tijdens concerten maar op één ding uit: het onthullen van de muzikale essentie.
‘Om een groot musicus of pianotrio te zijn moet je, nadat alle muzikale en instrumentale hindernissen overwonnen zijn, de hoogste top van het musiceren zien te bereiken. Dat is de inspiratie, het samenvallen met de spirit van de muziek. De enige manier om dat punt te bereiken is je eigen geest verrijken, bijvoorbeeld door boeken te lezen en schilderijen te bekijken. Wanneer je naar Rembrandt kijkt gaat het niet om het plaatje, maar om wat dat schilderij in je losmaakt. Wat het met je doet, met je psyche, je emoties, je innerlijk- dat als een vulkaan ligt te rommelen, soms in slaap en soms explosief. Méér nog dan alle andere kunsten kan muziek uitdrukken wat niet in woorden te zeggen valt. Het is de taak van een musicus die essentie en kracht te tonen, haar op te graven, bloot te leggen en klank te geven. Uiteindelijk draait ook bij het musiceren alles om het verklanken van wijsheid en het werkelijk raken van je publiek. Maar inspiratie kan je niet afdwingen. Soms gebeurt het en soms niet. De schaarse momenten waarop het lukt zijn de meest gelukzalige van het musiceren. In Duitsland noemen ze dat Stern-Stunde.’

De kamermuziek staat voor Pressler en zijn voormalige collega’s van het Beaux Arts Trio zo mogelijk nog dichter bij de hemel dan alle andere muziek.
‘Kamermuziek wordt ten onrechte door veel mensen gezien als iets voor de elite. Maar de kamermuziekwerken van Haydn, Beethoven, Mozart, Schubert, Brahms, Mendelssohn en Schumann behoren tot de mooiste muziek die ooit geschreven werd. Vergelijk het maar met de literatuur. Het gaat niet alleen om de bestsellers, ook poëzie is belangrijk. Nog altijd worden de gedichten van Schiller gelezen, net als de sonnetten van Petrarca en Shakespeare. Die behoren tot de meest verfijnde uitingen in taal, het zijn de juweeltjes voor fijnproevers. Zo is het ook met de kamermuziek, de meest intense en sensitieve muziek die wij kennen. Hun leven lang zijn mensen bezig zichzelf zeker te voelen en gerust te stellen. Maar is het niet ook van groot belang om te zoeken naar schoonheid, naar verdieping en raffinement, naar het buitengewone? Zodat je wanneer je dood gaat niet hoeft te denken: “Is dit nu alles waarvoor ik heb geleefd?” Het is belangrijk om het leven te vullen met dingen die echt interessant zijn en dat dan ook heel serieus te nemen. Dat geeft mensen een doel voor het leven. En de muziek is voedsel voor onze ziel.

Kamermuziek is een taal zonder uiterlijk vertoon, zoals dat vaak het geval is bij grote symfonieën of virtuoze soloconcerten. In een pianotrio zijn alle musici even belangrijk. Als trio verklank je de mooiste dromen, grote passies, ultieme schoonheid. Het vergt levenslange inspanning om dat op een genuanceerde en verfijnde manier te kunnen doen. Ik voel me soms net Columbus. Het ontdekken van muzikale wijsheid geeft energie en, als de inspiratie toeslaat, krijgen zowel de musici als het publiek godenvleugels.’

CD1
Joseph Haydn 1732-1809
Piano Trio in C, H.XV No. 27
1 1 Allegro 6’59
2 2 Andante 5’41
3 3 Finale (Presto) 4’37
(p) 1969

Piano Trio in A, H.XV No. 18
4 1 Allegro moderato 8’00
5 2 Andante 4’24
6 3 Allegro 3’45
(p) 1972

Piano Trio in E Minor, H.XV No. 12
7 1 Allegro moderato 6’52
8 2 Andante 6’13
9 3 Rondo (Presto) 3’58
(p) 1976
Piano Trio in G, H.XV No. 25, “Gipsy”
10 1 Andante 6’57
11 2 Poco adagio Cantabile 6’17
12 3 Rondo all’Ongarese (Presto) 3’16
(p) 1969

