Volg ons op

Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Perfecte stilte
 

Perfecte stilte

Thomas Verbogt
Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 18,50
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
Documentairemaker David Kromweg heeft geen idee hoe moedig hij is, totdat hij ineens in een gevaarlijke situatie belandt. Hij verbaast zich over zijn gedrag, hij is een ander mens dan hij dacht te zijn. En dat gaat knagen. Wat zegt het over hemzelf, en over zijn leven? Wat hij op orde dacht te hebben, blijkt een schijnvertoning te zijn.

Zoals vaker in de romans van Thomas Verbogt is er ook in het verleden van deze hoofdpersoon iets aan de hand waarvoor hij zijn ogen sloot, maar dat kan nu niet langer. Hij moet een bekentenis doen en ook daarvoor is moed nodig.Perfecte stilte is een intense roman over de vraag hoe ver je kunt gaan in je leven.
ISBN/EAN 9789046809846
Breedte (in mm): 134
Hoogte (in mm): 209
Dikte (in mm): 21
Gewicht in (in gram): 327
Bindwijze: Paperback
Aantal pagina's: 207
Genre: Literaire roman, novelle
Publicatiedatum (jjjjmmdd): 20110401
Auteur: Thomas Verbogt
Print dit artikel
12-8-2011 - Fortuin, Arjen
Op bijna al uw boeken staat dat het werk van Thomas Verbogt een groter publiek verdient. Dat oogt een beetje treurig.

„Ik zet dat er zelf niet op. Er wordt een beetje de indruk gewekt dat ik me miskend voel, maar dat is helemaal niet zo. Ik sluit me natuurlijk wel aan bij de gedachte dat mijn boeken zo veel mogelijk lezers verdienen, maar dat is niet een klacht die zo op mijn leven regent. Perfecte stilte is nu aan zijn derde druk toe, het blijft goed doorlopen. En ik heb nog nooit zoveel reacties op een boek gehad.”

Wat krijgt u te horen?

,,Ze zijn ontroerd, vooral door het slot van het boek. Dat was ook mijn bedoeling. Ik wilde troostrijk eindigen, met een teer moment.’’

Ze krijgen elkaar. Er groeit iets tussen de hoofdpersoon en de vrouw die hij maanden eerder te hulp schoot toen ze in een steegje in elkaar werd geslagen. De held wordt beloond voor zijn daad.

,,Het gaat me er niet om dat ze elkaar krijgen. Ik wilde aan het slot duidelijk maken dat er iets wezenlijks aan de hoofdpersoon was veranderd. Het gaat me er niet om dat hij wordt beloond. Hij wordt de persoon die hij altijd moest zijn, of die hij altijd wilde zijn. Zo’n moment op straat is een beslissend moment. Je loopt langs een steeg, je ziet iets dat je ook niet gezien kon hebben. Je kunt doorlopen, het geeft gedoe om op een vechtpartij af te stappen. Bij hem is het alsof er iemand in hem opstaat.’’

Het is niet de eerste keer dat een dergelijke scène bij u voorkomt. In ‘Verdwenen tijd’ zien de hoofdpersonen op straat hoe een man van een ladder valt en sterft. Zij doen niets, zeggen tegen elkaar dat er al andere mensen op af gaan.

,,Hier wordt mijn personage vooral verlamd door schuldgevoel. Alles wat er misgaat is zijn schuld. Verantwoordelijkheid is belangrijk in mijn boeken, ik vind dat je aandacht moet hebben voor datgene wat je omringt. Er zijn mensen die zeggen dat iedereen zijn eigen ding maar moet doen; ik verzet me tegen die gedachte. Je mag iets vinden van wat er om je heen gebeurt, handelen, iets veroorzaken. Je hoeft geen toeschouwer te zijn. Niet voor niets is David Kromweg in het boek van beroep documentairemaker, tot het moment dat hij langs die steeg loopt is hij toeschouwer van beroep. Ik wil schrijven over schuld, verantwoordelijkheid en wat uiteindelijk van waarde is, maar op een lichte toon. Zonder uitgesproken middelen, zonder bombast.’’

U bent dertig jaar schrijver. Heeft u in de loop der jaren veel bijgeleerd?

