Banner

Volg ons op

Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
 
De kinderjaren van Jezus
 

De kinderjaren van Jezus

J.M. Coetzee
Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 19,90
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
Ze zijn over de zee gekomen, de man en de jongen, en in het opvangcentrum hebben ze een nieuwe naam en persoonsgegevens gekregen. De autoriteiten luisteren hoffelijk en met kille barmhartigheid naar hen. Waarom hebben wij het zo moeilijk met mensen die niet netjes in ons schema van deze wereld passen? Met zijn nieuwe roman weet J.M. Coetzee ons weer continu te verrassen. Net als in zijn meesterwerk Wachten op de barbaren schept hij een universum dat ons volledig boeit, raakt en opslokt.
ISBN/EAN 9789059363885
Breedte (in mm): 134
Publicatiedatum: 20130201
Hoogte (in mm): 207
Aantal pagina's: 320
Dikte (in mm): 36
Gewicht in (in gram): 484
Uitgever: Cossee, Uitgeverij
Bindwijze: Hardback
Auteur: J.M. Coetzee
Vertaler: Peter Bergsma
Print dit artikel
1-2-2013 - Toef Jaeger
NRC Waardering:
Zijn mensen zonder geschiedenis welwillender dan mensen die een verleden met zich meetorsen? Als dat zo is dan moet het eenvoudig zijn een ideale samenleving te bouwen. Stel een land open voor mensen die bereid zijn door het leven te gaan als onbeschreven blad, en je kunt als nieuwe staat dat blad naar eigen inzicht volschrijven. Wat er onder die omstandigheden gebeurt onderzoekt Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee in zijn vandaag verschenen roman De kinderjaren van Jezus.

De last van het verleden – daar draait het werk van Coetzee vaak om. Geschiedenis is bepalend voor onze angsten en schuldgevoelens, maar ook voor verbeeldingskracht en vooruitgang. Kortom: het verleden bepaalt je doen en laten. In Wachten op de barbaren (1980) creëerden de machthebbers van een fictief land een angstvisioen. Ze beginnen een oorlog zonder te kijken hoe er in het verleden met de ‘barbaarse’ buren is omgegaan. Het is als het ware een bevechten van de geschiedenis zonder enige grond. Ook in ander werk draait het om wie zich de geschiedenis mag toe-eigenen, of moeten personages zich voor hun verleden verantwoorden.

In Dagboek van een slecht jaar (2007) stelde een oude man dat het vergeten van je geschiedenis minder kwalijk is dan het uitwissen ervan. In het laatste geval heb je geen plek meer voor individuele verbeelding, maar alleen voor de verbeelding van de staat die het onbeschreven blad naar eigen inzicht kan invullen. De conclusie was dat je je juist moet richten op het verleden, puur om het zelfrespect te bewaren – alleen dan kan je ‘zonder vuile handen voor de rechtbank van de geschiedenis verschijnen’.

In De kinderjaren van Jezus werkt Coetzee de consequenties van een gewist verleden verder uit. Het begint ermee dat een man, Simón, en een kind, David, met een bootje aan land komen. Papieren en brieven over hun identiteit zijn verdwenen. Desondanks zijn ze welkom in het nieuwe, Spaanstalige land. Of beter gezegd: juist zíj zijn welkom, want ze zijn nog te vormen, in te vullen.

Simón en David zijn geen familie: de man zorgt voor het kind omdat het zijn ouders kwijt is. Hij wil een moeder voor het kind vinden, en plukt er dan maar eentje van een tennisbaan, domweg omdat een kind een moeder nodig heeft. Het lijkt een goede daad, totdat zowel Simón als de vrouw liefde in plaats van welwillendheid voor David opvatten, met alle gevolgen van dien, omdat emoties als hartstocht en liefde overbodig zijn in die nieuwe wereld vol welwillendheid.

Jezus is in dit verhaal dus louter allegorisch aanwezig. Er wordt over de jeugd van de Messias niet veel verteld in het Nieuwe Testament, maar het is Coetzee er niet om te doen een hoofdstuk aan een evangelie toe te voegen. Hij hevelde de sleutelelementen over naar een onbestemd heden: de geboorte van Jezus ontsnapte aan de aandacht van de Romeinse machthebbers die bezig waren alle kinderen om te brengen – in een poging de status quo van het Rijk te bewaren.

De verhalen over Jezus die verder gaan dan alleen barmhartigheid zijn dan ook bedreigend in de wereld van De kinderjaren van Jezus. In plaats van liefde slaat hier welwillendheid de klok. Die is ook vrij eenvoudig te geven in de vorm van eten, onderdak, een douche, schone kleren en een baan als sjouwer in een haven, zoals in het geval van Simón. Hij ervaart het geheel als een even barmhartig als kil onthaal. Het is de prijs die je betaalt om te functioneren zonder belast verleden of geweten dat al dan niet gesust moet worden. Wie geen geschiedenis heeft, kan zich er ook niet tegen afzetten en zal ook geen behoefte hebben aan vooruitgang.

