Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Vastgoedfraude
 

Vastgoedfraude

Vasco van der Boon
Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 22,95
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
De vastgoedfraudeVasco van der BoonGerben van der MarelSamenvattingOp 13 november 2007 doen zeshonderd rechercheurs en dertig officieren van justitie op ruim vijftig adressen in Nederland invallen. Een strafrechtelijk onderzoek legt een wijdvertakt fraudenetwerk aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven bloot. De omvangrijke fraude met vastgoed van bedrijven als Philips, ABN Amro en Rabobank die justitie in kaart brengt, is gepleegd onder de ogen van gemeentebesturen en bekende Nederlanders als Joop van den Ende, Hans Wiegel, Jan Hommen en John Fentener van Vlissingen.De verdachte projectontwikkelaars, pensioenfondsdirecteuren en vastgoedhandelaren konden jarenlang, met hulp van accountants, bankiers en notarissen, ongestoord tientallen miljoenen bij hun bedrijven wegsluizen, zo is de verdenking. Het voormalige Bouwfonds en Philips Pensioenfonds claimen een kwart miljard euro schade te lijden.In het najaar van 2009 begint het monsterproces. Sinds de spectaculaire inval van justitie in 2007 volgen de journalisten Vasco van der Boon en Gerben van der Marel voor Het Financieele Dagblad de ontwikkelingen in de zaak rond de grootste bedrijfsinbraak in Nederland ooit. De vastgoedfraude beschrijft voor het eerst de duistere kant van de Nederlandse vastgoedwereld, met zijn ons-kent-ons-cultuur, het gunnen van het grote geld en slapende toezichthouders.
ISBN/EAN 9789046806463
Breedte (in mm): 150
Hoogte (in mm): 230
Dikte (in mm): 43
Taal: Nederlands
Bindwijze: Paperback
Aantal pagina's: 432
Genre: Moderne geschiedenis (1870-heden)
Uitgever: Nieuw Amsterdam
Gewicht in (in gram): 896
Publicatiedatum (jjjjmmdd): 20091106
Auteur: Vasco van der Boon
Redacteur/samensteller: Huib Stam
Print dit artikel
8-1-2010 - Hubert Smeets
Overmoed en ondergang
De gesneefde CEO’s van BV Nederland
Blunderend Hollands topkader zorgt voor de opmars van bedrijfsstudies vol koningsdrama

Ruim tien jaar geleden snoefden topmannen dat ze de BV Nederland vooruit zouden helpen. Nu wordt het morele failliet van diezelfde BV breed uitgemeten in goed verkopende bedrijfsstudies als ‘De geldpers’, ‘De vastgoedfraude’ en natuurlijk ‘De prooi’.
De wanhoop schreeuwde de lezer toe. ‘Nationale elite moet de economie redden’, liet NRC Handelsblad op 5 februari 1994 op de voorpagina weten. Vijf mannen hadden, daartoe uitgenodigd door deze krant, vastgesteld dat Nederland zich opnieuw moest uitvinden nu de oude tegenstanders uit het Oostblok op de knieën lagen en nieuwe tijgers in Azië opdoken. Uiteraard op straffe van de ondergang. Het vaderland maakte een monumentale crisis door, betoogde toenmalig bestuursvoorzitter Jan Timmer van Philips, een van de vijf. Den Haag sloot echter de ogen. Dat doet Den Haag immers altijd. Tijd dus voor een keurkorps van ondernemers, werknemers en denkers om een ultieme reddingsactie op gang te brengen. Want als politici zelfs niet naar de elite luisteren ‘dan is er geen hoop voor het land’, zei Timmer.
De tijd van de politiek was hoe dan ook voorbij. De economie zou voortaan het primaat hebben. Sterker, het wat duffe Rijnlandse stakeholdersbestel had zijn langste tijd gehad. Het Angelsaksische shareholders- of aandeelhoudersmodel zou dominant worden.
En zo geschiedde, met alleen al alle linguïstische gevolgen van dien. Ouderwetse begrippen als beleid en bestuur of voorzitter werden vervangen door ‘mission statement’ en ‘chief executive officer’. Loser werd normaal Nederlands. Het woord was aan de alfamannen, lieden die niet overleggen maar ‘het verschil maken’.