,,In mijn eerste romans liet ik veel te veel zien wat ik wilde. Ik was te zeer bezig een boek te schrijven. Dat is volgens mij te lezen. Die eerste romans waren niet als een lied, maar als een compositie waar de melodie nog van moest komen. Vanaf De zomerval (1998) probeer ik, naar het voorbeeld van iemand als John Cheever, het verhaal gewoon, liefst zo rechtstreeks mogelijk te vertellen. Zoals je dat doet wanneer je net iets bijzonders op straat hebt gezien, thuiskomt en dan zegt: ‘wat ik nu heb meegemaakt…’ ’’

Dat klinkt heel eenvoudig.

,,Ik probeer in scènes te denken, zoals een film. Daarin heeft elke scène één specifiek doel. Zo probeer ik het ook te doen, in korte hoofdstukken met kleine cliffhangers. En dan zoek je het ritme van het verhaal. Zo’n geweldsscène waar we het net over hadden, moet dan de goorheid van het gevecht hebben. Bij het slot van Perfecte stilte zocht ik de toon van een zachte melodie. Ik vind het prettig om in ruimtes te denken: je weet hoe lang je opmaat moet zijn, waar je gaat versnellen, waar een refrein moet komen.’’

U heeft in vijf minuten drie muziekmetaforen gebruikt.

,,Muziek is essentieel in mijn leven. Als ik een roman schrijf luister ik eigenlijk uitsluitend naar Bach. Bij een column kan het van alles zijn: jazz, Vivaldi. Bij toneel zet ik ritmischer dingen op, zoals Philip Glass en Keith Jarrett. En tussendoor draai ik Amerikaanse rock om energie te krijgen, als ik moeite heb met een bepaalde passage. Of ik kijk naar een stuk van een film die ik al heel vaak heb gezien.’’

Zoals?

,,Atonement, Stanley Kubricks oude verfilming van Lolita, of The Hours. Ik kijk ook om een idee te krijgen van het ritme van het verhaal, de bewegingen, hoe de mensen naar elkaar kijken. Zo’n film kan je ineens een nieuw inzicht geven over hoe je verder moet. Inhoudelijk heeft dat niets te maken met het boek waar ik dan aan bezig ben. De motor moet weer aan.

,,De dagelijkse column die ik schrijf voor De Gelderlander werkt ook op zo’n manier. ’s Ochtends fiets ik van de Brouwersgracht naar De Pijp, waar ik werk. Meestal weet ik al zo’n beetje waar ik het over wil hebben. In de tien minuten op de fiets zoek ik het ritme van het stukje. Als ik hier aankom is het meestal wel klaar, kan ik het zo opschrijven.’’

Uw columns zijn meestal korte, sfeervolle anekdotes.

,,De sfeer van een verhaal, roman of toneelstuk is ongelooflijk belangrijk. Als je die kunt oppakken, kom je dicht in de buurt van wat er achter het verhaal van een roman schuilgaat, wat de schrijver drijft. Ik wil de essentie van een moment glans geven, of dat nu in het heden is of in het verleden. Zoals dat in een liedje gebeurt. Je kunt een tekst over afscheid hebben, maar de melodie is de deur waardoor je naar binnen komt.’’

Daarom zeggen mensen dat Bob Dylan de Nobelprijs moet krijgen.

,,Als je het over Dylan hebt, krijg je meteen te horen: doe niet zo ouwelullerig. Bij Mozart gebeurt dat nooit. Dylan is belangrijk in mijn leven. Ik merk dat ik soms in zijn metaforen denk.’’

U staat ook te boek als een nostalgicus.

,,Ik ben tegen het woord nostalgie, dat klinkt teveel als: weet je nog hoe mooi het vroeger was. Daar heb ik niets mee. Iets anders zijn de dingen die je hebt meegenomen uit eerdere periodes in je leven. Als ik bijvoorbeeld aan de dagen na het eindexamen van vroeger denk, aan de feesten vooral, dan gaat het me om het optimisme – hoe geluk of welbevinden werkt. De jaren zestig droegen de belofte van een prachtige, nieuwe toekomst in zich. Vervolgens is de tijd snel gegaan. Er blijft maar weinig vroeger over, maar wat je meeneemt naar de rest van je leven is van groot belang.’’

