Volg ons op

Winkelwagen

Uw winkelwagen is nog leeg
 
Gogol
 

Gogol

V. Nabokov
Levertijd:
Direct leverbaar, 1-3 werkdagen
Prijs:
€ 19,50
 
Verzendkosten slechts € 1,95 per bestelling
De kunst van het lezen Gogol
ISBN/EAN 9789076347394
Breedte (in mm): 126
Dikte (in mm): 14
Publicatiedatum: 20060602
Hoogte (in mm): 208
Gewicht in (in gram): 231
Aantal pagina's: 96
Bindwijze: Hardback
Uitgever: Hoogland & Van Klaveren, Uitgeverij
Vertaler: R.J. Henkes
Auteur: V. Nabokov
Print dit artikel
1-6-2012 - Michel Krielaars
Gogols glanzende comeback

Laat andere boeken ongelezen en neem uw toevlucht tot de Russische klassieken. Dat gaat eens te meer op voor Gogol, wiens subtiele verhalen door vertaalster Aai Prins nieuw leven zijn ingeblazen, schrijft Michel Krielaars.

een schrijver uit de wereldliteratuur is er zo goed in geslaagd het wezen van Rusland neer te zetten als Nikolaj Gogol (1809-1852). Tot op de dag van vandaag is zijn werk krachtig en actueel. Je hoeft alleen maar een autotochtje in de Russische provincie te maken om daarvan overtuigd te raken. Vergeet dan vooral niet een bezoek te brengen aan het gemeentehuis van het eerste het beste stadje dat je binnenrijdt en vraag audiëntie aan bij de burgemeester of een belangrijke wethouder.

Op weg naar hun kabinet, struin je dan, begeleid door de perschef, door de kronkelende, bouwvallige gangen van het bestuurscentrum, waar in kleine bedompte kamertjes jonge vrouwen achter bureaus zitten en kruiperige ambtenaren ronddolen. Die vrouwen houden zich niet bezig met de stapels ambtelijke stukken die links en rechts op hun bureaublad liggen, maar wel met het lakken van hun nagels, het opmaken van hun ogen, het in de krultang zetten van hun haar. ‘Vindt u onze meisjes niet prachtig?’ luidt dan steevast de begeleidende tekst van de perschef.

Stap je per ongeluk bij die wethouder binnen, dan maak je een grote kans dat daar een lokale zakenman zit te onderhandelen over een benodigde vergunning die hij alleen kan verkrijgen na het overhandigen van een dikke envelop met geld. Die wethouder ontvangt zulke zakenmannen aan de lopende band.

De burgemeester zal je op zijn beurt onthalen als een buitenlandse vorst, zo geschrokken is hij van je onaangekondigde bezoek. Je weet maar nooit, zie je hem denken, die vent zou wel eens een revisor uit de hoofdstad kunnen zijn, die komt inspecteren of het geld dat we uit Moskou hebben gekregen voor de aanleg van een nieuwe weg niet door ons gestolen is.

Precies om die reden is De Revisor, Gogols toneelstuk dat in 1836 in première ging, een van de briljantste parodieën op het Russische ambtenarendom van toen en nu. Het verhaal is simpel: een berooide jongeman, een fuifnummer uit Petersburg, zoals Karel van het Reve hem in zijn Geschiedenis van de Russische literatuur noemt, arriveert in een ingeslapen provinciestadje, waar men hem aanziet voor een hoge ambtenaar die incognito reist.

Meteen breekt er paniek uit onder de stadsbestuurders, die natuurlijk zo corrupt zijn als wat en vrezen voor de ontdekking van hun wanpraktijken. Het fuifnummer laat zich onthalen, probeert de dochter en de echtgenote van de burgemeester te versieren en neemt ruimschoots steekpenningen aan. Op een voor de lezer onverwacht moment vertrekt hij, en daarna komt uit wie hij werkelijk is.

Een echte intrige heeft het toneelstuk niet, zoals dat ook in Gogols andere werk vaak het geval is. Maar dat doet er niet toe, want je hebt hier te maken met een groot schrijver, die je de waarheid over de menselijke soort in schitterende en diepgaande beschrijvingen opdient. Gogol doet dat in ritmische, beeldende zinnen, die soms lang en meanderend zijn en doorweven met rake metaforen.

Uitgeverij Van Oorschot bracht het verzameld werk van Gogol vanaf 1959 in drie delen uit in de vertaling van Hans Leerink en Charles B. Timmer. Het eerste deel, van de hand van Leerink, bevatte Avonden op een hoeve nabij Dikanka en , het tweede deel onder meer de Petersburgse verhalen en De Revisor en het laatste Dode zielen, Gogols magnum opus.