CD2
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Piano Trio No. 5 in D, Op. 70 No.1 “Geistertrio”
1 1 Allegro vivace e con brio 10’17
2 2 Largo assai ed espressivo 11’36
3 3 Presto 8’13
(p) 1979

Piano Trio No. 7 in B flat, Op. 97 “Archduke”
4 1 Allegro moderato 14’12
5 2 Scherzo (Allegro) 6’41
6 3 Andante cantabile, ma però con moto - Poco più adagio 13’36
7 4 Allegro moderato 6’52
(p) 1979

CD3
Ludwig van Beethoven 1770-1827
Piano Trio No. 6 in E flat, Op. 70 No. 2
1 1 Poco sostenuto - Allegro ma Non troppo 10’22
2 2 Allegretto 5’37
3 3 Allegro ma Non troppo 5’32
(p) 1979

Piano Trio No. 9 in E flat, WoO 38
4 1 Allegro moderato 4’48
5 2 Scherzo (Allegro ma Non trOp.po) 5’32
6 3 Rondo (Allegretto) 5’22
(p) 1979

Concerto for Piano, Violin, and Cello in C, Op. 56
7 1 Allegro 17’15
8 2 Largo - 4’49
9 3 Rondo alla Polacca 12’07
(p) 1991


CD4
Franz Schubert 1797-1828
Piano Trio No. 1 in B flat, Op. 99 D 898
1 1 Allegro moderato 10’38
2 2 Andante un poco mosso 10’00
3 3 Scherzo (Allegro) 6’05
4 4 Rondo (Allegro vivace) 8’39
(p) 1966

Piano Trio No. 2 in E flat, Op. 100 D 929
5 1 Allegro 12’38
6 2 Andante con moto 8’54
7 3 Scherzo (Allegro moderato - Trio) 6’53
8 4 Allegro moderato 12’38
(p) 1966

CD5
Felix Mendelssohn 1809-1847
Piano Trio No. 1 in D Minor, Op. 49
1 1 Molto allegro ed agitato 8’56”
2 2 Andante con moto tranquillo 6’18”
3 3 Scherzo (Leggiero e vivace) 3’23”
4 4 Finale (Allegro assai appassionato) 8’23”
(p) 1967

Piano Trio No. 2 in C Minor, Op. 66
5 1 Allegro energico e con fuoco 10’23”
6 2 Andante espressivo 6’30”
7 3 Scherzo (Molto allegro quasi presto) 3’22”
8 4 Finale (Allegro appasionato) 7’09”
(p) 1967

Robert Schumann 1810-1856
Piano Trio No. 3 in G Minor, Op. 110
9 1 Bewegt, doch nicht zu rasch 9’59”
10 2 Ziemlich langsam 5’45”
11 3 Rasch 3’49”
12 4 Kräftig, mit Humor 7’21”
(p) 1971

CD6
Johannes Brahms 1833-1897
Piano Trio No. 1 in B, Op. 8
1 1 Allegro con brio 15’04”
2 2 Scherzo (Allegro molto) 6’18”
3 3 Adagio 8’40”
4 4 Allegro 6’24”
(p) 1985

Antonín Dvorák 1841-1904
Piano Trio in E Minor, Op. 90 “Dumky”
5 1 Lento maestoso - Allegro vivace, quasi doppio movimento -
Tempo I - Allegro molto 4’31”
6 2 Poco adagio - Vivace Non troppo 7’34”
7 3 Andante - Vivace Non troppo - Andante - Allegretto 6’29”
8 4 Andante moderato (Quasi tempo di marcia) - Allegretto scherzando -
Meno mosso - Allegro - Moderato 6’02”
9 5 Allegro 3’59”
10 6 Lento maestoso - Vivace, quasi movimento - Lento - Vivace 4’43”
(p) 1969