Zeker als het iets negatiefs is. Vrijwel al uw personages worden gegijzeld door hun verleden.

,,Ze bevrijden zich wel. Al is het maar door inzicht, dat is zestig procent van het werk. Het is mijn privé-overtuiging dat de momenten waarop zich voor het eerst iets groots voltrekt, bepalend zijn. De eerste keer dat je rouwt, de eerste keer dat je verliefd wordt, de eerste keer dat je écht bang bent. Als er dan iets misgaat, krijg je een soort kwetsbaarheid die je lang parten speelt. Kwetsbaarheid kan ingewikkelde gevolgen hebben. Dat wordt op de een of andere manier je maatstaf.’’

Wat ging er bij u mis?

,,Ik kreeg rond mijn derde jaar hersenvliesontsteking en een vorm van kinderverlamming. Ik moest in quarantaine, was heel ziek, maar werd niet met rust gelaten. De hele dag en nacht waren de mensen van het ziekenhuis met me in de weer. Over de kleinste dingen kon ik me verschrikkelijk opwinden. Gewoon aangeraakt worden. Dat heeft zich toen metaforisch vertaald, in een: omhels me, maar laat me meteen weer los. Ik had daar nooit bij stilgestaan, tot het in de jaren negentig minder goed met me ging. Toen ben ik met een deskundige gaan praten en realiseerde ik me hoe bepalend die ziekte voor me geweest moet zijn. Ik kwam daar steeds weer op uit. ‘Je had wel dood kunnen zijn’, hoorde ik keer op keer. Dat heeft ook een soort verantwoordelijkheid op me gelegd.’’

Wilde u daardoor schrijver worden?

,,Ik wilde schrijver worden omdat ik bijna verslaafd raakte aan het fantaseren over wat er in de werkelijkheid om me heen gebeurde. Ik moest verhalen verzinnen. Het leek net alsof ik anders niet verder kon.

,,Het waren de jaren vijftig, de jaren van de wederopbouw, maar mijn ouders lazen later ook het werk van Jan Wolkers. En ik heb de Nederlandse vertaling van Kerouacs On the Road op de tafel van mijn vader zien liggen. Ik las vooral uit de schoolbibliotheek. Op school las ik de bloemlezing Nieuwe griffels, schone leien. Daardoor kwam ik in aanraking met het werk van een schrijver als Lucebert. Dat was een grote schok. Het ging er niet om te vertellen wat er was, maar om wat alleen bij jou hoorde. Een compleet andere manier van denken. Kijken wat er is, en daarmee aan het fantaseren slaan.’’

Maar toen was u nog niet begonnen.

,,Toen ik klein was studeerde mijn vader nog – rechten. We woonde op een kleine etage, wat betekende dat ik met mijn moeder naar buiten moest als hij aan het werk was. Wanneer we thuiskwamen zag ik hoe de stapel beschreven vellen was gegroeid. Vader schrijft op wat hij denkt, zei mijn moeder. Ik besefte dus dat zoiets mogelijk was.

,,Ik studeerde in Nijmegen, waar ik ook ben opgegroeid. Met een aantal vrienden speelden we schrijfschooltje: we lazen elkaars werk en becommentarieerden het en we hadden een tijdschrift, ‘De schans’. Maar pas toen ik na mijn studie naar Arnhem verhuisde, ben ik echt serieus begonnen. En al vrij snel kon ik er ook van leven, mede dankzij het schrijven voor toneel.’’

Dat doet u nog steeds.

,,Schrijven voor toneel heeft me losgemaakt, ik ben steeds meer gaan durven. Op toneel kun je veel vreemdere dingen laten gebeuren. Wij zitten hier nu aan een tafel te praten. In een toneelstuk zou ik kunnen opstaan en u uit het raam gooien, in een roman moet ik dat eerst geloofwaardig maken. Toneel schrijven geeft dynamiek, maakt je brutaler Uiteindelijk heeft alles een functie: de romans, het toneel, de columns. Binnen mijn werk heeft het allemaal met elkaar te maken, het een voedt het ander.’’