Zestien jaar later hangt de vlag er toch een beetje anders bij. Maar één ding is hetzelfde gebleven. In Den Haag begrijpen ze het nog steeds niet. Nu is het Floris Deckers, bestuursvoorzitter van Van Lanschot Bankiers, die zegt wat Timmer in 1994 ook zei. Bij een boekpresentatie vorig jaar mei waarschuwde Deckers dat de renovatie van de bancaire sector maar beter aan bankiers kon worden overgelaten, omdat er op het ministerie van Financiën hooguit vijf lieden rondlopen die er iets van snappen. Dat klonk behoorlijk brutaal. Dezelfde Deckers erkende op dezelfde avond dat ook Van Lanschot in het ongerede zou zijn geraakt als er door hetzelfde departement van Financiën geen miljarden aan ABN Amro, ING en Aegon had verstrekt.
Hij en andere mannen van de wereld koesteren kennelijk nog steeds dedain voor politici en kleingeestige priegelaars.
Ondertussen valt de ene alfaman na de andere van zijn voetstuk. In de bancaire branche viel de bestuursvoorzitters Rijkman Groenink van ABN/Amro en Michel Tilmant van ING dat lot ten deel. In de industriële sector horen we weinig meer van Roel Pieper – an sich al een merknaam, althans in de ogen van de naamgever zelf – noch van kortstondige grootcourantiers Ton aan de Stegge en Philip Alberdink Thijm van de feitelijk gefailleerde uitgeverij PCM. En in het vastgoed mogen voormalige topbazen als Cees Hakstege van Bouwfonds en vooral oud-directeur Jan van Vlijmen blij zijn dat ze überhaupt op vrije voeten zijn.
Dankzij deze gesneefde alfamannen heeft zich afgelopen jaren een embryonaal boekengenre ontwikkeld tot volwassen non-fictie: de dramatische bedrijfsgeschiedenis. Wat journalist Marcel Metze in 1991 begon met zijn boek Kortsluiting, over de fiasco’s bij Philips, zeven jaar later vervolgd met Let’s make things better, kreeg in deze eeuw echt vaart. Eerst verscheen Het drama Ahold van Jeroen Smit. Vervolgens maakte Smit vorig jaar pas echt furore met De prooi over ABN/Amro (besproken in Boeken, 07.11.08). Afgelopen november kwamen Vasco van der Boon en Gerben van der Marel van Het Financieele Dagblad met De vastgoedfraude (besproken in Economie, 17.11.09) waarin respectabele gezelschappen als het Philips Pensioenfonds en Bouwfonds zijn meegesleurd. En Joost Ramaer (ex- de Volkskrant) publiceerde in december De geldpers, over het verbluffend simpel versjacheren van krantenuitgeverij PCM.
Al deze boeken hebben een vergelijkbare choreografie gemeen. Ze zijn niet bijster analytisch. Ze zijn evenmin gecomponeerd rondom één of meer stellingen. Ze zijn vooral narratief van opzet en toon en gespitst op persoonlijkheden en hun psychologie.
De dramatis personae zijn de gevallen (anti)helden, leiders die de structuren naar hun hand willen zetten en geen ontzag hebben voor structuren waarin de mens zich van oudsher moet voegen. Ze zijn revolutionairen, die lak hebben aan tradities en conventies, al hunkeren zij in wezen naar erkenning door de zittende elite.
Zo is Rijkman Groenink door geen kogel of tractor op zijn landgoed klein te krijgen, laat staan door zijn eigen topkader, met wie hij in de Marokkaanse Sahara bij wijze van ‘teambuilding’ een soort survival-woestijnrally uitvecht. Zo heet onroerendgoedhandelaar Jan van Vlijmen, de aan smetvrees lijdende hoofdpersoon in De vastgoedfraude, ‘Koning Jan’. En zo wordt bestuursvoorzitter Theo Bouwman in het boek over PCM geportretteerd als een poëtische solist die in Amsterdam nog achter sigaretten, drank en rokken aanjaagt als zijn dorre financiële man Bert Groenewegen in Brabant reeds aan zijn ochtendgymnastiek is begonnen. Laat staan dat die boekhouder een gedicht van J. Slauerhoff kan declameren, zoals Bouwman.