CD7
Frédéric Chopin 1810-1849
Piano Trio in G Minor, Op. 8
1 1 Allegro con fuoco 10’46”
2 2 Scherzo (Con moto ma Non troppo) 6’57”
3 3 Adagio sostenuto 6’12”
4 4 Finale (Allegretto) 5’44”
(p) 1970

Pjotr Iljitsj Tchaikovski 1840-1893
Piano Trio in A Minor, Op. 50
5 1a Pezzo elegiaco (Moderato assai - Allegro giusto - 9’41”
6 1b Adagio con duolo e ben sostenuto - Allegro giusto) 8’37”
7 2 Tema con variazioni’ Andante con moto 1’01”
8 Var I L'istesso tempo 0’52”
9 Var II Più mosso 0’37”
10 Var III Allegro moderato 0’58”
11 Var IV L'istesso tempo 1’17”
12 Var V L'istesso tempo 0’40”
13 Var VI Tempo di valse 2’25”
14 Var VII Allegro moderato 1’27”
15 Var IX Andante flebile, ma Non tanto 2’40”
16 Var X Tempo di mazurka 1’58”
17 Var XI Moderato 2’15”
18 Variazione finale e Coda (Allegretto risoluto e con fuoco) 7’01”
(p) 1970

CD8
Sergei Rachmaninoff 1873-1943
1 Trio élégiaque No. 1 in G Minor for Piano, Violin and Cello 15’06”

Trio élégiaque No. 2 in D Minor, Op. 9 for Piano, Violin and Cello
2 1 Moderato - Allegro vivace - Meno mosso - Allegro -
Moderato - Piu vivo - Maestoso - Allegro moderato 18’28”
3 2 Quasi variazione 19’55”
4 3 Allegro risoluto - Allegro molto - Tempo rubato -
Moderato - Meno mosso - Moderato 7’50”
(p) 1985

CD9
Bedrich Smetana 1824-1884
Piano Trio in G Minor, Op. 15
1 1 Moderato assai 10’53”
2 2 Allegro, ma non agitato - Alternativo I (Andante) -
Tempo I - Alternativo II (Maestoso) - Tempo I 7’16”
3 3 Finale (Presto - Meno presto, tranquillo assai -
Grave, quasi marcia - Tempo I) 8’17”
(p) 1970

Charles Ives 1874-1954
Trio for Violin, Cello & Piano
4 1 Trio - Andante moderato 5’45”
5 2 Tsiaj - Presto 5’59”
6 3 Moderato con moto 13’01”
(p) 1974

Dmitri Shostakovich 1906-1975
Piano Trio No. 2, Op. 67
7 1 Andante - Moderato - Poco più mosso 7’19”
8 2 Allegro con brio 2’40”
9 3 Largo 5’01”
10 4 Allegretto - Adagio 9’37”
(p) 1974

CD10
Maurice Ravel 1875-1937
Piano Trio in A Minor
1 1 Modéré 10’36
2 2 Pantoum (Assez vif) 4’19
3 3 Passacaille (Très large) 8’29
4 4 Final (Animé) 5’13
(p) 1982

Ernest Chausson 1855-1899
Piano Trio in G Minor, Op. 3
5 1 Pas trOp. lent 10’09”
6 2 Vite 3’56”
7 3 Assez lent 8’24”
8 4 Animé 8’33”
(p) 1982

CD11
Ned Rorem 1923-
Spring Music
1 1 Aubade 4’19”
2 2 Toccata 4’44”
3 3 Fantasia 11’01”
4 4 Bagatelle 2’08”
5 5 Presto 3’36”
(p) 1993

David N. Baker 1931-
Roots II
6 1 Incantation 5’09”
7 2 Dance in Congo Square 4’17”
8 3 Sorrow Song 5’42”
9 4 Boogie Woogie 5’44”
10 5 Jubilee 4’45”
(p) 1993

George Rochberg 1918-2005
Piano Trio No. 3
11 Summer, 1990 20’35”
(p) 1993