Volg ons op

Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Zusje van de bruid
 

Zusje van de bruid

Joris van Casteren
Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 18,95
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
‘In een doorweekt hemd zat ze op haar knieën voor de wc, slierten haar plakten aan haar gezicht. Ze had een fles in haar hand. Ze kotste en nam een slok. Haar hoofd sloeg voorover tegen de wc-pot, er rolde iets over de grond. Het was een tand, haar linkerhoektand. Ik pakte de tand en deed hem in mijn mond. Iemand had mij ooit verteld dat tanden terug geplaatst kunnen worden als je ze meteen in je mond doet.’Na een reeks mislukte liefdes met onder meer een gravin en een oudere getrouwde vrouw, ontmoet Joris van Casteren op een bruiloft een vrouw die hem intrigeert. Zij is de jongste dochter van een Shell-directeur, en even briljant als zelfdestructief. Ze verkoopt haar huis in Londen om zich met Van Casteren in een kapitaal pand aan een Amsterdamse gracht te vestigen. Terwijl hij zich verdiept in de merkwaardige geschiedenis van het huis en de levens van vroegere bewoners, richt zij zich drinkend, snuivend en spuitend te gronde.Het zusje van de bruid is het geanonimiseerde verslag van een krankzinnige periode uit het leven van schrijver Joris van Casteren, waarin hij getuige was van de grondige zelfvernietiging van de jonge vrouw met wie hij samenwoonde. In zijn eigenzinnige, alom bejubelde mengvorm van reportage, autobiografie en geschiedschrijving reconstrueert Van Casteren de huiveringwekkende relatie tussen twee jonge mensen die elkaar nooit zullen weten te bereiken. Het is een fascinerend portret van een gedoemde liefde aan het begin van de eenentwintigste eeuw.Joris van Casteren (1976) is schrijver en journalist. Voor zijn juichend ontvangen boek Lelystad werd hij genomineerd voor de ako Literatuurprijs 2009 en de M.J. Brusseprijs 2010.Over Lelystad:‘Onderkoeld en meesterlijk opgeschreven.’maarten doorman, de volkskrant *****‘Het beeld dat van Lelystad oprijst is dat van een sociale nachtmerrie, een openbare inrichting.’nrc handelsblad‘Niets blijft de lezer bespaard, maar hij wordt gered door de nuchtere toon, de kale stijl van Van Casteren.’het parool‘Van Casteren lapt het hem weer. En wel met zoveel flair, dat ik wou dat ik Joris van Casteren was.’daniëlle serdijn, de beste boeken van 2008, de volkskrant‘Een van de topauteurs op het gebied der literaire non-fictie.’atte jongstra, de beste boeken van 2008, nrc handelsblad‘Door deze intrigerende mix van autobiografie, journalistieke reportage en geschiedschrijving ontstaat een adembenemende vorm van literaire non-fictie.’juryrapport ako literatuurprijs 2009
ISBN/EAN 9789044617597
Dikte (in mm): 22
Hoogte (in mm): 200
Breedte (in mm): 125
Bindwijze: Paperback
Aantal pagina's: 240
Genre: Literaire roman, novelle
Uitgever: Prometheus
Gewicht in (in gram): 289
Auteur: Joris van Casteren
Publicatiedatum (jjjjmmdd): 20110531
Print dit artikel
18-2-2011 - Elsbeth Etty
Samen veilig en gevaarlijk leven
Joris van Casteren probeert objectief te zijn over een mislukte liefde

