Banner

Volg ons op

Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
E-mail dit artikel

Schrijf uw recensie

Uw waardering:


 
Een uur en achttien minuten
 

Een uur en achttien minuten

Peter Zantingh
Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 18,50
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
Op een zondagochtend komt de 25-jarige student Johan met de trein aan in zijn geboortedorp in West-Friesland. Hij keert terug in het dorp omdat Joey, een van zijn vier jeugdvrienden, de avond daarvoor volkomen onverwacht zelfmoord heeft gepleegd. In de week tussen zijn dood en de begrafenis proberen de jongens antwoorden te vinden op de vraag waarom hun vriend een einde maakte aan zijn leven en wat dat betekent voor hun eigen levens. In West-Friesland, in de kop van Noord-Holland, komt zelfmoord onder jongeren drie keer zoveel voor als gemiddeld in Nederland. Ze drinken veel, bewegen zich in grote vriendengroepen, maar kunnen tegelijkertijd erg alleen zijn. Over problemen en emoties wordt niet gepraat: er heerst een zwijgcultuur. Een uur en achttien minuten is het indringende en raak geobserveerde verhaal van vier vrienden die binnen één week hun zorgeloze jeugd moeten herzien.
ISBN/EAN 9789029578455
Breedte (in mm): 126
Dikte (in mm): 20
Hoogte (in mm): 200
Publicatiedatum (jjjjmmdd): 20111013
Aantal pagina's: 208
Gewicht in (in gram): 254
Uitgever: Arbeiderspers
Bindwijze: Paperback
Auteur: Peter Zantingh
Print dit artikel
13-4-2012 - Thomas de Veen
Nul jeugdboeken genomineerd voor jeugdboekenprijs

Revolutie in jeugdboekenland; Dioraphte heeft toegeslagen! Het is een statement: op de shortlist voor de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs 2012, die volgende week worst uitgereikt, staan nul jeugdboeken. Dat is een primeur, voor de prijs die vernoemd is naar de Griekse godin van de leesbevordering en de omverwerping van literaire grenzen (en naar het vermogensfonds dat drie keer 15.000 euro uitbetaalt). Er zijn wel zes boeken genomineerd – die samen dus de beste ‘jongerenliteratuur’ van 2011 heten – maar die vind je in de boekhandel tussen de literatuur voor volwassenen.

Het passeren van de jeugdboeken is een terechte sneer naar het uit de Verenigde Staten overgewaaide etiketje young adult, dat boekhandels inspireerde tot het inrichten van aparte kasten voor jongvolwassenen. Die moesten een brug slaan tussen de kleurige kinderboekenkast, waarbij geen puber zich meer wil vertonen, en de afdeling literatuur, waar de zestienjarige zich in de overdaad geen raad meer zou weten. Uitgevers bestormden die maagdelijk lege planken met talloze boeken over dodelijke ongelukken, barokke vampierromances of dommige chicklit. Geen boeken die je mist op een shortlist.

Er zijn wel goede auteurs binnen het genre – het hele young adult-stempel is begonnen om moeilijk te plaatsen schrijvers als Meg Rosoff, Jenny Valentine of Kevin Brooks niet tussen de wal en het schip te laten vallen – maar die auteurs leverden in 2011 niet hun beste boeken af. Over het algemeen was 2011 geen sterk jeugdboekenjaar.

Maar aan de Dioraphteprijs mogen ook boeken meedoen die uitgegeven zijn voor volwassenen, mits ze ‘duidelijk jongerenliteratuur’ zijn. Daar is over vergaderd. De organisatoren van de prijs (het Nederlands Letterenfonds en Stichting Lezen) verstuurden een brief over wat die duidelijke jongerenliteratuur dan was. Belangrijkst vond men het vertelperspectief: ‘De boeken bieden geen verslag van het leven van een jongere, maar worden uit het perspectief van die jongere zelf verteld, waardoor lezers zich makkelijker met hem kunnen identificeren.’ En ze moeten ‘aansluiten bij de belevingswereld van jongeren’, enigszins een open deur: want wie schrijft er over jongeren zonder dat er liefde of seks of ontworsteling aan ouders in voorkomt? Zo’n boek gaat vanzelf over een, zoals dat heet, zoektocht naar de eigen identiteit.

