19-2-2010 - Stine Jensen
Geen witte bil op een zwarte bril
Ophef rondom het negro-dialect van Kathryn Stockett in ‘Een keukenmeidenroman’
Kathryn Stockett zou zich in ‘Een keukenmeidenroman’ een zwart slachtofferverhaal hebben toegeëigend. Is dat erg? En als dat niet erg is, wat is dan wel het probleem?
Exit Dan Brown. Ineens was daar de volstrekt onbekende debutante Kathryn Stockett die hem met The Help van zijn troon stootte. Haar boek, dat eerst door vijftig literair agenten zou zijn afgewezen, prijkte weken bovenaan de bestsellerlijsten in Amerika.
Geen wonder: The Help is een echte bookclub darling: een vlot leesbaar verhaal over het leven van zwarte huishoudelijke hulpen die blanke kinderen opvoeden in het gesegregeerde Zuiden van Amerika begin jaren zestig. De 23-jarige blanke Eugenia Skeeter uit Mississippi, zelf grootgebracht door een zwarte hulp, besluit hun verhalen op te tekenen. Het idee komt niet van haarzelf, maar van een zwarte hulp, Aibileen. Het perspectief ligt afwisselend bij Skeeter, die verwoede pogingen onderneemt om zwarte hulpen aan het praten te krijgen over hoe het is om te werken voor blanke mensen, en bij twee zwarte hulpen die besluiten aan haar boek mee te werken, Minny en Aibileen.
Het mag geen verbazing wekken dat het leven van een zwarte hulp niet altijd een feestje is: zo krijgt Aibileen te maken met de vernederende invoering van de ‘zwarten-wc’ – haar mevrouw wil niet meer met haar bil op dezelfde bril. En de aanwezigheid van Minny wordt verzwegen gehouden door Celie, zodat zij iedere avond ten overstaan van haar werkende echtgenoot met de eer van Minny’s fantastische kookkunsten kan strijken.
Rondom The Help is enige ophef ontstaan. Er kwam kritiek op de karikaturale portrettering van zwarte werksters. Anders dan bij de onrust rondom Vuijsjes Alleen maar nette mensen, die het verwijt kreeg zwarte vrouwen te reduceren tot hun exotische lichamelijkheid, spitst de kritiek zich hier toe op het ‘negro-dialect’. De zwarte personages spreken voortdurend met een plat accent, terwijl de blanke personages perfect Amerikaans spreken. De Afro-Amerikaanse Percival Everett maakte als geen ander het bezwaar van het overmatig gebruik van het negro-dialect duidelijk in zijn kritische roman Erasure. Daarin laat hij een zwarte onopgemerkte schrijver foeteren over het succes van The Color Purple en een ironisch bedoeld boek in zwart dialect schrijven om duidelijk te maken hoe storend het is dat zwarte personages nooit in volzinnen kunnen praten. De ironie wordt echter niet opgemerkt en zijn boek wordt prompt een hit. De Amerikaanse zwarte feministe Bell Hooks heeft dit fenomeen ooit omschreven als de behoefte van cultuurconsumenten aan een ‘snufje authenticiteit’ als het om zwarte personages in populaire cultuur gaat. In de Nederlandse vertaling is het bedoelde authenticiteitseffect van het platte zwarte dialect overigens verloren gegaan – en komt het weinige dialect dat is overgebleven eerder gezocht over (‘ik wor’ of ‘effe’).
De grootste kritiek richt zich op de schrijfster zelf. De blanke Stockett zou zich een zwart slachtofferverhaal hebben toegeëigend. ‘Ik wil de Afro-Amerikaanse versie van The Help lezen’, schreef een woedende blogster. Volgens deze problematische redenering zou een zwarte schrijfster, omdat ze zwart is, meer recht of kennis hebben op een verhaal over zwarte hulpen of een zwarte schrijfster zich beter niet over blanken kunnen uitlaten, een kritiek die overigens ook Harriet Beecher Stowe, de schrijfster van De negerhut van Oom Tom, ten deel viel. Bovendien lijkt dergelijke kritiek onterecht, want Stockett weet wél waar ze het over heeft: ze is dan geen zwarte hulp geweest, maar ze is wel opgegroeid in Mississippi en grootgebracht door een zwarte huishoudster.
Dat er toch iets wringt, komt door Stocketts al te nadrukkelijke uitleggerigheid. Neem de verantwoording van het boek, waarin de schrijfster aangeeft dat ze bang was om ‘een grens te overschrijden door met de stem van zwarte mensen te schrijven’. En de schrijfster legt ons ook ‘de essentie’ van het boek uit door aan te geven welke bespiegeling uit haar eigen boek haarzelf het meest ontroerde: ‘We zijn gewoon twee mensen. Er is niet zo veel dat ons van elkaar scheidt. Lang niet zo veel als ik dacht.’ Ze voegt daar aan toe dat ze nooit aan hun eigen hulp Demetrie vroeg: ‘hoe het voelde om zwarte te zijn’ en dat dit boek bedoeld is om die vraag te onderzoeken en haar alsnog te bedanken.
Dit boek is geboren uit een goed idee gecombineerd met raciaal schuldgevoel en dat is weliswaar sympathiek, maar het levert niet per definitie goede literatuur op. De zwarte personages zijn te naïef en de witte te naar om echt interessant te zijn; het racisme is daarmee zo eenzijdig en schematisch dat je als lezer geen gevoel van onbehagen bekruipt over de situatie, maar over de karikaturen aan beide zijden van het kleurspectrum in het boek. De oplossing zoekt Stockett in het personage van Miss Skeeter, en dat is tevens het personage dat het beste uit de verf komt. Zij komt tijdens haar zoektocht naar hulpen ook een zwarte hulp tegen die zegt dat ze niet mee wil werken en haar uitbuiting verwijt. Aardiger is de vondst om Skeeter en de zwarte hulpen te laten praten over de titel van het boek. Ze besluiten het ‘eenvoudig’ te houden en kiezen voor ‘The Help’. Het boek verschijnt met ‘het mooiste omslag’ dat Skeeter ooit zag, namelijk met vredesduiven. En zie daar, dat is ook het omslag van de Amerikaanse versie van het boek. Het boek, kortom, dat je in handen hebt, is ook het boek waarover je leest.
De Nederlandse uitgever kwam met een mooier omslag en de betere titel. Door The Help Een keukenmeidenroman te noemen, krijgt het boek een vermakelijke zelfreflectieve ironische knipoog en siert iedere fijne moraal en vredesduif plots het genre. Nu kunnen we het gewenste hoopvolle emancipatoire einde, zoals we het kennen uit The Color Purple, beter hebben. Uit de pen van een blanke schrijfster wordt uiteindelijk een zwarte schrijfster geboren: op de laatste bladzijde stapt Aibileen, hoewel ze is ontslagen, opgewekt de toekomst tegemoet en overweegt ze schrijfster te worden. Het was per slot van rekening háár idee, en het gaat om de verhalen uit háár gemeenschap. Het gaat allemaal goed komen met Aibileen. En zo hoort het ook in de betere keukenmeidenroman.
Copyright NRC Handelsblad BV