Het klinkt anti-utopisch, maar er zijn landen die hun vluchtelingen, eufemistisch uitgedrukt, minder vriendelijk behandelen; de stal en de kribbe zijn in feite geformaliseerd. Bovendien lijkt het Simón en David aan niets te ontbreken. Er wordt niet alleen in de eerste levensbehoeften voorzien, maar er zijn ook georganiseerde picknicks, gratis filosofiecursussen die over de taalfilosofische betekenis van tafels en stoelen gaan. En er is zelfs gelegenheid om een bordeel te bezoeken, alleen moet daarvoor wel een inschrijfformulier worden ingevuld dat pas na enkele maanden in behandeling kan worden genomen.

Ondanks de basisbehoeften blijft Simón worstelen met de vraag of de prijs van het vergeten niet te hoog is voor het nieuwe bestaan. Typerend is de discussie die hij met de andere sjouwers voert. Waarom worden er geen hijskranen gebruikt? Dan hoeven hij en de andere mannen tenminste niet zo te sjouwen.

Onzin, oordeelt de hoofdman: hijskranen betekenen vooruitgang en wie aan vooruitgang denkt, is automatisch met het verleden bezig, en erger nog: met de vraag hoe dat te veranderen. Simón zet wanhopig zijn ideeën uiteen: ‘Net als jullie heb ik het idee van geschiedenis achter me gelaten. Maar ik heb het idee van geschiedenis niet laten varen, het idee van verandering zonder begin of einde. Ideeën kunnen niet uit ons worden weggespoeld, zelfs niet door de tijd.’ Een sjouwer die de tafel- en stoelenfilosofiecursus volgt dient hem van repliek: geschiedenis manifesteert zich niet zoals het klimaat. ‘Bij wie van ons is ooit zijn pet afgeblazen door de geschiedenis? Bij niemand. Omdat de geschiedenis zich niet manifesteert. Omdat de geschiedenis niet werkelijk bestaat. Omdat de geschiedenis alleen maar een verzonnen verhaal is.’

Ondertussen blijft Simón zich om het kind bekommeren. Hij leert het lezen en schrijven aan de hand van de avonturen van Don Quijote. Een onhandige keuze in een land waar verbeeldingskracht gelijk staat aan geschiedenis. David, die slim is, weigert zich op de school waar hij terechtkomt, aan te passen. Hij buigt zich liever over verhalen over windmolens en reuzen en is ervan overtuigd dat 2+2 niet 4 maar 3 is.

De schoolleiding wantrouwt het kind: elke leerling moet passen in het keurslijf dat hem geboden wordt. Het kind wordt verplicht naar een instelling voor moeilijk opvoedbare kinderen te gaan. En dat leidt tot een conflict in een wereld waar door gebrek aan emoties geen tegenstellingen bestaan. Er ontstaat ook een gemeenschap van volgelingen onder leiding van David, en zo wordt deze roman van Coetzee een allegorisch evangelie.

De kinderjaren van Jezus is bij vlagen een kil en ernstig boek, waarbij je je soms afvraagt wanneer ernst omslaat in kramp. Simón, David en zijn nieuwe moeder tonen weliswaar liefde, maar die is zo abstract dat ze niet tot je doordringt. Je leeft niet echt met ze mee. David is dusdanig non-conformistisch – en ook stereotype met zijn eeuwige ‘waaromvragen’ – dat je je kan voorstellen dat men hem irritant vindt.

En daarin zit ook de valkuil. De lezer wordt als het ware onderdeel van een riskant experiment: waar leg je de grens tussen welwillendheid en echt mededogen? Een samenleving zonder geschiedenis of ruimte voor verbeelding is een barbaarse – dat weet Coetzee ook in dit boek weer knap neer te zetten. Of dat nou het Romeinse Rijk is aan het begin van de jaartelling, of een dictatuur uit de moderne geschiedenis. Je komt ook vanzelf bij de vraag terecht of het alternatief dat nu geboden wordt aan vluchtelingen wel menselijk is: nieuwkomers moeten zich immers ook op voorwaarden integreren, en ze worden als nummer benaderd volgens een standaardprocedure. Is dit boek een aanklacht tegen de staat die zich de rol van Herodes aanmeet? Coetzee plaats als het ware de westerse samenleving voor de rechtbank van de geschiedenis – en we worden schuldig bevonden. Zo bezien is De kinderjaren van Jezus een zeer empathisch boek.


Copyright NRC Handelsblad BV