11-2-2011 - Toef Jaeger
Scepticus tussen de bottengooiers
Vier broers wurgen hun tweeënveertigjarige tante, verwijderen haar tong en kaak, en laten de rest van het lichaam achter tussen de bananen. Wanneer de dorpsbewoners de vrouw vinden, weten ze onmiddellijk wie de daders van deze moord moeten zijn. De broers, die verdacht worden van zwarte magie, worden gevonden en in elkaar geslagen. Twee van hen weten te ontsnappen, de andere twee worden gedood en in een latrine gegooid. Wanneer agenten de twee dode broers in het riool vinden, arresteren ze vijftien dorpsbewoners. ‘Een eigenaardig legalistisch geluid in dit verhaal over barbaarse toestanden op het platteland’, concludeert V.S. Naipaul in Het masker van Afrika.
De spanning tussen traditie en wet komt Naipaul vaker tegen wanneer hij reist door Oeganda (waar dit voorval zich afspeelt), Nigeria, Ghana, Ivoorkust, Gabon en Zuid-Afrika. Het ‘Afrikaanse geloof’ vormt de rode draad tijdens de reis met daaraan gekoppeld de vraag of dat geloof wordt ontwricht door de moderne wereld.
Het is merkwaardig dat Naipaul het heeft over ‘het’ Afrikaanse geloof, alsof zoiets zou bestaan. Maar iedereen begrijpt wel wat hij bedoelt: medicijnmannen, botjesgooiers, tovenaars. De fascinatie ervoor is in het Westen minstens zo groot als in sommige Afrikaanse landen, misschien wel groter. Het bevestigt het beeld dat we hier hebben van traditionele godsdienstbeoefenaars: allemaal Jomanda’s, op wie we neerkijken, en die we willen ontmaskeren, maar voor wie we tegelijkertijd ook bang zijn.
Je zou verwachten dat het Naipaul om dat ontmaskeren te doen was. Altijd ging het hem al om het ontmythologiseren van culturen of om het genadeloos aanklagen van mensen die in het kolonialisme aanleiding zagen om in een slachtofferrol te blijven hangen. Die ergernis vind je in Het masker van Afrika terug wanneer hij in Zuid-Afrika spreekt met een ‘Zoeloetraditionalist’. Deze ‘traditionalist’ is kwaad over alle westerse invloeden en heeft zijn christelijke ketens van zich afgeschud. Wanneer de man zijn beklag doet over fastfoodketens die alleen westerse hapklare brokken verkopen, is Naipaul er klaar mee. ‘Het begon te willekeurig en oppervlakkig te worden’, en hij stapt op.
Kalebasjes
In Nigeria doet zich een vergelijkbare ergernis voor. Aan een ‘babalawo’ vraagt hij of zijn dochter zal trouwen. Een merkwaardige vraag voor iemand die geen dochters heeft, maar er komt antwoord. De babalawo geeft Naipaul schelpen met het verzoek erop te blazen. ‘Hij pakte de kalebasjes en mompelde een soort bezwering. [...] De babalawo zei: „Het meisje zal niet trouwen. U hebt veel vijanden”.’ Een score van 50 procent. Op de onbeantwoordbare vraag – klassieker in de categorie Is de koning van Frankrijk kaal? – had geen antwoord mogen komen, maar het tweede deel van de diagnose van de babalawo klopt maar al te goed.
Dat Naipaul veel vijanden heeft blijkt ook weer uit de reacties op dit boek. New Black Magazine zette als kop boven de recensie: ‘De racist keert terug naar Afrika’. Ook anderen benadrukten dat Naipaul ‘liefde voor Afrika’ mist. Maar is dat wel verwijtbaar? De eis om met liefde over een gebied te schrijven, komt voort uit een minderwaardigheidsgevoel. Wanneer iemand over de VS schrijft, zal nooit geëist worden dat hij dat doet vanuit liefde voor het land. Het gaat erom welke intentie je hebt. Een hoge pet heeft Naipaul weliswaar niet op van magiërs, maar de vraag wat traditionele godsdienst doet met de beleving van de werkelijkheid is interessant.
Missie
En dan komt bijvoorbeeld de vraag aan de orde waarom het christendom en de islam vrij gemakkelijk voet aan de grond kregen in gebieden waar al religies waren. Natuurlijk speelt de geschiedenis van de missie een rol, maar iemand antwoordt hem dat christendom en islam een prettiger vooruitzicht op het hiernamaals bieden. Een andere vraag: hebben de bewoners in Oeganda door het kolonialisme en de dictator Idi Amin het gevoel dat de voorouders hen in de steek hebben gelaten? Een eensluidend antwoord blijft uit, maar anders dan Naipaul had verwacht, voert de macht van de voorouders niet naar het verleden maar juist naar de toekomst – een angstige toekomst. ‘Moslims en christenen beoefenen vergeving en kunnen je geen kwaad doen. In de heidense godsdienst bestaat geen vergeving.’
De vraag wat milieuproblematiek doet met de traditionele geloofsbeleving – en de komst van de Chinezen ‘die hun haat jegens de aarde volledig botvieren’ in onder meer Gabon – levert ook een prima invalshoek op. In Gabon staat het oerwoud voor ‘energie’. Zal dat verdwijnen? Nee, ook in de stad blijf je erin geloven, is het antwoord. Een weinig geruststellend antwoord, maar Naipaul slaat niet expliciet aan het moraliseren. Alleen Zuid-Afrika is ontluisterend voor hem. Daar walgt hij van de ‘muti’- markten. Botten, schedels en koppen met het vel eraan worden verkocht als relikwieën, zonder dat er een diepgang in zit. Naipaul ziet er een poging tot terugkeer in naar traditionele ‘Afrikaanse’ gewoonten.
In Het masker van Afrika bevestigt Naipaul minder nadrukkelijk de bestaande ideeën over Afrika dan pakweg zijn voormalige vriend Paul Theroux in Dark Star Safari. Hier is iemand aan het werk die daadwerkelijk een poging doet – ondanks zijn weerzin tegen traditionele godsdiensten die hem met de paplepel is ingegeven – om de rol van religie te begrijpen, om gelovige mensen te begrijpen. Na de reis begrijpt hij er weliswaar nog steeds niets van, maar dat maakt de onderneming wel zo geloofwaardig.
Copyright NRC Handelsblad BV