Volg ons op

Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Vossenblond
 

Vossenblond

Rascha Peper
Levertijd:
Tijdelijk niet leverbaar
Prijs:
€ 19,95
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
Vossenblond
ISBN/EAN 9789021440156
Dikte (in mm): 30
Hoogte (in mm): 222
Breedte (in mm): 145
Gewicht in (in gram): 458
Bindwijze: Hardback
Genre: Literaire roman, novelle
Aantal pagina's: 255
Publicatiedatum (jjjjmmdd): 20110901
Auteur: Rascha Peper
Print dit artikel
2-9-2011 - Steinz, Pieter

Rascha Peper:
Vossenblond.
Querido, 254 blz. € 19,95

‘Roxanne! You don’t have to

put on the red light

Those days are over

You don’t have to sell your

body to the night’.

De ik-figuur uit de grootste hit van The Police is bepaald niet de enige man die valt voor een prostituee en daarna probeert haar te redden. In de literatuur is de verliefde hoerenloper zelfs een archetype, dat in Nederland onder meer is uitgewerkt door Vestdijk (De dokter en het lichte meisje), Zwagerman (Vals licht) en onlangs nog David Pefko (Het voorseizoen).

Ook Walter Tervoort, de hoofdpersoon uit de nieuwe roman van Rascha Peper, wordt verliefd op het ‘vossenblonde’ escortmeisje dat hij op een avond laat komen – al is hij zich voortdurend van zijn eigen voorspelbaarheid bewust: ‘Wat bezielde hem?’ spreekt hij zichzelf bestraffend toe. ‘Waarom liet hij zich op zijn leeftijd inpakken door een jonge griet die niet eens zijn type was? […] Een rooie nog wel, de droom van de ouder wordende man! Straks ga je nog proberen haar uit het leven te krijgen!’

Walter is een held zoals we die kennen uit eerdere romans van Rascha Peper (Rico’s vleugels, Verfhuid): op leeftijd (eind vijftig), eenzaam, opgeslorpt door zijn werk (oudheidkundig bodemonderzoek) en gepassioneerd voor zijn verzameling (dierenskeletten). Een op-en-top beschaafde man, die door een plotselinge gebeurtenis uit zijn dagelijkse routine wordt gehaald. Want Vera, zoals het door hem bestelde vossenblondje heet, is niet zomaar een veile vrouw, maar een gecultiveerde studente neurologie die écht om Walter lijkt te geven. Dat alleen zou al genoeg zijn geweest om Walter te obsederen, maar ze is ook nog eens trots op haar werk en niet van zins het op te geven – ook niet als Walter haar een comfortabel, door hem gefinancierd leven buiten de prostitutie biedt waarvan hij zelf – heel altruïstisch – geen deel zou hoeven uitmaken.

Walter probeert steeds meer Vera’s leven binnen te dringen, en doet dan een onthutsende ontdekking: het meisje is de dochter die zijn ex-vriendin jaren geleden kreeg met haar nieuwe vriend, een dochter van wie hij ooit heeft gedacht dat het misschien de zijne kon zijn. Vanaf dat moment worstelt Walter niet alleen met de wispelturigheid van Vera, die op een gegeven moment op een buitenlandse reis vertrekt en niets meer van zich laat horen, maar ook met de gedachte dat hij ‘een omgekeerde Oedipus’ is, een man die zonder dat hij er erg in had verliefd is geworden op zijn eigen vlees en bloed.

Peper laat het toeval flink over Vossenblond uitwaaieren en zet nogal wat lijntjes uit. Te veel misschien. Walters affaire met Vera wordt afgewisseld met zijn werkervaringen als archeozoöloog in de Grote Kerk van Alkmaar, waar het opgraven van een knekelruimte onder de kerkvloer een aantal symbolische parallellen met zijn leven genereert. Tegelijkertijd probeert Walter erachter te komen hoe het kan dat hij op een reclameposter van een reisbureau paardrijdend in de Algarve staat afgebeeld.

En dan zijn er nog de monologen van de hond (!) van Vera, gezet als cursieve teksten tussen de hoofdstukken. Het commentaar op het doen en laten van zijn bazin is ongetwijfeld bedoeld als dramatic irony (de hond ziet onbegrijpend van alles dat alleen de lezer kan plaatsen), maar doet eerlijk gezegd kinderlijk en potsierlijk aan. Het is niet zo eenvoudig om een denkende hond in een roman op te voeren; zelfs een gerenommeerd schrijver als Paul Auster maakte zich er een jaar of tien geleden belachelijk mee.

Er is meer dat Vossenblond van glans ontdoet, zoals de losse eindjes in de intrige en het ouderwetse, oubollige vocabulaire waarmee Peper haar enigzins kabbelende stijl probeert te verlevendigen. Het woordje ‘wuft’ komt te pas en te onpas terug, maar dat heeft nog een functie als codewoord tussen Vera en Walter. Hinderlijker zijn zinsneden als ‘een fikse staander’ (bedoeld wordt een erectie, niet een hond), ‘de scepter van zijn lust’ en ‘sapphische voorliefde’. Zelfs de knappe, bespiegelende innerlijke monologen van Walter worden erdoor ontsierd.

Dat is jammer, want je ziet hoe Peper in Vossenblond heeft geprobeerd om het voornaamste thema van haar oeuvre – een ingeslapen figuur wordt door hartstocht opgetild en te gronde gericht – opnieuw vorm te geven. De kernzin ligt in Walters reactie op het nieuws dat de schoonvader van zijn naaste collega verliefd is geworden op een jongen van 25: ‘Hoewel hij de oud-verzekeringsman niet kende, leek het alsof hij van een afstand voelde dat die zelfs willens en wetens voor zijn ondergang had gekozen. Misschien was persoonlijke ondergang niet zo belangrijk meer in het licht van een allesverterend vuur dat in je woedde.’

Over die drang naar allesverlichtende zelfvernietiging zal Rascha Peper hopelijk ooit een even gave roman als Rico’s vleugels uit 1993 publiceren. Maar dit jaar nog niet.

Rascha Peper treedt tijdens Manuscripta op zo. 4 sept. om 11u30 op in MC Grote Studio. Inl manuscripta.nl



Copyright NRC Handelsblad BV