U geeft ook schrijfles aan de toneelschool.

,,Daar heb ik veel aan, het maakt me bewust ven de technieken die ik zelf misschien gedachteloos toepas. Het maakt de omgang met je materiaal productiever. Ik gebruik bijvoorbeeld een oefening waarin iemand moet uitleggen waarom hij jaren niet bij zijn familie is geweest, in woorden van één lettergreep. Dat levert wonderbaarlijk veel op. Het is belangrijk om grote verhalen klein te vertellen. Hans Klok, de illusionist, heeft eens gezegd dat als je wilt imponeren met een olifant, je dat moet inleiden met een kaartentrucje.’’

U heeft het veel over technische aspecten van het schrijven. Is dat het zwaarste deel van het vak?

,,Nee, ik ben langer bezig met het uitdenken van het verhaal dan met het daadwerkelijke schrijven, dat gaat vrij snel. Maar ik vind het ambachtelijke wel belangrijk. Tijdens het schrijven houd ik me erg bezig met het ritme, met hoe passages om een andere melodie vragen, met de ‘kleur’ van de taal. Het valt me op dat er steeds minder vaak over de stijl van een roman geschreven wordt, terwijl die toch het verhaal omhoog tilt.’’

Bent u trots op uw jubileum?

,,Ja. Vooral omdat ik heb kunnen doen wat ik wilde en daarvan heb kunnen leven. Ik heb de vrijheid veroverd om te kunnen schrijven en ik ben trouw aan mezelf gebleven. Intussen is mijn publiek geleidelijk aan steeds groter geworden.

,,Bovendien heb ik er elke dag nog steeds enorme zin in. Soms spreek ik collega’s die het schrijven eigenlijk een hel vinden. Daar heb ik gelukkig geen last van. Natuurlijk zijn er ellendige dagen, maar die zijn de prijs die je betaalt voor wat morgen wel lukt.’’

Thomas Verbogt: Perfecte stilte.
Nieuw Amsterdam, 207 blz. €18,50



Copyright NRC Handelsblad BV

20-5-2011 - Steinz, Pieter

Thomas Verbogt:
Perfecte stilte.
Nieuw Amsterdam, 208 blz. €18,50

Het laatste uur van de middag. Gebroken glimlach. De zomerval. Yesterday. Zo gaan die dingen. Verdwenen tijd.

De titels van de boeken van Thomas Verbogt (1952) maken duidelijk waar het in zijn oeuvre om draait: nostalgie, gemiste kansen, ontspoorde levens. Voorttobbend in hun dagelijkse leven, een kluwen van onbevredigende baantjes en moeizame relaties, proberen zijn personages te achterhalen waar het in het verleden is misgegaan. Of ze denken obsessief terug aan de gelukkige tijden die ze ooit gekend hebben, de ‘momenten van goud’, zoals ze heten in de roman Onze dagen (2001).

Ook Verbogts nieuwe roman, Perfecte stilte, gaat over het altijd weer opspelende verleden. Hoofdpersoon is de documentairemaker David Kromweg, een eenzelvige man die op 57-jarige leeftijd bepaald niet is losgekomen van de schaduwen van zijn traumatische jeugd. Zijn ouders verdronken bij de ramp met de veerboot Herald of Free Enterprise, zijn beste schoolvriend verdween spoorloos en zijn veertienjarige buurmeisje pleegde voor zijn ogen zelfmoord – tijdens een gezamenlijk spel dat hij omschrijft als een ritueel: het van het ene dak naar het andere springen.

Kromweg gaat gebukt onder schuldgevoel; niet omdat hij zich verantwoordelijk voelt voor de val van het meisje, maar omdat het hem eerder aan de moed ontbrak om het meisje te redden uit de klauwen van de mannen die haar leven tot een hel maakten. ‘Er was iets gestopt in mijn leven, wat iets anders is dan voorbij,’ schrijft hij. En: ‘Over alles wat erg was, wilde ik niet praten, omdat het dan nog erger werd.’