Van eind september 2001 tot begin 2002 had de ik-verteller in Het zusje van de bruid een relatie met de mooie, getalenteerde, zelfdestructieve en zwaar verslaafde Luna. Na acht jaar besluit hij een verhaal te schrijven over hun kortstondige liefde, geen fictie, maar een journalistieke reportage, vermengd met autobiografie en geschiedschrijving. Ongeveer zoals Joris van Casteren (1976) te werk ging in zijn vorige boek, het geslaagde en veelgeprezen Lelystad. Non-fictie kan mooie literatuur opleveren, maar er is geen plaats in voor mystificatie – dan mislukt zo’n boek.
Het knappe aan Lelystad en ook aan een aantal van Van Casterens tijdschriftreportages is dat hij van kleine, onbelangrijk lijkende voorvallen interessante verhalen weet te maken die boven hun directe aanleiding uitstijgen. In Het zusje van de bruid gebeurt het omgekeerde. Een groot drama dat Luna en haar familie treft, wordt bij wijze van spreken even plat beschreven als een gevalletje comazuipen in het plaatselijk sufferdje van Urk.
Het probleem waar de schrijver geen literaire oplossing voor heeft gevonden, is dat een mislukte stad iets anders is dan een mislukte liefde. Tegen de stad van je jeugd en die jeugd zelf kun je je afzetten, je kunt er met zelfspot over schrijven als over een mislukte utopie, maar dat werkt niet als het over de ondergang van een (ge)liefde gaat.
Handomdraai
Een journalistiek verslag heeft tot doel een waarheid boven water te krijgen, niet om die te verhullen. En verhullen is precies wat Joris van Casteren hier met veel omhaal van schijnbaar objectiverende woordjes doet. In een korte verantwoording schrijft de auteur dat Luna in het echt geen Luna heet, maar wie zou willen weten wie deze beklagenswaardige vrouw is, kan daar in een handomdraai achter komen. Nu komt zoiets vaker voor. In Het Bureau van J.J. Voskuil figureren alle personages, inclusief de schrijver, onder andere namen, maar niettemin zijn zij eenvoudig te traceren. Maar Het Bureau is een roman. Van Casteren schrijft uitdrukkelijk non-fictie en wordt in het boek als Joris aangesproken.
Nadat hij jarenlang niets van zich heeft laten horen, informeert hij ten behoeve van zijn boek bij Luna’s moeder hoe het met haar verslaafde borderline-dochter gaat. De moeder reageert geschokt. ‘Ik voel haar boos worden, ik hoor haar adem, het lijkt of ze in de hoorn blaast. „Je hoeft bij mij niet de journalist uit te gaan hangen.” Haar stem trilt. „Dag Joris, tot ziens Joris.” Ze gooit de hoorn op de haak.’
De moeder van Luna legt in deze passage de vinger op de zere plek: het verhaal over een doodzieke vrouw en haar familie kan niet door deze auteur schijnbaar worden geobjectiveerd. Van Casteren is tenslotte meer dan waarnemer, hij is partij in het drama, wellicht medeschuldig aan Luna’s lot.
Voor zoiets intiems als het stuklopen van je eigen liefdesrelatie is een journalistieke reportage niet het meest geschikte genre, poëzie of fictie lenen zich beter om de gevoelens die daarbij horen uit te drukken en over te brengen.
Als hij heroïne heeft gerookt om met Luna mee te doen, blijkt de verteller niets te voelen. ‘Het regende. Het maakte mij niet uit dat ik nat werd, niks maakte nog uit. Ik voelde geen liefde voor Luna, ik voelde nergens liefde voor.’ Deze vlakke, kleurloze toonzetting klinkt het hele boek door. Journalistieke afstandelijkheid wellicht? Die benadering is dan weer niet te rijmen met het weglaten van feitelijke gegevens. De ik-figuur werkt bij een niet met name genoemd tijdschrift waarvoor hij reportages schrijft over Pim Fortuyn, de onveiligheid op een Amsterdams NS-station en een man die twee-en-een-half jaar dood lag. Die reportages schreef Van Casteren voor De Groene Amsterdammer, zij worden in dit boek hergebruikt, misschien om te laten zien dat hij op dezelfde manier over wildvreemden kan schrijven als over intimi.
Of is het boek juist een aanval op onpersoonlijke journalistiek en op De Groene Amsterdammer, die in de tijd van Van Casteren geleid werd door Martin van Amerongen (‘de zieke hoofdredacteur’)?
Geen van de toenmalige Groene-redacteuren wordt met name genoemd, maar deugen doen ze niet en één van hen die met zijn functie wordt aangeduid, wordt er zelfs van beticht te stelen van de redactie om heroïne te scoren en die onder het werk op de wc te consumeren.
Theo van Gogh
Van Casteren duidt mensen bij voorkeur aan met hun functie of rol. Luna’s vader heet consequent ‘de Shell-directeur’, zijn vrouw ‘de moeder van Luna’. De redacteuren bij ‘het tijdschrift’ heten collega A. en collega B. Op een feestje van De Groene in 2002, vlak voor de dood van ‘de zieke hoofdredacteur’, wordt een foto gemaakt waar de ik-figuur op staat met Theo van Gogh, die wel met name genoemd wordt, hoewel deze doorbreking van de schijnanonimiteit niets toevoegt.
Wat vooral ontbreekt in Het zusje van de bruid zijn de drijfveren van de auteur. Waarom begeerde hij Luna en waarom willen zij en haar familie niets meer van hem weten? En waarom is dat een reportage waard? Pas aan het einde van het relaas geeft de auteur iets van zichzelf prijs. Aan iemand die hem vraagt waarom hij überhaupt met een suïcidale junk als Luna verkeerde, vertelt hij dat hij vroeger ‘ook een zelfmoordenaar of een junkie wilde zijn, maar dan op een veilige manier. „Ik dacht dat dat met haar zou kunnen.” ’
Hij wilde dus op een veilige manier gevaarlijk leven. Alsof je op een veilige manier borderliner of schizofreen kunt worden, alsof onaangepastheid en verslaving keuzes zijn. Van Casteren denkt van wel. ‘Je moet het zelf weten Luna’, luidt dan ook het slot van zijn boek. ‘Als jij het zo wilt, prima. Maar op een dag sta ik aan je graf en huil ik om alles.’
Geen sterk einde van een verslag. Wat Luna wil, als ze al iets te willen heeft, blijft namelijk ongewis, evenals het antwoord op de vraag waarover de ex-minnaar gaat wenen aan haar hypothetische graf. Het lukt mij niet om te begrijpen wat de bedoeling kan zijn van dit boek. Het zusje van de bruid is geen fictie, geen literaire non-fictie en al helemaal geen journalistiek. Hooguit is het een mislukt verslag van een mislukte liefde.

Copyright NRC Handelsblad BV