Met die vertalingen was op zichzelf niets mis, al probeerde Leerink het modern overkomende Russisch van Gogol in het Nederlands een 19de-eeuws archaïsch tintje te geven en ging Timmer zoals gebruikelijk met de door hem onder handen genomen schrijver op de loop door in zijn vertaling extra woorden toe te voegen en op die manier zijn interpretatie van de originele Russische tekst te ‘vervolmaken.’ Maar omdat ze de eerste serieuze vertalingen rechtstreeks uit het Russisch waren en ze ondanks de genoemde bezwaren lazen als een trein, vergaven de vakgenoten van Leerink en Timmer hen hun enthousiasme.

Uitgeverij Van Oorschot heeft enkele jaren geleden besloten om een aantal delen uit de Russische Bibliotheek, een serie die een unicum in de wereld van het boek is, opnieuw te laten vertalen. De veelal uit de jaren vijftig en zestig daterende vertalingen hadden de tand des tijds niet doorstaan. Ze waren te gedragen en deden het origineel onvoldoende recht.

Het resultaat van die nieuwe vertalingen was verbluffend. Verscheen eerst Tolstojs Oorlog en Vrede in een overweldigende vertaling van Yolanda Bloemen en Marja Wiebes, daarna volgden Dostojevski’s De broers Karamazov van de hand van grootmeester Arthur Langeveld en werd het verzameld werk van Tsjechov opnieuw vertaald door de trojka Anne Stoffel, Tom Eekman en Aai Prins, die elkaar tijdens hun werkzaamheden permanent aanvulden en corrigeerden, met een briljant resultaat als gevolg.

Voor hen die het Russisch niet beheersten en gedwongen waren hun toevlucht te zoeken bij vertalingen, ging er een nieuwe wereld open, die in de 21ste eeuw opnieuw liet zien hoe tijdloos goed de Russische klassieke schrijvers zijn. Je kunt als het ware ieder ander boek ongelezen laten en steeds weer opnieuw van hun werken genieten, zo scherp zijn hun personages met al hun mooie en minder mooie karaktereigenschappen neergezet. Deze schrijvers zijn de meesters van de menselijkheid.

De nieuwe vertalingen gaven je ook het gevoel geheel nieuwe, bij wijze van spreken ‘postuum’ uitgegeven werken van hun hand te lezen. Een erudiete lezer kon er bovendien op grond van wat hij of zij uit andere literaturen kende, uit opmaken in hoeverre ‘de Russen’ moderne schrijvers als Franz Kafka, Saul Bellow, Philip Roth, Javier Marías, Bohumil Hrabal en Thomas Mann hebben beïnvloed.

Gogols Avonden op een hoeve nabij Dikanka, Mirgorod en de Petersburgse verhalen zijn vandaag in één deel in een nieuwe vertaling van Aai Prins verschenen. Net als bij Langevelds De broers Karamazov sta je ook dit keer versteld van de briljante vondsten die de vertaler heeft gedaan om Gogols, soms behoorlijk moeilijke, Russisch in een sprankelend, modern Nederlands om te zetten. Het moet voor Prins vooral een heidens karwei zijn geweest om de Oekraïense woorden waarmee Gogol zijn twee eerste verhalenbundels doorspekt, van een treffend Nederlands equivalent te voorzien.

Gogol zelf plakte achter de voorwoorden bij het eerste en tweede deel van Avonden op een hoeve nabij Dikanka een lijstje met Oekraïense woorden en hun Russische vertaling. Aai Prins zet net zo’n woordenlijstje achter die voorwoorden, maar voert de Oekraïense woorden op in een Nederlands dialect om daar dan weer de vertaling in Algemeen Beschaafd Nederlands van te geven. Zo vertaalt ze het Oekraïense pasitsjnik eerst met het Overijsselse bijker om dat vervolgens weer te vertalen met imker. Op die manier kan ze in de tekst die ‘Oekraïense’ woorden handhaven en respecteert ze de bedoelingen van de schrijver.

Afgezien van haar soepele vertaalstijl is de inventiviteit van Prins misschien wel het grootste verschil met de vertaling van Leerink, die Gogols lijstje niet opnam en de Oekraïense woorden meteen in de verhalen zelf vertaalde. Een ander voordeel is dat Prins Oekraïne, anders dan Leerink, gewoon bij zijn toenmalige naam Klein-Rusland noemt, wat de historische geografie van dat gebied recht doet.