Losse schroeven

Dat laatste verandert wanneer hij bij toeval de moeder van het meisje tegenkomt: een vrouw die zijn leven op losse schroeven zet met haar opmerking dat hij zichzelf eens moet leren kennen (‘Ik wil niet zeggen dat je daarvoor leeft, om jezelf te leren kennen, maar het hoort er wel bij’). Niet lang na die ontmoeting wordt hij bovendien slachtoffer van zinloos geweld. Of beter: hij wordt in elkaar geslagen in een steegje – met de Verbogtiaanse naam In ’t Laatste Licht – wanneer hij probeert een vrouw van een verschrikkelijke mishandeling te redden. Een goedmakertje voor wat hij verzuimd heeft in het verleden.

Zo belandt Kromweg in het ziekenhuis, en in een three-quarterlife crisis, waaruit hij ontsnapt door eindelijk weg te gaan bij zijn vriendin, ‘niet vanwege ruzie, niet omdat ik woedend was, maar omdat ik wanhoop voelde die ik niet kon verklaren.’ Aan het eind van het verhaal begint hij iets moois met de vrouw die hij alleen van veraf heeft gezien In ’t Laatste Licht. Anders dan in de meeste serieuze boeken, laat Verbogt de lezer achter met een happy end.

Maar daar gaat het niet om in Perfecte stilte. Thomas Verbogt is nooit een meesterplottenbakker geweest, zoals ook al bleek uit verder geslaagde romans als Het ongeluk (2003, over een pathologische fantast) en Verdwenen tijd (2009, over verdrongen herinneringen). Veel belangrijker is de sfeer die hij oproept – een verrukkelijke loomheid, een zen-achtige melancholie – en het proza waarmee hij dat doet. Zijn simpele, zoekende zinnetjes herinneren in de Nederlandse literatuur vooral aan K. Schippers en Remco Campert, die beiden geschreven zouden kunnen hebben wat de hoofdpersoon in Perfecte stilte tegen zijn vriendin zegt, als hij merkt dat ze hem liever niet in het ziekenhuis bezoekt: : ‘Ik zei: ,,Laten we het even zo zien: dit hier is mijn leven, buiten is het jouwe. Die levens hoeven we heus niet dagelijks te delen”.’

Bozige stiefdochter

Met Campert heeft Verbogt ook de fijnzinnige humor gemeen. Een schaterlach zal hij de lezer niet ontlokken, maar een glimlach is op veel bladzijden de standaardreactie. ‘Mensen moeten daar zuinig mee zijn, iets een leuk idee noemen,’ zegt Kromweg aan het begin van het boek. ‘Leuk idee! Opperste waakzaamheid is geboden.’ En lachbui die zijn bozige stiefdochter krijgt als ze hoort wat Kromweg een man kwaad tegen zijn vrouw hoorde zeggen, is aanstekelijk: ‘Ja maar ik ga daar niet voor Jan met de korte lul zitten.’

Natuurlijk biedt Perfecte stilte meer dan sfeer en humor. De roman is ook de uitwerking van de gedachte dat ‘juist in de terloopsheid verhalen onverwacht tevoorschijn [komen].’ Zoals Kromweg aan zijn vriendin probeert uit te leggen, hoef je maar de deur uit te gaan om in een ander leven te stappen: ‘Iemand vraagt je de weg en je loopt een eindje mee omdat je toch die kant op moet. En je voert een gesprek dat je nog nooit hebt gevoerd. Misschien blijkt het wel de liefde van je leven te zijn. Of iemand die je van vroeger kent…’ De lezer vermoedt dan al dat precies dat met David Kromweg gaat gebeuren.

Perfecte stilte is niet een roman die je leest met rooie oortjes van de spanning, of met het idee dat je een hemelschokkend nieuw inzicht krijgt in wat Thomas Verbogt in zijn dertigste jaar als gepubliceerd schrijver (zo meldt zijn uitgever) beweegt. Het is een well-written novel waaruit je als recensent blijft citeren, als je niet oppast. De prachtige alinea bovenaan bladzijde 25 – over snelheid en te laat komen – laat ik derhalve ongeciteerd. U kunt hem lezen in de boekhandel, net voordat u Perfecte stilte besluit aan te schaffen.



Copyright NRC Handelsblad BV