In alle boeken wordt een wereld geschetst die bij het brede publiek onbekend was, maar door datzelfde publiek doorgaans wel gerespecteerd werd. Dat vastgoedvolk niet altijd zuiver op de graat is, was door het gescharrel met de Lijst Pim Fortuyn (LPF) wel bekend. Maar bankiers en courantiers waren boven verdenking verheven. Ze hoorden, met krijtstreep en aardappel in de keel, tot de haute bourgeoisie die niet met pooierbakken pronkte maar zich in keurige limousines verplaatste. Groenink was weliswaar een brutaler type, maar hij bleef binnen de marges van het oorbare.
Maar wat blijkt? Bankiers en krantenmannen, althans deze, maken er ook een potje van. Niet eens uit gecalculeerde slechtheid, eerder uit irrationele blindheid. Ontluisterend is hun gebrek aan rede. Zo gefixeerd zijn ze op hun persoonlijke leiderschap, dat ze juist op kritieke momenten niet in staat zijn tot breder analytisch en strategisch denken. Sterker, hoe vlotter het gaat, hoe gevoeliger ze worden voor sterrenwichelarij. Vastgoedkoning Jan van Vlijmen is daarvan een schitterend voorbeeld. Hij laat zich bijstaan door zijn orakelende oom Nico Vijsma, die als driftkikkerige advertentieverkoper bij deze krant in de jaren tachtig menig redacteur inpeperde dat journalisten niets van de wereld begrepen hadden. Maar ook los van Vijsma is neef Van Vlijmen maar al te graag bereid om in deze of gene Maria-verschijning te geloven.
Ook bij de andere bedrijven is de rationaliteit zoek. Uitgeverij PCM en toenmalig grootaandeelhouder Stichting Democratie en Media laten toe dat er, na de overname door het private-equityfonds Apax, geen openingsbalans op tafel komt, zodat aanvankelijk onbekend blijft met welke ‘financial engineering’ het Britse fonds bezig is. Bestuur en stichting laten het ook gebeuren dat ‘boardroomconsultants’ Joop Krant en Grimbert Rost van Tonningen, die nota bene werken voor Apax, bij PCM hun rekening van 7 miljoen en 3,5 miljoen euro indienen. Pas na de onthulling in De Groene Amsterdammer respectievelijk NRC Handelsblad over deze frivole fees, die hoger zijn dan de nettowinst van het hele bedrijf in 2003, moet Krant afzien van het beloofde commissariaat. Maar daarbij blijft het. In die zin waren Krant en Rost van Tonningen, die niet op basis van kwaliteit maar van kwantiteit werden gehonoreerd, een voorafspiegeling van de kredietcrisis.
Het zijn twee voorbeeldjes in de eindeloze reeks die Ramaer opdist. Alle anekdotes in De geldpers ademen een sfeer van gekte, frustratie en wederzijds wantrouwen. Deze anarchie culmineert in een spoedberaad over de verkoop van PCM op een zaterdagochtend. Iedereen is er, behalve Bouwman. Die komt twee uur te laat in het ongerede binnenstommelen. Hij is ongeschoren, zijn hemd staat open en hij ruikt naar drank. ‘Je bent er’, heet stichtingsvoorzitter Els Swaab hem welkom. ‘Kun je je nu nog even aankleden?’
Wanneer Bouwman ongeveer twee jaar later, in 2006, afscheid neemt, is PCM uitgekleed. Apax houdt niet eens de schijn meer op dat het nog andere plannen heeft dan een lucratieve ‘exit’. Dat is een van de redenen voor Lex Rozenbroek, chef van Reed Elsevier in Azië, om er na een gesprek met de ‘cynische en opportunistische’ gedelegeerde Apax-commissaris Stephen Grabiner, van af te zien de nieuwe CEO van PCM te worden. De ‘naïeve en anachronistische’ Stichting Democratie en Media kon hem trouwens evenmin bekoren. De vreemdeling Ton aan de Stegge van telecombedrijf Telfort en Philip Alberdink Thijm (wel mediaman) zouden op de opengevallen plaatsen komen. Met hilarische consequenties, zo verhaalt Ramaer tomeloos.
Net als De vastgoedfraude staat De geldpers nadrukkelijk in de traditie die Smit met Het drama Ahold en De prooi heeft vormgegeven. Beide boeken zijn gebaseerd op uitvoerig onderzoek en toegankelijk geschreven. Maar hoewel Smit soms omslachtig gedetailleerd schrijft, is barok hem vreemd. De auteurs van De vastgoedfraude en De geldpers, daarentegen, zijn minder sober en hebben veel meer tierlantijnen.