Maar er is meer, zoals je kunt verwachten bij een geniaal schrijver als Gogol, die vanaf zijn Dode Zielen Ruslands grootste schrijver werd genoemd (Poesjkin was dood, Toergenjev nog te jong, Tolstoj had nog niets gepubliceerd, Tsjechov moest nog geboren worden). En die van de despotische tsaar Nicolaas I – die hij in ‘De Revisor’ fel had gekritiseerd – geld ontving om van zijn pen te kunnen leven. Want was Avonden op een hoeve nabij Dikanka in de vertaling van Leerink vrij lastig om door te komen, bij Prins weerhield niets je ervan om verder te lezen. Haar taalgebruik is zo accuraat, treffend en inventief, dat Gogols intrigeloze volksverhalen met hun heksen, tovenaars, joodse sjacheraars en domme boertjes buitengewoon leuk zijn om te lezen en ze je geleidelijk Gogols werk binnentrekken.

Gogol schittert in zijn Oekraïense verhalen vooral door zijn beelden, die vaak uitblinken in subtiliteit. Zo beschrijft hij in het verhaal ‘In de kerstnacht’ de angst van een psalmenlezer voor zijn vrouw als volgt: ‘hij was vooral bang dat zijn wederhelft erachter kwam, wier angstwekkende hand van zijn dikke vlecht toch al een heel dun staartje had gemaakt.’ Banger voor een echtgenote kun je niet zijn, lijkt me.

Of neem de vrouw van die andere man, Panas, uit datzelfde verhaal, die door de misogyne Gogol als een takkewijf wordt neergezet: ‘De vrouw van Panas was een parel van het slag dat je niet zelden op de wijde wereld tegenkomt. Net als haar man zat ze bijna nooit thuis, ze drong zich zowat de hele dag aan vriendinnen en gefortuneerde oudjes op, smeerde hun stroop om de mond, at met veel smaak bij hen en bakkeleide alleen ’s ochtends met haar man, aangezien dat het enige moment was dat ze hem weleens zag.’ Het zijn vooral dat ‘niet’ in die eerste zin en dat ‘opdringen’, die je tot lachen aanzetten.

Hetzelfde geldt voor Gogols natuurbeschrijvingen in datzelfde verhaal, bijvoorbeeld als een van zijn personages op de rug van de duivel door de lucht vliegt: ‘Daar in de hoogte was alles licht. De lucht in de ijle zilveren mist was doorzichtig. Alles was zichtbaar, je kon zelfs een tovenaar, zittend op een pot, als een wervelwind langs zien stuiven; je zag hoe sterren op een kluitje blindemannetje speelden; hoe verderop een hele zwerm geesten als een wolk in het rond tolde; hoe een duivel die in het maanlicht danste zijn muts afnam toen hij de smid zag galopperen; hoe een bezem, waarop zojuist een heks voor het een of ander ergens naartoe was gevlogen, terugkeerde… en nog veel meer gespuis kwamen ze tegen.’ Het is een bovennatuurlijke wereld, die Gogol je levendig voorschotelt en die door Prins zo voortreffelijk is vertaald dat je je als lezer geheel laat meesleuren.

Gogols tweede bundel Oekraïense volksverhalen, Mirgorod, is door de vertaling van Prins eveneens nieuw leven ingeblazen. Het verhaal ‘Voorwereldse landeigenaars’, over de onvoorwaardelijke liefde tussen een bejaarde landheer en zijn even oude vrouw, ontroert bijvoorbeeld veel meer dan bij de lezing van de vertaling van Leerink. Op meesterlijke wijze beschrijft Gogol de reactie van de landheer op de plotselinge dood van zijn vrouw. In de vertaling van Prins staat er: ‘Afanasi Ivanovitsj was totaal verbijsterd. Het kwam hem zo bizar voor dat hij niet eens begon te huilen. Met troebele ogen keek hij naar haar alsof hij niet begreep wat een lijk betekende.’ Het is in simpel Russisch door Gogol geschreven, door Prins in simpel Nederlands vertaald, maar de intentie van het origineel en de vergelijkbare kracht van de vertaling doen allebei tranen in je ogen opwellen. En dat is precies wat je bij de vertaling van Hans Leerink niet overkomt, juist omdat hij het heldere Russisch van Gogol in dat archaïsche Nederlands omzet, dat zijn emotionele kracht in 2012 volledig heeft verloren.

Copyright NRC Handelsblad BV