Over die criteria kun je (oeverloos) discussiëren, maar ze leverden een aardige queeste voor de jury op, waarbij romans zelf het lijdend voorwerp werden van een zoektocht naar identiteit. Wie had gedacht dat Post voor mevrouw Bromley van Stefan Brijs en Pigeon English van Stephan Kelman jongerenliteratuur zouden zijn? De auteurs zelf vermoedelijk niet. Een interviewer van nu.nl liet Arjen Lubach nog benadrukken dat zijn genomineerde roman Magnus ‘niet speciaal voor jongeren’ was geschreven – de lezers zouden eens dénken!

Schijn bedriegt nogal eens voor wie de benaming ‘jeugdboek’ een degradatie vindt: Tsjik van Walter Herrndorf deelt in een Nederlandse boekhandel een plank met Van der Heijden en Hermans, terwijl het in Duitsland een jeugdboek was. Of iets een jeugdboek is, is soms ook maar de keuze van de uitgever.

Het zou zonde zijn als jongeren boeken misliepen, omdat ze niet herkend werden als jongerenliteratuur. Andersom is het effect van deze prijs dat misschien niet het beste boek wint, maar het geschiktste boek, het boek dat het best aan de curieuze toelatingscriteria van de prijs beantwoordt. Dat is ze vergeven: de Dioraphte Jongerenliteratuur Prijs is nu eenmaal een leesbevorderingsprijs, die gaat over ‘identificatie’, ‘aansluiten bij de belevingswereld’ en boeken uit de overdaad vissen waardoor jongeren literatuurlezers worden. Je kunt er cynisch over doen en het dan ook tijd vinden voor de Diogenes Bejaardenliteratuur Prijs en de Dioxine Kippenliteratuur Prijs – óók doelgroepprijzen, immers – maar er is een belangrijke verdediging: de shortlist staat vol mooie boeken.

Alle zes romans konden rekenen op lovende woorden van critici die óók de Van der Heijdens en Hermansen bespreken: Glijvlucht van Anne-Gine Goemans was ‘heel bijzonder’, Magnus van Arjen Lubach ‘magnifiek’, Een uur en achttien minuten van Peter Zantingh ‘iets bijzonders’, Tsjik van Walter Herrndorf ‘opmerkelijk’, Skippy tussen de sterren van Paul Murray ‘meesterlijk’ en De ruwe weg van Willy Vlautin ‘meeslepend’.

Er zijn drie hoofdprijzen. De publieksprijs gaat donderdag vast naar Arjen Lubach, die de meeste Twittervolgers heeft en veel fans op de website Recensiekoning. De favorieten voor de twee juryprijzen (één voor oorspronkelijk Nederlandstalig, één voor vertaald) zijn Goemans en Murray: Glijvlucht is literatuur van het kaliber van Tommy Wieringa’s Joe Speedboot, een roman die zich de laatste jaren heeft ontpopt als moderne leeslijstklassieker: een jongensboek en ontwikkelingsroman ineen, waarin het verhaal even meeslepend is als de manier waarop het verteld wordt.

Datzelfde geldt voor Skippy tussen de sterren, een Ierse kostschoolroman die misschien niet zo strikt vanuit het jongerenperspectief verteld wordt, als wel door heel veel verschillende personages. Het verhaal van de dood van de jonge Skippy – meteen aan het begin – wordt verteld in een breed uitwaaierend, meerstemmig verhaal vol humor en tragiek, van een Bonita Avenue-achtige grandeur.

Dat het jongerenliteratuur was, merkte tot nu toe niemand op. Behalve dan die godin Dioraphte (overigens een anagram van Aphrodite), die de grens tussen jeugdboek en ‘volwassenenboek’ triomfantelijk opzoekt, doorbreekt en opheft. Dat is wel een klein altaartje waard.


Copyright NRC Handelsblad BV