Die voorliefde voor bargoens en barok heeft wellicht te maken met de aard van de vertellingen. Smit heeft het relatief makkelijk. ABN Amro en Rijkman Groenink zijn dé metaforen voor een Nederland dat anderhalf decennium geleden nog moest worden gered door een nationale elite, maar intussen geen elite meer heeft om zich te laten redden. De fraude in de onroerendgoedsector en de ondergang van een voornaam krantenbedrijf zijn daarentegen wat minder simpel te verbeelden. De lezer moet meer worden verleid om het belang ervan te zien. Daar komt bij dat het het criminele of journalistieke jargon van die twee werelden poëtischer is dan het bancaire vocabulaire. Zoals sportjournalisten en correspondenten geneigd zijn taalgebruik in hun omgeving te absorberen om hun kennis van zaken te adstrueren, zo hebben ook de auteurs van De Vastgoedfraude en De geldpers gretig geput uit het koeterwaals van hun antihelden.
Desondanks zijn ook Bouwfonds en PCM pars pro toto voor een vorm van decadentie. De volkshuisvesting was immers symbool van de verzorgingsstaat, zoals de kwaliteitskrant een uiting was van volksverheffing. Teloorgang is dan ook de grootste gemene deler van deze boeken. De drie biografieën beschrijven de lotgevallen van de BV Nederland, zoals de natie ongeveer twintig jaar geleden met aan geilheid grenzende gretigheid alom werd genoemd. Nu die decennia voorbij zijn, blijkt het bedrijfsleven de jubelende jaren negentig noch de verloren jaren nul op waarde te hebben geschat. Zozeer geloofden de CEO’s dat de economie na de Koude Oorlog niet meer gebaseerd was op productie maar juist op ‘financial engineering’ dat ze hun hele hebben en houden hieraan ophingen.
De risico’s leken bovendien beperkt. Bij ABN Amro bijvoorbeeld, zo toont Jeroen Smit overtuigend aan, waren de topbestuurders er van overtuigd dat de staat de bank nooit kopje onder zou laten gaan en zich er terdege van bewust dat de gemeenschap dus uiteindelijk voor hun goklust zou opdraaien.
Dat afwentelgedrag is een overeenkomst met de gang van zaken in de openbare sfeer, waar de belastingbetaler ook altijd door de rekening krijgt. Zij het dat in het publieke domein soms electorale represailles volgen, terwijl in de private sector juist exitbonussen, fictieve winstdelingen en gecumuleerde jaarsalarissen volgen.
Maar psychologisch gezien onderscheiden de gesneefde alfamannen bij ABN Amro, Bouwfonds en PCM onderscheiden zich juist in negatieve zin van de omega-mannetjes: de bestuurders in het publieke domein die afgelopen decennia zielepoten of losers werden gevonden. Als er één gezamenlijk beeld uit De prooi , De vastgoedfraude en De geldpers opdoemt, dan is het een beeld van irrationele en infantiele daadkracht van cynische mannen zonder veel zelfkennis, die zich in tijden van nood verschuilen achter een benepen opvatting over individuele verantwoordelijkheid. Met deze CEO’s vergeleken zijn politici en ambtenaren, hoe dor en saai en monkelend ook, een toonbeeld van evenwichtigheid en volwassenheid.
Deze analytische en intellectuele armoede van de aanvoerders van de BV Nederland is niet alleen hun ondernemingen, maar ook de samenleving duur komen te staan. Dat laatste is een van de verklaringen voor het succes van deze hoogmoed-komt- voor-de-val-studies. Hoe verschillend de verhalen ook zijn, non-fictie over mislukte topmanagers in de hoogste regionen van de markt is een afrekening met een tijdperk waarin de belasting betalende burger als kluns werd afgeschilderd.
Maar dergelijke boeken bevredigen de heersende wraakgevoelens uiteindelijk niet – daarvoor zijn de maatschappelijke kosten van de fiasco’s te hoog. Wel bieden ze leedvermaak en ook troost. Nederland mag dan een maaiveld zijn, ook daarboven lopen ‘losers’ rond.
Irrationele en infantiele daadkracht van cynische mannen zonder veel zelfkennis

Copyright NRC Handelsblad BV